30-09-10

Koolwittevlieg : kenmerken, oorzaken en bestrijding.

Kent u de koolwittevlieg? Nee? Best mogelijk, want het is niet overal een probleem, maar voor wie er wel last van heeft behoort koolwittevlieg tot de vervelendste en meest hardnekkige plagen in de moestuin.  Lees in dit bericht over deze vervelende plaag, bekijk de foto’s en lees vijf tips om de plaag onder controle te krijgen: Koolwittevlieg : kenmerken, oorzaken en bestrijding.

Een veel voorkomende luizensoort op boerenkool is de melige koolluis. Die nestelt zich meestal aan de onderkant van het blad. Het blad begint te krullen en aan de bovenkant ontstaan lichte, witgele verkleuring. Als u aan de onderkant van het blad kijkt, is het alsof zich rond die luizen een meellaagje bevindt.

Ook een uiterst lastig insect, dat veel in kassen wordt aangetroffen, maar zich in warme zomers ook buiten op de gewassen kan storten, is de witte vlieg. Het is een heel klein, helderwit driehoekig ogend vliegje van nog geen twee millimeter groot, dat zich ook weer en meestal in grote aantallen aan de onderkant van het blad ophoudt.
Bij de geringste aanraking van de plant vliegen ze in een wit wolkje weg.


Helaas, helaas; hier al jaren last van witte vlieg, een verder onschuldig heel klein vliegje, ware het niet dat ze eitjes legt, het liefst onder boerenkoolblad. Zelf wel eens zo erg gehad dat de hele onderkant van het blad wit zag, dan helpt zelfs een zoutbadje niet meer. Je kunt er ongetwijfeld wel insecticide voor kopen maar dat gebruik ik liever niet (ik wil ook graag het blad eten, zonder chemische middelen). Het enige wat je er verder aan kunt doen is een heel fijnmazig net plaatsen wanneer de witte vlieg actief wordt (in de tweede helft van de zomer en de herfst), de mazen mogen dan echt niet groter zijn dan 2 of 3 millimeter, en dat is wel prijzig (maar gaat jaren mee). Of toch maar de witte laag eraf boenen na de oogst dan.... 


TIP van Jacob: Boerenkool grondig spoelen in een emmer water buiten alvorens te bereiden in de keuken.

25-08-10

Moestuindief is nieuwste plaag voor volkstuinders

Volkstuinders waren al wat gewend op het gebied van vandalisme, maar worden nu met een nieuw fenomeen confronteert: het leegroven van complete moestuinen.
Ook de volkstuinvereniging Ons Belang in Haren ontkomt hieraan niet: een aantal aalbes- en kruisbessenstruiken, spekbonen zijn compleet leeggeroofd.
De belangenvereniging voor hobbytuinders AVVN weet dat volkstuinen vaak met vandalisme en diefstal te maken krijgen. Voorzitter Herman Vroklage: ,,De oogst is blijkbaar het laatste wat ze nog kunnen meenemen. Het is heel zot, wie doet dat nou?''

19-07-10

De moestuin half juli

Er kan al volop geoogst worden, maar er kan ook nog heel veel gezaaid en geplant worden. Zo vermijd je dat je eind september met een kale moestuin komt te staan. Hieronder volgen wat actualiteiten en tips uit de moestuin.


De moestuin half juli : een keerpunt, geen eindpunt.

02-07-10

Hittegolf in de groentetuin?

Wat zijn de gevolgen van een hittegolf in de groentetuin?

door Plantaardig op 1 Jul, 2010
Bloemkool : boorders (te vroege koolvorming door gebrek aan blad), bloemkolen hebben vocht nodig om voldoende blad te maken
Broccoli : te kleine schermen
Aardappelen : loofverbruining bij aardappelen, vroegtijdig afsterven loof, te kleine aardappelen (bij de vroege teelten)  Bij latere teelten slechte knolzetting. Straks misschien doorwas?
Aardbeien : te klein, bevatten te weinig sap
Peultjes en erwten : versnelde oogst van de peultjes en erwten, hou het bij!
Slasoorten : bruine bladranden, sla moet heel regelmatig water krijgen.
Andijvie, knolvenkel : voortijdig opschieten van vroeg gezaaide knolvenkel en andijvie.
Bron http://www.plantaardig.com/groenteninfo/berichten/wat-zijn-de-gevolgen-van-een-hittegolf-in-de-groentetuin/

28-06-10

Houtduif: pikschade koolsoorten

Koolsoorten zijn zeer gevoelig voor schade door houtduiven. Duiven zijn ook gek op spinazie (naast spruitkool en boerenkool).
Duiven hebben voorkeur voor jonge planten, maar ze vreten soms ook aan langer staand gewas zoals bloemkool.
Afrasteren met gaas erover.

14-06-10

Groenten zaaien en planten in juli en augustus

door Plantaardig op 12 Jul, 2009 in Moestuin

De kalender met de uiterste data om een groenteteelt op te starten.

Het is een echte aanrader om in deze periode van het jaar ook op de uiterste data nog wat te zaaien of te planten. Zo kunt u tot diep in het najaar (en de laatste drie jaar, dank zij het zachte najaar tot de jaarwisseling) groenten oogsten. Voordeel is dat de groenten door het koele klimaat in het najaar lang kunnen bewaren op het veld. Terwijl in volle zomer de bloemkolen, broccoli ’s, sla binnen de week oogstbaar zijn en snel moeten geoogst worden wil men geen kwaliteitsverlies hebben, kan dit in het najaar over een veel langere periode gespreid worden.

Zie vervolg van dit artikel
http://www.plantaardig.com/groenteninfo/berichten/groenten-zaaien-en-planten-in-juli-en-augustus/

15-05-10

De moestuin in mei, van lente naar zomer!

Deze typische overgang van lente, naar soms al zomerse temperaturen, laat dit jaar op zich wachten. Men kan zich zelfs afvragen of het de afgelopen dagen zelfs al lente was. Na een paar zeer koude weken is er hier al twee nachten na elkaar grondvorst geweest. Gelukkig werden de aardappelen die niet onder folie zaten donderdag aangeaard zodat de schade nog zal meevallen. Wie het toch al waagde vorstgevoelige planten in de tuin te planten zou straks wel eens teleurgesteld kunnen zijn . De groei van veel groenten liet de laatste weken te wensen over. En toch, zoals ieder jaar zullen we zien dat de natuur zich herstelt en valt er van  deze koude eerste helft van mei binnen twee weken niets meer te zien. Wat ongetwijfeld wel zal blijven is dat de primeurs die niet onder folie stonden wel wat later zullen zijn, zoals aardappelen, spinazie  en de eerste sluimerwten. Wat in koude bak geteeld is heeft veel minder achterstand opgelopen te hebben, met name spinazie en sla.
Normaal gezien is mei  zowat de meest intensieve maand in de moestuin. De eerste voorjaarsgroenten worden geoogst en vragen de nodige onderhoudszorgen, maar er is nog heel wat te doen wat planten en zaaien betreft. Het is voor onze groentetuin dan ook de sprong van het voorjaar naar de zomer. Weinig wat niet kan gezaaid of geplant worden in mei.  De klimaatcondities zijn straks wel  ideaal voor zowat alle groenten. Laat u echter niet verleiden om té veel te poten of te zaaien. Dit zou op een bepaald moment tot overproductie leiden. Hou nog wat achter de hand voor juni, juli en ook augustus. Om ook later in het jaar nog te kunnen oogsten. Er zijn immers nog heel wat groenten die laat kunnen gezaaid worden, of zelfs het best laat gezaaid of geplant worden. Mei lijkt mij nog net  iets te vroeg voor de  typische herfstgroenten zoals knolvenkel, andijvie , suikerbrood en radicchio en chinese kool.

In dit artikel vindt u een bloemlezing uit de mogelijkheden met 50  links waar u op kunt klikken om u in één en ander te verdiepen.

URL to article: http://www.plantaardig.com/groenteninfo/berichten/de-moestuin-gaat-van-lente-naar-zomer/

03-05-10

Aardappelen aanaarden, bemesting en nachtvorst.

Aanaarden_aanaarder2Er staan al heel wat vroege aardappelen  een flink eind boven de grond. Zeker deze onder folie of doek.
Als het nog niet gebeurd zou zijn, dan wordt het tijd om het doek of folie eventjes aan de kant te schuiven en aan te aarden (artikel). Daarna de afdekking toch nog even terug leggen, want aanstaande woensdag wordt in sommige streken in het binnenland nog een koude ochtend voorspeld, kans op vorst aan de grond dus! Ook  bij de aardappelen zonder doek of folie wordt het uitkijken naar woensdagochtend. Zelfs  als ze nog geen tien centimeter hoog zijn kan het dan nodig zijn toch al aan te aarden, als op dat moment zou blijken dat er inderdaad nachtvorst aan de grond aankomt.
door Plantaardig op 2 Mei, 2010 in Aardappelen, moestuin in april

12-04-10

Witlof inzaaien

Witlof wordt rond half mei gezaaid. Er zijn vroege, middelvroege- en late soorten. De afstand tussen de rijen is 30 cm en in de rij 15. Het zaaibed moet goed fijn geharkt en vlak zijn. Witlofzaad is klein en met ongeveer 2 cm diep gezaaid worden. De geulen moeten zorgvuldig dichtgeharkt en aangedrukt worden. In een droge periode kan het verstandig zijn om plastic over het zaaibed te gooien om een betere kieming te krijgen. Een andere mogelijkheid is, om natte jute zakken over het zaaibed te leggen.


Het is dan wel noodzakelijk om in de gaten te houden wanneer de witlof opkomt. De zakken moeten direct worden verwijderd, bij voorkeur ’s avonds. Nadat de planten vier blaadjes hebben moeten ze worden gedund op 15 cm. Met een goede verzorging kunnen de planten die worden verwijderd nogmaals worden geplant. Er zullen aan deze verplante witlof meer zijtakken groeien, maar dat is voor de amateurkweker niet zo’n probleem. Al vrij snel bedekt het blad van de plant het hele teeltbed waardoor er weinig onderhoud meer is.

Bron DLV Nieuwsbrieven
 

Spitten van de moestuin

Voor een goede grond- , water- en luchtverhouding is grondbewerking noodzakelijk. Er wordt nogal eens over de grond van de tuin gelopen.
Dit is niet goed voor de grond. De grond gaat dan namelijk dichtzitten en daarom is spitten noodzakelijk om de grond weer los te maken (probeer na het spitten dan ook niet meer over de grond te lopen). Wanneer u gaat spitten kunt u vaak direct bemesten. Dit hangt wel af van de diepte die u gaat spitten en de grondsoort van uw tuin. Een nieuwe tuin zou de eerste paar jaar flink gespit moeten worden. De grond wordt dan goed gelucht en het bodem leven kan op gang komen. Kleigrond moet in het najaar worden gespit. De vorst kan dan ’s winters de grote brokstukken stukvriezen.
De eerste paar jaar gebruikt u de spade voor het spitten. Maar afhankelijk van de grondsoort kunt u daarna overgaan op de cultivator of spitvork. De spitvork is een vork waarmee de grond alleen los gemaakt wordt en niet om gekeerd, dit is beter voor het bodem leven. Denk eraan dat wanneer u met cultivator of spitvork werkt, u alleen zeer goed gecomposteerde
mest gebruikt. Het spitten is eigenlijk een vak apart. Indien u er geen slag van heeft, laat het dan liever door iemand doen, die het wel kan. De grond moet behoorlijk diep losgemaakt worden als er een storende laag in zit, is deze gebroken kun je volstaan met en diepte van 15 cm of we met groenten of met bloem en te doen hebben, maakt niet veel uit.
N .B. Onderzoek altijd eerst wat voor soort bodem u heeft. Alle activiteiten in uw tuin hangen af van de grondsoort, de structuur, het verleden van de tuin en het leven in de bodem .


Bron DLV Nieuwsbrieven
 

Koolstronken verwijderen

 U kunt vast aan het werk in de moestuin. Alle koolstronken moeten de grond uit. De meeste kool is inmiddels van de tuin verwijderd, maar de koolstronken blijven vaak nog staan. Het is belangrijk dat u deze ook verwijderd anders gaan ze straks bij het spitten onder de grond en dat moet voorkomen worden!

Aangetaste koolsoorten zijn namelijk erg gevoelig voor de ziekte knolvoet. Knolvoet herken je door de onregelmatige, knobbelvormige gezwellen die op de wortels komen. Andere symptomen zijn:
* Bij warm, zonnig weer gaan de planten overdag slap hangen en herstellen zich ’s avonds pas weer.
* De planten krijgen een loodachtige kleur.
* Jonge planten blijven klein, misvormd of sterven vroeg af.
* Zwaar aangetaste planten vallen om, breken af aan de wortelkraag en sterven af.
De schimmel kan sporen vormen die 8 jaar kunnen overleven in de grond. Alle koolgewassen kunnen worden aangetast, maar ook sierplanten en onkruiden die behoren tot de familie van de kruisbloemigen kunnen de oorzaak zijn.
Het maakt geen verschil of u op lichtere of zwaardere grond teelt, knolvoet komt op beide grondsoorten voor.
Alhoewel zwaardere gronden over het algemeen minder gevoelig zijn dan de lichte gronden.
De schimmel is gek op zure gronden en temperaturen tussen de 18 en 25 graden Celsius De aantasting is dus groter in de zomer en de herfst dan in het voorjaar.
Besmet plantmateriaal of de aanvoer van besmette grond kunnen de oorzaak zijn van knolvoet in uw tuin. De besmette grond kan aan uw zolen blijven plakken en daardoor de rest van uw tuin besmetten als u daar niet op let. Maar ook stalmest en slecht vercomposteerde organische materialen kunnen drager zijn van de schimmel. Het kan zijn dat de mest van dieren die aangetaste planten als voeder hebben gekregen de bron vormen van de aantasting in uw tuin.

Preventie
· Pas een ruime vruchtwisseling toe.
· Controleer het aangekocht plantgoed op aantasting.
· Streef naar de ideale zuurtegraad voor uw bodemtype.
· Zorg voor een goede ontwatering en verluchting van de bodem.
· Verwijder kruisbloemige onkruiden regelmatig.
N.B. Geef zieke planten en wortelstronken mee met het huisvuil. Gooi ze zeker niet op de composthoop.

Bron DLV Nieuwsbrieven

Pronkbonen

 

Pronkbonen zetten moeilijk vrucht tijdens warme omstandigheden. Zaai ze dus niet te vroeg om te voorkomen dat ze juist in de warmste maand van het jaar (augustus) gaan bloeien. Een geschikt moment om te zaaien is half juni.

Teeltplan



Eén op vier
Gelukkig kom ik steeds meer mensen tegen die de groentetuin op papier zetten om beter overzicht te houden waar welke gewassen gestaan hebben in de afgelopen jaren. De volgorde van gewasgroepen is daarbij erg belangrijk. De beste ervaring heb ik door de gewasgroepen zoveel mogelijk in te delen naar families. De nachtschadeachtige, vlinderbloemigen, kruisbloemigen en overige. In deze volgorde worden ze ook op de tuin ingevuld. Deze volgorde is bewust gekozen om veel rendement uit de grond te halen. De nachtschadeachtige (aardappelen) kunnen profiteren van de stikstof die de vlinderbloemigen (bonen, peulen, erwten) achter laten. De groep ‘overige’ is een groep waar nogal wat fijnzadige gewassen bij zitten zoals wortelen, witlof, uien, enz. Om deze zaden goed te laten kiemen is een goede bodemstructuur nodig (de aardappelen laten een mooie structuur achter). De groep ‘overige’ komt dan ook na de aardappelen. Blijft nog over de kruisbloemige (koolsoorten). Deze groep zit tussen de vlinderbloemige en overige in.
Het makkelijkste en beste systeem is de tuin in vier stukken verdelen. Dit betekent dat aardappelen één keer in de vier jaar geteeld worden. Dit is van groot belang om de opmars van aardappelmoeheid tegen te gaan. Wat de andere groepen betreft, zijn er voldoende mogelijkheden om een goede vruchtwisseling toe te passen. De groep vlinderbloemigen moet binnen het vak in tweeën gedeeld worden, omdat de peulen en erwtensoorten een ruimere vruchtwisseling moeten hebben dan één keer in de vier jaar. Als u op het vlinderbloemigenvak de bonensoorten op de ene helft zaait en de erwtensoorten en tuinbonen op de andere helft en na vier jaar deze twee helften omdraait zit u op een vruchtwisseling van één op acht. Hetzelfde doet u met het ‘overige’ vak. De uiachtigen en de knolselderij, aangevuld met eventueel de wortelen op de ene helft en de rest op de andere helft. Ook hier krijgt u dan een vruchtwisseling van één op acht. Vooral het werken binnen de vakken met teeltbedden is erg gemakkelijk voor de vruchtwisseling en bovendien is het gunstiger om nog een nagewas te telen. De makkelijkste maat is 1.50 meter inclusief pad.
Bron DLV Nieuwsbrieven

28-03-10

Volkstuinen in Haren


Achter het uitloopgebied Oosterhaar (aan het eind van de Klaverlaan naast zorgboerderij De Mikkelhorst) strekt zich een weids polderlandschap uit. Daar liggen de volkstuinen van Haren. “Werken in de volkstuin is heerlijk”, zegt secretaris Jaap Woudsma, oud-chemicus. “De natuur om je heen, zingende vogels. Als kind werkte ik al in de volkstuinen van mijn vader. Die lagen in Helpman. In die tijd was het trouwens geen hobby, maar noodzaak.” De Harense volkstuinen zijn niet erg bekend. Haren de Krant trok daarom het veld in en trof daar een bevlogen tuinder.


Ons Belang
“Het heeft niet veel gescheeld of we hadden een ijsbaan en een manege als buren”, zegt Jaap Woudsma. “Dit is al onze derde locatie. We zijn in de jaren ‘70 opgericht door de Buurtvereniging ‘Ons Belang’. De wijk Oosterhaar groeide en er kwamen mensen van het platteland wonen. Die waren gewend aan een eigen tuin en die kregen ze hier natuurlijk niet. ‘Waar zijn de volkstuinen?’ vroeg men zich daarom direct af. De eerste tuinen lagen aan de Waterhuizerweg, maar die moesten weg voor nieuwbouw. We zijn toen aan Tussenziel terechtgekomen, maar daar moesten we in 1992 vertrekken, omdat Etmat werd gebouwd. Nu zitten we op een heel mooie plek.”

Water
Als Woudsma over de volkstuinen spreekt, is dat met passie. Hij vindt het mooi, dat de grondsoort en de waterhuishouding het werk niet te gemakkelijk maken. “Wij moeten hier strijd leveren tegen het water. Vroeger hadden we nog wel eens contact met de man die het   elektrisch gemaal bij het Winschoterdiep bediende. Nu niet meer en dat is jammer. Soms mag van ons de zaak wel wat eerder worden aangezet.” Maar volgens Woudsma is ook de grondsoort grillig en aantrekkelijk tegelijk. Hij zegt: “Het is vruchtbare grond. Leemhoudend zand van de Hondsrug, maar ook gemengde grond in de laagten tussen de zandruggen met kleileem en veengrond. Die veengrond houdt het ontwateren tegen en daar hebben we wel last van. Maar dat is tevens de grote uitdaging, haha. Biologen willen het “uitloopgebied” natter hebben, wij graag wat droger.” Het verbouwen van eigen groente en fruit is tegenwoordig een hobby. Vroeger was het noodzaak. Woudsma: “In mijn jeugd verbouwden mensen groenten om financiële redenen. Er moesten grote gezinnen gevoed worden en je kon hier veel geld mee besparen.” Onlangs meldde zich bij Woudsma een nieuw lid aan, een moeder, die haar kinderen wel eens wilden laten zien waar de groente vandaan kwam: die groeit nu eenmaal niet in potjes van Hak. “Dat vond ik een leuke gedachte”, zegt Woudsma. “Er zitten ook educatieve aspecten aan.”
De folklore van de volkstuin bestaat dus nog steeds in Haren, ook al zijn de motieven veranderd.  Hij staat een ogenblik zwijgend te kijken over de landerijen, waar hij zo van houdt. “Ik kom hier in de zomer al om zes uur ’s ochtends, dan geniet ik van de natuur om me heen. Vlinders, bijen, egels, kikkers, allemaal vaste gasten. Het is een voorrecht hier te schoffelen.”

17-03-10

De volkstuinvereniging in Haren (Oosterhaar)

De volkstuinvereniging stelt zich ten doel het exploiteren van een volkstuincomplex met een blijvend karakter, evenals het bevorderen en behartigen van de tuinrecreatie. (Huishoudelijk Reglement) Deze volkstuinen zijn gelegen aan het einde van de Klaverlaan nabij het project “Uitloopgebied” (handhaving bestaand natuurgebied “wetlands” en oude graslanden) en de Zorgboerderij Mikkelhorst en vormt hiermede een sluitend geheel in de Oosterpolder.
De grondsoort kan leemhoudend zand zijn van de zandruggen Hondsrug en de Essen-Onnen rug of gemengd met een grondsoort afkomstig van de aan weerszijden gelegen laagten met leem gevuld en veengrond: drassige grond en grasland met onkruid, dat goed gedijt op vochtige grond. De veenlaag houdt een sterke ontwatering tegen, zodat in het verleden een goede ontwatering een probleem kon zijn. Vroeger vormde het Reitdiep een open verbinding met de zee, het slib wat achterbleef vormde een welkome bemesting!
Momenteel wordt door het Waterschap de ontwatering bepaald door een elektrisch gemaal.
(Bron Haren tussen Hunze en Aa; Geschiedenis van de Harener Waterstaat; Harener historische reeks nr. 4)
Een belangrijk uitgangspunt van de vereniging is dat alle leden zo groot mogelijke vrijheid hebben bij inrichting en gebruik van hun tuin. Uiteraard binnen de kaders van de wet en van de reglementen van onze tuinvereniging, want er zijn regels waar rekening mee moet worden gehouden. We zijn ook een sociale vereniging en voeren hangend op een schoffel of zittend op een tuinbank vaak ‘werkoverleg’. Een volkstuin is niet voorbehouden aan een bepaald soort mensen; bij ons kunt u mensen van alle mogelijke leeftijden en achtergronden aantreffen: van jonge gezinnen tot ouderen, man en vrouw.
Het complex ligt midden in de natuur en heeft grote diversiteit aan diersoorten, waaronder gewenste (vlinders, bijen egels, kikkers) en minder gewenste (reeën, woelmuizen, woelratten, konijnen, houtduiven).
Historie
Midden jaren ‘70 is de volkstuinvereniging gestart. Het complex was gelegen aan de Waterhuizerweg. In het begin was er zoveel liefhebberij voor dat de tuinen na loting werden toegewezen. Na een paar jaar moest worden verhuisd naar locatie “Tussenziel”. Locatie Tussenziel moest wijken voor woningbouw in het jaar 1992 en de vereniging moest noodgedwongen verhuizen van Tussenziel naar de huidige locatie einde Klaverlaan.

26-02-10

Phytophthora: de aardappelziekte

Phytophthora is een schimmelziekte die ook wel de aardappelziekte wordt genoemd. De schimmel tast ook tomaten aan. Phytophthora kan bij warm, vochtig weer snel het gewas zwaar aantasten. De oogst kan geheel verloren gaan. De moeilijk beheersbare ziekte verspreidt ook snel naar aardappelen en tomaten in de omgeving.
Phytophthora herkent u aan bruinzwarte vlekken op het blad, waarbij aan de onderkant van het blad op de grens van ziek en gezond, groen weefsel onder vochtige omstandigheden wit schimmelpluis ontstaat. Op de stengels kunnen bruinzwarte vlekken ontstaan, die vaak beginnen in de bladoksels. Op de knollen vormt Phytophthora bruinachtige, iets ingezonken plekken; de knol is roestbruin verkleurd met ‘eilandjes’ van gezond weefsel. De knol verrot.
Verspreiding
De ziekte verspreidt zich via oösporen en via sporen en overwintert in knollen en in afvalhopen.
Oösporen zijn overlevingssporen die in de grond en in loofresten achterblijven. Ze kunnen in de grond enkele jaren overleven. Ze ontkiemen onder vochtige omstandigheden (plassen) en kunnen dan bladeren die op de grond hangen, infecteren.
Aantasting door oösporen kunt u voorkomen door niet vaker dan eenmaal per 4 jaar op hetzelfde stuk tuin aardappelen of tomaten te telen. Voorkom dat er plassen ontstaan als u de planten water geeft.
Voorkom de verspreiding van oösporen door aangetaste bladeren en stengels zo snel mogelijk te verwijderen in een dichte plastic zak. Geef dit mee met het huisvuil. Als u ziek loof op de composthoop gooit en later de compost onderspit, verspreidt u de oösporen met de compost over uw hele tuin.
Sporen zijn ziektekiemen die zich via de lucht verspreiden en zo de buur- percelen kunnen aantasten. Ze worden gevormd in het witte schimmelpluis op de onderkant van aangetaste bladeren en stengels. Verwijder aangetaste plantendelen.
Voorkomen en bestrijden
De beste maatregel tegen Phytophthora is de ziekte zo lang mogelijk voorkomen. Zit de ziekte eenmaal in het gewas, dan is een goede aanpak nodig om nog een opbrengst te halen en om uitbreiding naar buurpercelen tegen te gaan. Het is bovendien wettelijk verplicht om zware aantastingen te bestrijden.
Met de volgende maatregelen kunt u de gevolgen van de ziekte voorkomen of uitstellen:
• opslagplanten en afvalhopen verwijderen;
• NAK-gekeurd pootgoed gebruiken (dit is op diverse ziekten en aantastingen gekeurd en onderzocht);
• vroeg gewas (voorkiemen, vroeg rijpend ras);
• evenwichtige bemesting en juiste plantafstand;
• aangetast loof verwijderen in een dichte plastic zak;
• chemische bestrijding.
Chemische bestrijding van de schimmel werkt preventief. Dat betekent dat u het gewas spuit voordat het aangetast is. Daarvoor zijn diverse middelen verkrijgbaar. Volg de gebruiksaanwijzing strikt op.
Bron: LTO-Nederland
Oösporen:
Deze dikwandige sporen ontstaan na aantasting in het blad en komen vrij in de grond als het blad wordt afgebroken. In kleigrond kunnen de sporen 3 jaar overleven, in zandgrond 4 jaar. Via opspattend water infecteren ze het nieuwe gewas. Het is zelfs niet uit te sluiten dat de oösporen rechtstreeks knollen of opkomende stengels kunnen infecteren.
Alternatieve waardplanten:
Naast raketblad (Solanum sisymbriifolium), is in Nederland ook bitterzoet (Solanum dulcamara) bekend als waardplant voor Phytophthora infestans. (Een waardplant of gastheer is een plant waarop een organisme of virus de bestanddelen vindt, die voor zijn groei (en vermeerdering) nodig zijn. Zo'n organisme kan een insect, rups, spint, schimmel, bacterie, halfparasitaire of parasitaire plant zijn. Ook van andere nachtschadeachtige zijn gevallen bekend van aantasting)
Ook van andere nachtschadeachtigen zijn gevallen bekend van aantasting.

11-02-10

Tomatenteelt en phytophthora

Het verbouwen van tomaten is een geweldig aantrekkelijke bezigheid. Zelf geteelde, rijpe tomaten, je weet niet wat je proeft!
Wat soorten en rassen betreft, je kunt te kust en te kern gaan, zelf zaaien, zelf enten, planten kopen, je hebt onnoemelijk veel mogelijkheden. Tuincentra, kwekers, zaadhandels, alle zijn ruim gesorteerd, maar:
doorgaans is het begin goed. Een voorspoedige groei, vruchtzetting en goed rijpingsproces, zoals het hoort. Maar dan komt er snel een stevige kink in de kabel in de vorm van een dramatisch snelle ontwikkeling van phytophthora (de aardappelziekte). In enkele dagen ben je een voortreffelijk uitziende oogst kwijt. Ook andere ziekten kunnen drastisch huis houden in de tomatenbestand en leiden tot misoogst.
Het is op dit moment zo dat teelt van tomaten in de open grond afgeraden moet worden. Er is een zeer grote kans dat er totaal niets van terecht komt. En nog afgezien van de rol die tomateninfectie speelt bij de verspreiding en ontwikkeling van phytophthora.
Het blijkt echter dat het overdekt telen van tomaten veel grotere kans op succes geeft. 0p ons complex lukt het degenen die tomaten in de kas telen goed om een behoorlijke tomatenoogst te krijgen, jaar op jaar! Anderen hebben heel behoorlijke resultaten als ze tomaten kweken in plastic kastjes of onder plastic folie. De reden van het succes is naar alle waarschijnlijkheid dat op deze manier schimmelsporen die door de wind en door van de grond opspattend water verspreid worden de planten niet kunnen bereiken en infecteren.
Bij tuincentra en zaadhandels (Van der Wal, Vreeken) zijn kleine uitneembare tomatenkasjes (gemaakt van plasticfolie en metaalbuis) te koop die aan één kant opritsbaar zijn. Als deze zodanig geplaatst worden dat de open kant op het oosten gericht is, is de kans dat er een prima tomatenoogst wordt verkregen, groot genoeg om het eens te proberen.
Maar wel blijft gelden dat bij aantasting door phytophthora en ook na de oogst loof en afval onmiddellijk moeten worden afgevoerd naar de groene container!
Bron Buurtvereniging “Ons Belang” Afdeling Volkstuinen Haren

04-02-10

Overdenkingen: voorjaar in de biologische tuin


Vanaf maart wordt de tuin in gereedheid gebracht.
Biologische tuiniers hebben het idee dat spitten niet goed en nodig is voor de grond. Het losmaken met een spitvork (plattander) of een 3-tands cultivator moet voldoende zijn voor een reeds bewerkte tuin.

De afwatering wordt verbeterd: we zijn afhankelijk van bodembacteriën en regenwormen, die niets doen als er geen zuurstof in de grond aanwezig is.Het is meestal voldoende een of meer greppels te graven naar de sloot.
In de winter als de grond te zuur is (pH 5-6 voor zand- en veengronden) kan magnesiumhoudende kalk worden gegeven. Kalkgiften in het najaar, na het spitten (winterland leggen). Mestgiften worden dan enkele maanden later toegediend.
Een steek diep spitten met een goede voor waarin gras, onkruid en compost-oude koemest weggewerkt kunnen worden. Belangrijk is dat de gespitte grond vlak ligt, aflopend naar de sloot.
Verwijder met de hand kweek en brandnetel inclusief de ondergrondse wortelstokken (uitlopers) en voer het af naar de afvalcontainer.

Ieder stukje wortelstok is weer een stekje!
Een goede grondbewerking met organische mest (compost en verteerde koemest) is van belang voor een goede oogst in de zomer en herfst.

De 3 peilers van goed tuinieren
Aandacht:
een aantal uren per week het gehele jaar, afhankelijk van het weer, toezicht en werkzaamheden

Orde: vruchtwisseling op 5 gedeelten van de tuin
          Wortelgewassen
          Bladgewassen  
          Peulgewassen
          Koolgewassen
          Bloeiende gewassen (aardappelen)
  Werken op een plank of met bedden met tussenpaadjes.

Netheid: in een moestuin concurreren onkruiden met de groenten om water, voedingsstoffen en licht.
Onkruidbestrijding is een vorm van netheid.

Met regelmatig wieden en schoffelen kan elke tuin redelijk snel onder controle worden gehouden.
 

Eenjarig onkruid: schoffelen of wieden met de hand.
Overblijvend onkruid: bestrijden door te spitten met de spitvork tot elk stukje wortel en uitloper is verwijderd. Dergelijk onkruid gaat naar de gft-bak.


De zorg voor de tuin gaat het hele jaar door!