02-12-15

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag sept.-okt.-nov. 2015






WX Data versie 2.3 Groningen-Eelde KNMI gegevens

03-10-15

Tuinieren is een actieve bezigheid


Tuinieren is een actieve bezigheid waaraan je veel plezier kunt beleven. Maar onderschat niet wat een volkstuin betekent. Regelmatig onderhoud voorkomt dat de tuin verandert in een wildernis. Elk seizoen vereist zijn specifieke werkzaamheden, zoals, spitten en bemesten, zaaien en planten, onkruid wieden  of schoffelen, harken, grasmaaien, snoeien, oogsten van groente, enz. Naast het bijhouden van de eigen tuin draagt elke volkstuinder bij aan het onderhoud van het complex. 
Besef, voordat je aan een volkstuin begint, wat het inhoudt. Voor het onderhouden van een tuin (100m2) ben je snel 4-5 uur per week kwijt in het zomerseizoen. In de periode april-mei zal dit wat meer zijn om de tuin gereed te maken.
Binnen de vereniging houden we als regel aan dat de tuin voor 15 april bewerkt en geschoond moet zijn voor het nieuwe groeiseizoen. Voor 15 november moet de tuin opgeruimd zijn.

Om een indruk te geven van het verloop van de activiteiten in een volkstuin, zien de werkzaamheden in grote lijnen er als volgt uit:


januari-april            Grond schonen, eventueel omspitten en bemesten.
                                  Sommige groenten kunnen reeds gezaaid worden.

mei- september        Zaaien-planten en oogsten. De grond onkruid vrijhouden.

oktober-november   Late oogst. Plantenresten verwijderen (compost)

december-januari    Oogsten wintergroenten

Ruim herfstafval op om te voorkomen dat plaagdieren en ziekten kunnen overwinteren.


Tegen de herfst zal het enthousiasme waarschijnlijk al een beetje geluwd zijn door het opkomende najaarsweer. Laat je dan niet tegenhouden maar benut elk droog moment voorzien van passende kleding en enthousiasme.

Nadelen van een volkstuin:
Onkruid.
Let wel, het meeste onkruid is afkomstig van het omliggende uitloopgebied en natuurlijke bemesting. Uitzaaien van onkruid naar de tuinen kan dus niet worden voorkomen.
Het onkruid van naburige (normaal onderhouden) tuinen is minimaal en verwaarloosbaar.
Onderschat onkruid niet! Zaaien en dan een aantal weken niet komen – dan is het onkruid al groter dan de groente!

Tijd. Tuinieren kost veel tijd. Zaaien, verspenen, planten, wieden/schoffelen en water geven, dat zijn de belangrijkste handelingen en die moeten regelmatig uitgevoerd worden om een goede oogst te krijgen.
Nogmaals. Voor het onderhouden van een tuin (100m2) ben je snel 4-5 uur per week kwijt in het zomerseizoen.
Je zult merken dat tuinieren gecompliceerder is dan verwacht en dat, vooral bij veel regen, het “baas blijven op eigen tuin” flink wat inspanning vraagt. Soms volgt na een voortreffelijke start een moeizame periode van groei en onderhoud. En, als u terug komt van vakantie, zal blijken dat het onkruid geen vakantie heeft gehad maar juist heel hard heeft doorgewerkt. Dan is vastberadenheid en doorzettingsvermogen nodig om de tuin weer in de hand te krijgen.
Maar het loont beslist de moeite!


21-09-15

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag juni-juli-aug. 2015






WX Data versie 2.3 Groningen-Eelde KNMI gegevens


10-06-15

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag mei 2015


WX Data versie 2.0 Groningen-Eelde KNMI gegevens

10-05-15

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag april 2015


WX Data versie 2.0 Groningen-Eelde KNMI gegevens

02-04-15

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag maart 2015


WX Data versie 2.0 Groningen-Eelde KNMI gegevens

17-03-15

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag februari 2015




WX Data versie 2.0 Groningen-Eelde KNMI gegevens

04-03-15

Aardappelrassen en aardappelplaag



Vroeg
Vroege aardappelen zijn over het algemeen gevoelig voor aardappelplaag, vandaar een selectie van drie rassen die in deze groep behoren tot de minst vatbare voor aardappelplaag, zeker wat betreft overzetting naar de knol.
Première – Kan zeer vroeg geoogst worden. Bloemige aardappel met gele gladde schil en lichtgeel vruchtvlees.
Prior – Vast in de kook. Geschikt voor kleigrond.
Fresco – Vroeg aardappel. Vastkokend. Zeer goede keukenaardappel, geschikt voor frieten. Lang bewaarbaar.

Halfvroeg
Rassen bijzonder tolerant tegen aardappelplaag en wordt zelfs aangeraden voor biologische teelt.
Sante Bloemige aardappel met lichtgeel vruchtvlees. Geschikt voor alle bereidingen. Goede bewaaraardappel.
Carolus Geelschillige aardappel met rode ogen en Phytophthora resistentie in loof en knol.
Alouette Roodschillige, vastkokende aardappel met een diep gele vleeskleur en Phytophthora resistentie.

Middenlaat en laat
Agria, Nicola, Charlotte zijn gekende, vrij tolerante soorten tegen aardappelplaag.
Bijzonder resistent tegen aardappelplaag zijn :
Ditta, Surprise en Texla , deze laatste heeft eigenlijk nooit last van aardappelplaag.

Kenmerken
Phytophthora herkent u aan bruinzwarte vlekken op het blad, waarbij aan de onderkant van het blad op de grens van ziek en gezond, groen weefsel onder vochtige omstandigheden wit schimmelpluis ontstaat. Op de stengels kunnen bruinzwarte vlekken ontstaan, die vaak beginnen in de bladoksels. Op de knollen vormt Phytophthora bruinachtige, iets ingezonken plekken; de knol is roestbruin verkleurd met eilandjes van gezond weefsel. De knol verrot.



Ziekteverloop
Bron vegetablemdonline.ppath.cornell.edu/factsheets/Potato_Latehtm





1. De spore van aardappelziekte heeft water nodig om te kiemen bij een gematigde temperatuur. 3 tot 5 dagen na de infectie zijn kleine vlekjes zichtbaar op de bladeren, maar ook op de stengels.
2. Deze vlekjes worden snel groter.
3. In het begin zien deze vlekjes er waterachtig, glazig uit.
4. Enkele dagen later zijn dit droge, verdorde vlekken.
5. De vlekken zijn dikwijls omringd door een lichtere gele zone.
6. Ook de stengels kunnen aangetast worden.
7. Bij sterke aantasting en veel regen kan de infectie doorgaan tot in de knollen.

01-03-15

Voortgang proefpakket Phytophthora resistent aardappelen

Door traditionele aardappelveredeling zijn er enkele nieuwe rassen beschikbaar met een natuurlijke resistentie tegen de gevreesde schimmelziekte Phytophthora; deze nieuwe rassen kunnen onbespoten worden geteeld!

Een proefpakket, afkomstig Aardappelveredelingsbedrijf Jalving, zal worden uitgeprobeerd.
Het proefpakket bestaat uit: 

- 1 kg Carolus, een midden vroeg ras, een kruimige aardappel;
- 1 kg Alouette, een midden vroeg ras, een vastkokende aardappel;
- 1 kg TW, een vroeg ras, een vastkokende aardappel.


De aardappelen zullen worden uitgeprobeerd in tuin 66 van de afd. Volkstuinen Buurtvereniging "Ons Belang" Haren (GN)


Grondsoort

De tuinen zijn gelegen nabij het project "Uitloopgebied" (handhaving bestaand natuurgebied "wetlands" en oude graslanden) en de Zorgboerderij Mikkelhorst en vormt hiermede een sluitend geheel in de Oosterpolder (Haren-Gn)

De grondsoort kan leemhoudend zand zijn van de zandrug Hondsrug en de Essen-Onnen rug of gemengd met een grondsoort afkomstig van de aan weerszijden gelegen laagten met leem gevuld en veengrond: drassige grond en grasland met onkruid, dat goed gedijt op vochtige grond. De veenlaag houdt een sterke ontwatering tegen, zodat in het verleden een goede ontwatering een probleem kon zijn. 
Vroeger vormde het Reitdiep een open verbinding met de zee, het slib wat na overstromingen in het winterseizoen achterbleef, vormde een welkome bemesting!
Ongeveer 3/4 deel van de tuin bestaat uit zandgrond. De rest is gemengd
zand - veen. Dit vormt een strook aan de noordkant van het 
volkstuincomplex, grenzend aan de brede sloot. Hier komt op geringe diepte turf voor.

Eigenschappen veengrond
Veengrond is bijna zwart en sponsachtig en bestaat uit bijna verteerd, plantaardig materiaal. Veengrond is meest al (erg) zuur en blijft na een regenperiode erg nat.
Verbeteren:
Drainage is noodzakelijk.
Kalk verlaagt de zuurgraad.
In het voorjaar mesten zal de grond verbeteren.
De meeste groenten houden van een neutrale tot basische grond (pH 7 - 7.5)
Groenten die van een kalkrijke en dus basische grond houden zijn bijvoorbeeld kolen, wortelen en tuinbonen. Groenten die van een zure grond, veengrond houden zijn bijvoorbeeld aardappelen en rabarber (pH 5-6)

Zomer- en winterpeil sloten
In de winter stijgt de grondwaterstand omdat de hoeveelheid neerslag dan groter is als de gewasverdamping. Sloten worden in dit seizoen ingesteld op een lage waterstand (winterpeil), zodat het grondwater naar de sloot kan stromen. Zo wordt een te hoge grondwaterstand voorkomen en is er geen wateroverlast. In de zomer is de gewasverdamping meestal groter dan de neerslag. Het water vanuit de sloten moet dan juist naar het grondwater stromen. Dat kan door sloten in te stellen op een hoge waterstand (zomerpeil). Zo verdrogen er geen planten.
Bron: Waterschap Hunze en Aa’s.


Bij overmatige regenval wordt het waterpeil in de omringende sloten te hoog en is van afwatering geen sprake.

Het is dan geduldig afwachten tot het peil weer is gezakt. Veel tuinen hebben dit euvel. Er blijven plassen staan en de grond is verzadigd met water. In dat geval moet gezorgd worden voor afwatering van de tuin en dat kan gebeuren door langs de tuin greppels te graven uitkomende in de sloot.
Het is ook goed om op natte gronden op bedden te telen, waartussen de paden wat dieper liggen. Een dergelijk bed moet iets bol liggen. Dit is te bereiken door de paden aan weerszijden van de tuin uit te graven aflopend naar de sloot en de hierbij vrijkomende grond midden op het bed te gooien.


De tuin in bedden (120 cm) verdelen en zo hoog mogelijk omgespit.
De sloot is ingesteld op een hoge waterstand (zomerpeil).

Je kan de natuur een handje toesteken door grond af te dekken met zwarte folie, zo blijft de grond droog en warmt hij ook wat sneller op. En ben je minder afhankelijk van het weer om te kunnen starten in de moestuin.
Voorkiemen

Voorkiemen

Voorkiemen is belangrijk bij de vroege teelt van aardappelen om een voorsprong op te bouwen. Een drietal weken voor het planten wordt het pootgoed opengelegd in bakjes in een plaats met veel licht, bij een temperatuur van 10°C. Dit om de ogen te doen uitlopen en scheuten te vormen die kort en stevig zijn.

Om de kieming sneller en gelijkmatiger te laten verlopen kan u het pootgoed bij 18°C en bij veel licht plaatsen. Doe dit alleen als het pootgoed nog geen uitgelopen ogen heeft. Als de ogen uitgelopen zijn worden ze afgehard, door ze terug bij een temperatuur van 6-10°C te plaatsen. Dit kan ook buiten, op een droge plaats. Bij nachtvorst terug binnen zetten.

Het is belangrijk dat de kiemen mooi groen zijn en niet te lang. Dit betekent dus voldoende licht en voldoende afharden.



22-02-15

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag januari 2015


WX Data versie 2.0 Groningen-Eelde KNMI gegevens

Eelde-Groningen temperatuur-neerslag december 2014


WX Data versie 2.0 Groningen-Eelde KNMI gegevens



Zaaien en verspenen



Zaaien.
Meng wit zand en potgrond in een verhouding één op vijf. Vul het zaaibakje en druk dit aan zodat het oppervlak mooi vast, maar ook effen ligt.  Ligt het oppervlak niet mooi vlak, dan rollen de zaadjes in hoopjes bij elkaar. Bevochtig nu met de nevelspuit. Verdeel het zaad gelijkmatig. Dek af tot u het zaad net niet meer ziet. Doe dit  met potgrond gemengd met wit zand, elk de helft deze keer. Het witte zand vergemakkelijkt de opkomst als de plantjes door de grond heen moeten breken.  Bevochtig nogmaals het grondoppervlak.
Zet het zaaibakje bij kamertemperatuur in de huiskamer. Een minikasje is hier nuttig opdat het grondoppervlak niet te snel zou uitdrogen. Koeler kan ook, maar 18° C is ideaal voor een snelle en vlotte kieming.
Maximaal 24 uur na opkomst, moet het zaaibakje onmiddellijk naar een koelere plaats verhuizen. In de warme kamer zouden ze ‘fileren’, d.w.z. een veel te lang stengeltje en dunne blaadjes. Vele koud te telen groenten (zoals sla) reageren sterk op een slechte verhouding tussen temperatuur en licht. Een plaats in de kas, koude bak, plastiektunnel of veranda is natuurlijk optimaal.


Verspenen
Maak de plantjes voorzichtig los en haal de wortels voorzichtig uit elkaar zonder al de aarde los te schudden.
Vul de potjes (diameter ongeveer 6cm) met universele potgrond en druk goed aan, maak daarna een gaatje in de potgrond. Hou de plantjes vast bij de kiemblaadjes.
Laat het kiemplantje in het gaatje zakken tot er nog 1 tot 1,5 cm van het gedeelte onder de kiemblaadjes boven de grond uitkomt. Druk de grond rond het plantje lichtjes aan. Daarna wordt de potgrond nat gegoten met de gieter. De planten staan nu in de kas, koude bak of plastiektunnel.
Een week voor het uitplanten worden de planten verder opgekweekt in open lucht, dit om de plantjes af te harden.

http://www.plantaardig.com/groenteninfo/berichten/broccoli-zaaien-en-verspenen-planten-teelt/


23-01-15

Onkruidbestrijding

Onkruid is hardnekkig, maar chemische bestrijdingsmiddelen weten zelfs de meest standvastige plantjes eronder te krijgen. Maar niet lang meer, want het gebruik van de chemicaliën wordt verboden.
Het gaat om het middel glyfosaat, dat in tuincentra wordt verkocht als RoundUp. Het werkt prima, maar het goedje is slecht voor de gezondheid en doodt ook andere planten. De chemicaliën komen ook in het oppervlaktewater terecht.

Tot 2017 te koop.
Daar wil staatssecretaris Wilma Mansveld een eind aan maken, met steun van een Kamermeerderheid. Vanaf volgend jaar mag RoundUp niet meer worden gebruikt om je terras onkruidvrij te maken. Maar de flessen verdelgingsmiddel blijven tot 2017 nog gewoon te koop.
Sportclubs, campings en andere bedrijven en stichtingen die grote terreinen beheren, mogen onkruid namelijk nog wél chemisch blijven bestrijden. Een Kamermeerderheid vindt dat onzin en wil dat het gebruik van RoundUp ook zo snel mogelijk wordt verboden.
Volgens Mansveld levert het voor die grote bedrijven praktische problemen op als zij op een andere manier onkruid moeten bestrijden. Voor ieder ander betekent het verbod weer ouderwets onkruid wieden of in de weer gaan met middeltjes uit grootmoeders tijd, azijn bijvoorbeeld.

13-01-15

Composthopen

Composthoop.
Let wel op: niet al het biologisch afbreekbare afval is geschikt voor op de composthoop. Aardappelschillen, snijbloemen en citrusvruchten bevatten bijvoorbeeld veel bestrijdingsmiddelen en zijn daarom niet heel erg geschikt voor in de compostbak. Zorg ervoor dat je dit afval niet meer dan één keer per week in de compostbak gooit. Kaas en oud brood mogen helemaal niet op de composthoop. Ze brengen niet alleen de verkeerde schimmels met zich mee, maar trekken ook nog eens ongedierte aan. Gooi ook geen onkruid in de bak; met het verspreiden van de compost, geef je ook het onkruid weer de kans om zich te ontkiemen.

Wel op de composthoop kunnen:
•    theebladeren en koffiedik
•    gras en bladeren
•    rauwe groenteresten (gekookte groente mag niet in de compostbak)
•    eierschalen
•    notendoppen

Bekijk anders eens het lijstje dat Milieucentraal heeft samengesteld voor wat wel en niet in de compostbak mag.

In het algemeen gelden de volgende tuinregels:
Het is verboden afval op of in de buurt van het tuincomplex te storten.
Niet composteerbaar afval (hout, tegels, steen, plastic, glas, metaal) dient door de huurder te worden afgevoerd.
Bioafval hoort op de composthoop. Met uitzondering van zeer hinderlijk onkruid (kweek, zevenblad, haagwinde, akkerkers, knopkruid, hanenpoot, heermoes, jacobskruiskruid) en afval van planten, die gewasziekten kunnen overdragen zoals aardappelen, tomaten, aubergineplanten, zwarte nachtschade e.d. (phytophthora infestans), koolstronken (knolvoet) en aardbeien (virusziekten). Dit afval kan worden gedeponeerd in de containers die aan de toegangsweg staan. Deze zijn afgesloten met een hangslot en de leden van het bestuur hebben een sleutel. De containers worden door de gemeente geleegd. Het afval dient zo veel mogelijk vrij van aarde te zijn. Aanhangende aarde hoort niet in de container!