30-10-09

3x Veldsla voor dummies en voor gevorderden.

 Na half augustus zoeken vele moestuinders de zaadzakjes van veldsla weer op. Veldsla is immers een najaars- en wintergroente bij uitstek.
1. Tijd om veldsla te zaaien, maar te droog in de tuin? Tips voor zaaien bij droog weer en droge grond.
2. Veldsla voor (half)gevorderden. Bij de tuinliefhebber is de teelt van veldsla een klassieker. Alle teeltinfo voor u verzameld.
3. Veldsla voor dummies. Veldsla en radijs samen telen in een bloembak, hierbij een teeltrecept voor de absolute moestuinleek.
Blogged with the Flock Browser

29-10-09

Kruisbessen, trosbessen/ aalbessen vermeerderen herfststekken - snoei en verzorging


Lekkere kruisbessen in juli.


Hielstek van ca 20 cm lengte.


Kruisbesstekken die op zwarte plastic worden geplant wortelen beter en sneller.

Kruisbessen/ stekelbessen zijn op te kweken als vrij groeiende struikvorm maar ook als spilboompje.
De groengele of rode, knappende bessen zijn saprijk en erg lekker als je ze vers kan afplukken.
Kruisbessen kunnen in het najaar gesnoeid worden en het snoeihout is te gebruiken als stekhout om er houtstekken uit te knippen.
Bij de snoei wordt ruim de helft van het aanwezige hout verwijderd. Het stekken van kruisbessen kan in augustus - september ofwel in november gebeuren.

20-10-09

Werkzaamheden in november

Nov.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972  

Week1  
Veel is er in deze tijd van het jaar in de moestuin niet te doen, hoewel alles nog niet van het land gehaald is. De meeste mensen laten hun tuin maar aan zijn lot over zodra het weer slecht wordt, doch u moet alles in orde houden. Nat land moet nu van het water verlost worden, hetgeen u kunt bereiken door het graven van greppels, die dan naar de slootkanten moeten aflopen.

Aardappelen kuilen. De aardappelen zijn nu goed droog en het wordt tijd dat ze naar de winterbewaarplaatsen verhuizen. Ik heb u al gezegd: de zolder is geen beste bewaarplaats, de kelder wel, indien althans veel frisse lucht kan toetreden en hij vorstvrij is en niet te warm. Als de winteraardappelen te warm liggen, gaan ze gauw spruiten vormen, hetgeen verlies aan voedings­waarde ten gevolge heeft. Indien u een flinke tuin heeft, kunnen ze daar nu opgekuild worden. Al naar gelang de hoeveelheid, maakt u een gat van ongeveer dertig centimeter diepte. Dit gat wordt met een laag stro gevuld, zodat de aardappelen niet op de grond komen te liggen. Ook aan de zijwanden moet stro aangebracht worden, dat u rechtop in de kuil kunt zetten, voordat de aardappelen er in gaan. De aardappelen moeten er zo in, dat ze een piramide vormen; dan heeft het water gelegenheid weg te lopen. De boven­kant moet ook met stro worden afgedekt. Na het afdekken met stro komt er een grondlaag van vijftien centimeter dikte op. Begint het hard te vriezen, dan moet nog een dikke laag blad, riet of stro worden aangebracht, daar ze anders bevriezen. In grote kuilen, waarin veel aardappelen worden opgeslagen, wordt een koker geplaatst; deze dient om luchtverversing in de kuil te doen plaatsvinden. In kleine kuilen gaat het echter ook zonder zo'n luchtkoker. Mocht u toch zo'n koker willen hebben, dan kunt u daarvoor een draineerbuis gebruiken. Een grote bos stro die boven de grond uitsteekt, is meestal ook wel voldoende.

Witlof rooien. De wortels van witlof kunnen wel een beetje vorst ver­dragen, doch niet te veel, daarom moet u ze nu uit de grond halen. Het loof wordt op een paar centimeter boven de wortel afgesneden. Deze wortels kun­nen niet evenals gewone wortels en bieten in een kuil bewaard worden, daar ze spoedig uitlopen, immers, het is om de kropjes te doen. Amateurs kunnen de wortels het best in een kuil planten. Maak een kuil niet dieper dan twintig centimeter en zet daar de wortels in. De rijen komen op een onderlinge afstand van tien centimeter, terwijl ze in de rij mannetje aan mannetje kunnen staan. Over de wortels wordt een laag aarde van twintig centimeter gebracht. Deze aarde moet fijnkorrelig zijn, mag dus geen kluiten bevatten. Indien de wortels bij het inkuilen te lang zijn, mag er een gedeelte van afgesneden worden, langer dan vijftien centimeter behoeven ze niet te zijn. Worden ze op deze manier behandeld, dan kan er al vroeg in het voorjaar van geoogst worden. Door over een gedeelte van de kuil een laag paardenmest aan te brengen, kan een belangrijk vroegere ontwikkeling verkregen worden. Ook met een laag blad is wel een vroegere ontwikkeling te bereiken. U moet deze laag echter niet over de gehele kuil aanbrengen, dan komen alle kropjes tegelijk, en dat is niet de bedoeling.

Week2  
Prei opkuilen. Prei is eigenlijk volkomen winterhard, we behoeven die niet vorstvrij te bewaren. Indien u de prei echter op het land laat staan en er komt een vorstperiode, dan kunt u er niet van oogsten, omdat u ze niet uit de grond kunt krijgen. Daarom is het beter een gedeelte naar huis te halen en dat bij elkaar op te kuilen, waarna u er een weinig stro of riet tussen strooit. In plaats van stro of riet kan ook andere ruigte gebruikt worden, doch het gebruik van turfmolm is niet aan te raden. Mocht u ze kort bij huis hebben staan, dan behoeft u ze niet op te nemen; u kunt dan volstaan met een beetje stro er tussen te werken.

Artisjokken dekken. Artisjokken zijn niet volkomen winterhard, al kunnen ze wel vorst verdragen. Daarom behoeven ze ook niet zo vroeg gedekt te worden, en die bedekking mag ook in geen geval te zwaar zijn. Er zijn meer artisjokken die verrotten dan bevriezen, daar moet u dus wel rekening mee houden. De planten mogen niet onder de turfmolm gestopt worden, doch moeten zo worden gedekt, dat de bladeren boven de bedekking uitkomen. De beste resultaten worden bereikt door een oude mand over de plant heen te zetten, waaromheen een laag blad wordt aangebracht. Deze bedekking be­hoeft echter niet aangebracht te worden zolang het open weer blijft. Ligt de bedekking er eenmaal op, en het wordt open weer, dan moet u ze zo spoedig mogelijk verwijderen, anders verrotten de artisjokken toch nog.

Andijvie. De reeds eerder opgebonden andijvie kan wel een beetje vorst verdragen. Vooral indien het land niet te nat is, kunnen we dikwijls nog tot in december buiten andijvie oogsten. Intussen, zulke zachte winters hebben we niet elk jaar, daarom doet u verstandig, een deel van de planten naar binnen te halen. Uitgelegd in een schuur, kunnen ze nog geruime tijd bewaard blijven. Indien u een broeibak heeft, is het nog eenvoudiger. Dan worden nu alle andijvieplanten met een kluit opgestoken, waarna ze onder glas worden inge­graven. Indien regelmatig zo hoog mogelijk wordt gelucht, kunnen de plan­ten nog lange tijd mee. Er kan dan gemakkelijk tot aan de kerstdagen van geoogst worden.  

Week3  
Knolselderie. Indien de knolselderie nog niet van het land gehaald is, moet dit nu toch zo spoedig mogelijk geschieden, anders kon ze het wel eens te kwaad krijgen. De knollen worden met een vork opgerooid, en daarna van de grootste bladeren ontdaan, alleen de hartbladeren mogen blijven zitten. Aan de wortels moogt u niets doen, laat die er rustig aan zitten. Indien u een broeibak heeft, kunt u het best de knollen daar ingraven. De hele winter kunnen dan de knollen gebruikt worden, indien u ze nodig heeft. Ook de groene blaadjes, die telkens weer verschijnen, kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook bewaard worden in een kist met wit zand. Zet de knollen er dan zó in, dat ze met de hartbladeren boven de grond uitkomen. De kist krijgt een plaatsje in uw kelder, als het kan zo veel mogelijk in het licht.

Boerenkool oogsten. De boerenkool is nu zo ver, dat ze gegeten kan worden. Om lekkere boerenkool te eten, moet u wachten totdat ze een keer bevroren is geweest. In deze tijd van het jaar kan dat.

Knolrapen naar binnen. Knolrapen kunnen wel een beetje vorst verdragen, al wil dat niet zeggen, dat ze buiten kunnen blijven sta n. Het wordt nu tijd ze binnen te brengen. Indien ze in bevroren toestand zijn, ga er dan niet mee aan het werk, want dan rotten ze later in de kuil. Wacht eerst open weer af. De koppen worden er afgesneden, terwijl ook de wortels een weinig verwijderd worden. Daarna kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden. Na het opbergen wordt de hoop met een laag blad of andere ruigte afgedekt. Knol­rapen kunnen ook in de kelder bewaard worden, indien deze niet te warm is. Op zolder gaat het minder best, ze worden daar gauw slap.

Week4   
Spitten. Spitten kan zowel in het najaar als in het voorjaar geschieden. Indien de grond niet te nat is, kan het nu heel goed gebeuren. Vooral klei­gronden, die van nature stug en moeilijk te bewerken zijn, kunnen beter in het najaar gespit worden. U moet dan bij het spitten de grond niet netjes ge lijk maken, zoals dat in het voorjaar gedaan wordt, neen, laat de kluiten zo ruw mogelijk liggen. Ze vriezen dan lekker door, waardoor de grond in het voor­jaar veel beter te bewerken is.

Bagger. Slootbagger is prima materiaal voor de tuin, vooral voor kool is het zeer aan te bevelen. Indien de slootbagger een jaar aan een hoop heeft gestaan, kan ze nu over het land heen gebracht worden. Verse bagger is niet zo aan te bevelen.

Kardoen. De reeds eerder ingepakte kardoen kan wel enige vorst verdragen, doch als het een beetje harder gaat vriezen, is het beter ze met het stro naar binnen te halen. Ze kunnen dan in een koele kelder gelegd worden.

Schorseneren rooien. Schorseneren zijn ook niet zo erg gevoelig, maar het wordt nu toch tijd dat ze uit de grond komen. Met de vork rooien, opdat de wortels zo weinig mogelijk beschadigen. Na het rooien kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden, welke tegen de strenge vorst met een laag blad wordt afgedekt.

18-10-09

Verbeteren vruchtbaarheid bodem

Alles wat planten nodig hebben, zit in 12 elementen. Om de vruchtbaarheid van de grond te waarborgen, moet aangevuld worden.
(1) Stikstof bevordert de vegetatieve groei
(2) Fosfor is essentieel voor de totale ontwikkeling, in het bijzonder voor het wortelgestel

(3) Kalium voor bloem en vruchtvorming en de ontwikkeling van krachtiger planten
Dit is de bekende NPK kunstmest 12N-10P-18K
(4) Magnesium is nodig voor de vorming van bladgroen en assimilatie
(5) Calcium (kalk) verstevigt celwanden en verlaagt de zuurgraad van de grond.
(6) Zwavel
Spelen een rol bij de stofwisselingprocessen
(7-12) De 6 sporenelementen, elk met een bepaalde functie in het groeiproces.


Het constateren van tekorten in de bodem
Planten geven aan wat ze nodig hebben of wat eraan mankeert.
Dit geldt vooral voor de planten die ongevraagd hun intrek in de tuin nemen: de onkruiden.
Ze groeien op plekken, waar wat anders zou komen: de groenten!
Bij zure, schrale en dichte bodem komen de volgende onkruiden voor: kamille, melde, kweek, paardenbloem, distel, brandnetel. Een kwestie van kalk, compost en een goede afwatering!

Gebrek aan elementen
Gebrek aan stikstof (N): slechte ontwikkeling blad en neiging tot vergeling.
Gebrek aan kalium (K): aan de randen van het blad dorre, roestbruine plekken.
Gebrek aan fosfor (P): donkere verkleuringen over grote delen van het blad.
Gebrek aan magnesium (Mg): Magnesium is naast stikstof, fosfor en kali, de vierde basismeststof  Bij gebrek aan Magnesium ziet men in de bladeren eerst gele en later ook dode bruine vlekken. Dit gebrek begint aan de onderste, oudste bladeren. Bestrijding kan het beste met een bladbespuiting van 1 gram per liter water om de 2 dagen tot het gebrek is opgeheven. Magnesiummeststof: kieseriet.
Gebrek aan kalk (Ca): Kalk bindt zuren in de grond.
Kali, ammoniumstikstof en magnesium worden door kalk verdreven uit hun vaste binding met klei en humusdelen. Hierdoor komen ze voor de plant beschikbaar. Kalk kan in water opgeloste fosfor aan zich binden waardoor deze fosfor niet meer uitspoelt. Bacteriën ontwikkelen zich beter bij een voldoende hoeveelheid kalk in de grond.
Meer of minder kalk in de grond heeft invloed op het voorkomen van plantenziekten. Op grond met weinig kalk komt bijvoorbeeld veel sneller magnesium tekort voor. Een goede kalktoestand en pH bevordert sterk het rendement van de aan de grond toegevoegde kunstmest en organische mest.
Bron http://www.boeranloo.nl/kalk.htm
Kalkmeststof: Dolokal.
Gebrek aan sporenelementen: een tekort betekent vaak bladschade of misgroei.

Ook ziekten kunnen in het geding zijn, zoals phytophthora, insecten onderzijde blad.

Zonder toevoeging van extra voedingsstoffen redt een natuurlijke mest en compost niet alleen! Echter, een zekere terughoudendheid is geboden.

14-10-09

Snoeien aal- en kruisbessen

Als het niet te hard vriest, kan met het snoeien van de aal- en kruisbessen een aanvang gemaakt worden. Dat snoeien wordt op verschillende manieren gedaan. Hoofdzaak is, dat de struiken van binnen behoorlijk ruimte krijgen. Alle takken die zich dus in het hart van de struiken ontwikkelen, kunnen zonder meer tot op hun basis worden weggesneden. Grondscheuten, jonge takken, die onder aan de voet van de struik ontstaan. kunnen, indien ze niet voor de vorming van de struik nodig zijn, ook gerust tot op de grond worden weggesneden. Alleen, indien een oude tak dood is gegaan, kan zo'n jonge grondscheut behouden worden, om de plaats van de oude tak in te nemen. Aan de oude takken - de gesteltakken - zitten jonge scheuten, die we tot op vijftien centimeter terugsnoeien. Alle scheuten die zich beneden en in het midden van de oude takken ontwikkelen, worden tot op een paar centimeter teruggesnoeid. Zitten er te veel jonge scheuten aan, dan snijden we die tot op hun basis - dus tot op het oude hout - terug, zonder echter in het oude hout te snijden. Alle dunne takjes, ter lengte van een centimeter of tien, laten we ongesnoeid, daarvan plukken we de meeste vruchten.

Kruisbessen moeten op soortgelijke wijze behandeld worden. Vooral niet te veel hout in laten zitten, anders zijn de vruchten niet te plukken. Zwarte bessen moeten anders gesnoeid worden. Indien daar te veel hout in zit, snijden we een paar van de oudste takken geheel tot op de grond toe weg.

13-10-09

Boorschade aardappelen

Ritnaald, ook goed gekend als ‘koperworm’ is een larve van de kniptor (vooral van de Agriotes lineatus en Agriotes obscurus.) Het zijn harde, oranjebruine keverlarven van ongeveer twee tot drie centimeter lengte. Ze kunnen tot vier jaar in de grond overblijven en leven er van plantenwortels. Vooral op pas gescheurd grasland, of pas ontgonnen braakliggend land, kunt u de eerste jaren veel hinder ondervinden van ritnaalden. Het is dus een typische plaag op pas ontgonnen gronden. Ritnaalden kunnen niet goed tegen uitdroging. Het is goed pas ontgonnen grasland een paar keer te bewerken zodat de bovenlaag goed uitdroogt. Het aantal ritnaalden zal dan zeer snel afnemen.
Ritnaalden bijten van zaailingen soms net onder de grond de plant door. Tevens wil dit insect wel nog eens boorschade geven in gewassen zoals wortel, aardappel, en rode biet. Bij gebrek daaraan zullen ze ook andere wortels aantasten. Ze maken gaatjes en gangen in de knollen of wortels.

11-10-09

Werkzaamheden in oktober


Okt.. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972




Week1
Verschillende hoekjes zijn nu leeg gekomen. Laat de boel daar zo niet liggen doch ruim alles netjes op. Ook het onkruid moet nog eens uitgeroeid worde indien u dat nu zijn gang laat gaan, is de tuin vóór de winter weer helemaal groen. Het onkruid groeit lang door, daarom moet de strijd ook zo lang mogelijk volgehouden worden. Indien er dus nu een mooie, zonnige dag is, gaan alles met de schoffel en de hark na, ook al staat er niets meer op het lan Verder moeten nu de late aardappelen uit de grond zijn. Indien u ze er niet allemaal uit heeft, moet u zich toch haasten. Het weer wordt hoe langer hoe slechter, straks is de tuin één en al modder, en dan wordt het droog krijgen van de aardappelen steeds moeilijker.


Droge bonen. Droge bonen, zoals bruine bonen en citroenboontjes, moet nu naar binnen toe. Het weer wordt er niet beter op, laat ze dus niet te l& meer buiten staan. Mochten ze nog niet droog zijn, pluk dan nog een gedeelte van de bladeren af, ze drogen dan vlugger. Misschien kunt u ze ook onder e afdak te drogen hangen; doe dat dan op een plaats, waar de wind er door kan waaien. Zijn ze goed droog, zodat u de boontjes kunt horen rammelen dan mogen ze naar binnen. Indien u niet veel plaats heeft, kunnen de peul afgeplukt worden. Ze kunnen dan midden in de winter, als er anders niet vi te doen is, gedopt worden. Heeft u echter plaats, breng ze dan aan de struik naar boven, ze kunnen dan later uitgedorst worden.


Peterselie en snijselderie. Indien in augustus jonge plantjes gezaaid kunnen die nu zo ver in ontwikkeling zijn, dat ze gemakkelijk overgeplaatst kunnen worden. De hele winter buiten blijven kunnen ze echter niet, daarvoor moet u een broeibak hebben. De plantjes worden onder glas ingegraven en door de winter heengebracht. Het is voldoende indien het bakje alleen strenge vorst met een rietmat bedekt wordt. Mocht u niet gezaaid heb dan kunnen de kleinste plantjes nu worden opgenomen en in een broeikas worden ingegraven. Niet iedereen is in het bezit van een broeibak. ma er kunnen een paar plantjes bij elkaar in een bloempot gezet worden. Daar de planten nogal lange wortels hebben, moogt u gerust de helft afsnijden.


Week2
Koolstronken opruimen. Van de geoogste kool kunnen nu de stronken worden opgeruimd. Breng deze niet op de composthoop, er kunnen immers ziekten in zitten, vooral knolvoet, en deze zouden zich dan door de composthoop verspreiden. Het beste is zulke stronken maar te verbranden, als dat tenminste mogelijk is; geef ze anders met de vuilniswagen mee.


Bleekselderie. Bleekselderie moet nu verder gebleekt worden. Ze wordt dus ingepakt, zoals we dat eerder hebben aangegeven. Mocht u een broeibak heb­ben, dan worden de planten nu opgenomen en in zo'n broeibak opgekuild.


Spruitkool. Soms heeft spruitkool veel last van losse spruiten, vooral aan de onderkant kunnen er veel zitten. Het is nu tijd die losse spruiten af te plukken, de andere kunnen dan beter doorgroeien. Deze losse spruiten behoeven niet weggegooid te worden, ze zijn nog eetbaar.


Bieten rooien. Het wordt nu tijd voor het oprooien van winterbieten, dat zijn de bieten die voor de winterprovisie bestemd zijn. Dat oprooien moet zo voorzichtig mogelijk geschieden, opdat niet te veel aan de wortels beschadigd wordt. Met een schop moet het daarom liever niet gedaan worden, het gaat beter met een mestvork. Het blad mag er niet afgesneden, maar moet er met de hand afgedraaid worden; dat voorkomt sapverlies. Indien veel sap ver­loren gaat, worden de bieten bij het koken licht van kleur, hetgeen een minder aangenaam gezicht is. Bovendien zijn ze dan niet zo gemakkelijk gaar te krijgen. Bieten moeten op het land goed te drogen gelegd worden, voordat ze naar binnen mogen. U kunt ze op verschillende manieren bewaren, doch de meest gangbare is, de bieten in een hoop wit zand in de tuin in te graven. Begint het hard te vriezen, dan kan er een laag blad overheen gebracht worden. Mocht u geen tuin bij het huis hebben, dan kunnen ze ook in een kist met wit zand in de kelder of op zolder bewaard worden. De hoofd­zaak is dat ze het niet zó koud hebben, dat ze bevriezen, en niet zó warm, dat ze verdrogen of uit gaan lopen. Een temperatuur juist even boven het vries­punt is ruim voldoende.


Week3
Winterwortelen rooien. Haast is er nog niet bij, doch indien op tijd gezaaid is en de wortels nu hun normale grootte hebben, dan kan tot het rooien wor­den overgegaan. Indien uw tuin uit zandgrond bestaat, kunnen de wortels zo uit de grond getrokken worden. Het loof snijdt u af. Bestaat de grond uit klei of veen, dan zal met een vork gerooid moeten worden. U moet niet met een schop rooien, dan beschadigen de wortels te veel en kunnen ze niet be­waard worden. Na het oprooien moet u ze een paar dagen laten drogen. Ze mogen niet vochtig in de winterbewaarplaats komen. U kunt ze op verschil­lende manieren bewaren; de hoofdzaak is, dat ze niet te warm, maar wel vorst­vrij liggen. Vorst verdragen ze niet. U kunt ze in de kelder bewaren, doch ook op zolder; deze moet echter niet te droog zijn, wat met de meeste zolders wel het geval is. In kisten met wit duinzand kunnen ze goed bewaard worden. Eerst legt u een laagje zand, dan wortels, zand, wortels en zo vervolgens. Heeft u een grote tuin, dan kunnen ze in een kuil bewaard worden. Aanbeveling ver­dient het, ze in wit zand te leggen, ze rotten dan niet zo gauw. De kuil kunt u afdekken met wat stro of blad. Zodra het hard begint te vriezen, moet deze bedekking verzwaard worden. Bij open weer gaat die er af, anders zouden de wortels te veel uitlopen.


Keukenkruiden. Nu kan men keukenkruiden bestellen; doe dat bij een vasteplantenkweker. Ze verlangen een goed bemeste grond en een zonnig plekje. Bonekruid kan men zaaien, doch er is ook een overjarig soort. Bieslook en Lavas en Pimpernel heeft men ook nodig. Kruiden kan men gemakkelijk voortkweken door middel van scheuren; dat kan men nu doen, doch ook in het vroege voorjaar.


Week4
Spruiten plukken. Met het plukken van spruiten kan begonnen worden. Deze groente is evenals boerenkool het fijnst van smaak, als de vorst er een paar maal overheen is geweest. Zolang het nog niet gevroren heeft, is ze niet zo smakelijk. Natuurlijk worden eerst de grootste spruiten geplukt, de andere kunnen dan weer groeien.


Witte kool. Deze koolsoort kan niet lang buiten blijven staan, ze kan geen of weinig vorst verdragen. Ze wordt, voor zover ze niet voor het maken van zuurkool wordt gebruikt, nu van het land gehaald en op een koele zolder gelegd, waar ze het langst goed blijft. Lang kunt u deze koolsoort echter niet bewaren.


Rode kool. Indien de kool goed hard is, kan ze nu van het land gehaald worden. Ze is wel iets sterker dan de witte kool, doch veel vorst kan ze niet verdragen. Deze kool laat zich echter heel goed bewaren. Ze kan met stronk en al in een vorstvrije schuur worden opgehangen, of op zolder worden be­waard, maar meestal is het daar te droog. Indien uw tuin op hoge zandgrond gelegen is, kan ze daar ook opgekuild worden. De kolen worden dan met stronk en al opgenomen, waarna ze in een hoop wit zand bewaard worden. De stronken moeten boven de grond uitkomen. Als het hard gaat vriezen, moet de hoop met blad worden afgedekt. Ook kan er een veurtje gegraven worden van on­geveer twintig centimeter diepte, waar dan de kolen op de kop worden ingezet. Zodra het begint te vriezen, kunt u er droog blad tussen strooien. Het grote bezwaar is echter, dat de kool niet geregeld te controleren is, zodat gauw rotplekken ontstaan. Daarom is ophangen in een schuur beter, dan kan ze geregeld gecontroleerd worden.