07-02-2013

OP TOENE in FEBRUARI

Pastinaak
Voor wie nog niet eerder gehoord had van deze groente: een volwassen pastinaak lijkt net een grote witte winterpeen, die teveel oliebollen heeft gegeten. De plant heeft veel ruimte nodig vanwege zijn weelderige groei, met mooie grote bladeren. 
Pastinaak houdt van een beetje losse droge grond die niet bemest mag zijn, waarin de lange penwortel diep kan doordringen, tot wel 40 cm toe. Dat is belangrijk om te weten als je het zelf eens op je tuintje wilt proberen. Je moet de grond dus diep bewerken. 
Het wordt in het algemeen niet aangeraden om pastinaak op zware klei te verbouwen, hoewel tuinders op het internet hebben laten weten dat het bij hun best goed was gegaan. Het is bij kleigrond alleen wat lastiger om de wortels er uit te trekken. Verder maakt de plant zijwortels als de wortel in een voedselrijke grondlaag belandt, wat het oogsten nog weer moeilijker maakt. 
Pastinaak is tweejarig. In het eerste jaar groeien de wortels, die dan voor consumptie worden gebruikt; het volgende jaar zullen de overgebleven knolletjes al hun energie besteden aan mooie gele geurende bloemen. Die kun je eventueel in een grote pot op het terras te pronk zetten. 
Je kunt de zaden van pastinaak maar een jaar gebruiken. En je moet tijdens het ontkiemen de grond echt goed vochtig houden. Als de zaden uitdrogen, moet je opnieuw beginnen. Daarom lijkt het mij praktisch om dat ontkiemproces binnen handbereik te laten plaatsvinden: tegen half april thuis op de vensterbank, in perspotjes met 7 of 8 zaadjes. Als ze opkomen, kun je ze uitdunnen tot 1 plantje per potje. Ongeveer half mei uitplanten op de plaats van bestemming. Omdat het grote planten worden, moet je voldoende afstand houden: minstens 30x30. 
Je kunt de zaden ook meteen in de volle grond zaaien en ze dan later uitdunnen. Vergeet dan daarbij niet dat ik hiervoor niet voor niets schreef dat het grote planten worden: afstand is echt belangrijk. En als je zuinig zaait, hoef je later minder uit te dunnen. 
Dan nu het zeer goede nieuws. Als de zaden eenmaal zijn ontkiemd, is de pastinaak een heel gemakkelijke groente, die weinig last schijnt te hebben van ziekten en plagen. Je hebt er al gauw succes mee. 
De planten zijn winterhard. Je kunt de wortels dus gewoon in de grond laten zitten tot je ze wilt gebruiken, net als boerenkool. Dit is allemaal wijsheid van het internet, hoor. U moet maar bedenken: ik moest ergens beginnen. Voor wie nu nieuwsgierig is geworden en overweegt om het eens te gaan proberen:

kijk eens op de volgende websites – ook internet natuurlijk. Daar staat nog veel meer op waar je misschien inspiratie van krijgt. 


· www.plantaardig.com/groente info/

· www.jacobmoestuin.blogspot.nl

Wist je trouwens dat in de supermarkt soms ook ‘vergeten groenten’ te koop zijn? Het kan een goed idee zijn om eerst daarmee uit te proberen of het in de smaak valt, voordat je een hele akker vol pastinaken zaait.

Wie (nog?) geen groentetuin heeft, kan ook in de supermarkt terecht.





Lydia Becker,
uw Tuinkabouter

De teelt van raapsteeltjes

Wie straks als eerste verse groenten uit zijn tuin wil halen moet misschien eens denken aan raapstelen. Moeilijk is het helemaal niet. En het resultaat van uw inspanningen wordt vrij snel beloond.
Raapstelen zijn eigenlijk  een gezellig ouderwetse groente (dat klinkt toch veel beter dan vergeten groente, is het niet?). Buiten is het nog net iets te vroeg, maar onder beschutting kan je na het lezen van het artikel meteen beginnen!
Lees nu alles over de teelt van raapstelen

Klik op De teelt van raapsteeltjes: gewone groene of gele malse? om het volledige artikel op de website van GroentenInfo te lezen.

21-12-2012

Op Toene

Maandelijks verschijnt in maandblad Buurtvereniging “Ons Belang” Haren (aangesloten de afdeling volkstuinen) een stukje afkomstig van Lydia Becker(samen met haar man tuinder) over het wel en wee van de tuinders, teneinde op deze wijze mensen enthousiast te maken voor de moestuin, met als titel "Op Toene".
Ik heb haar toestemming het stukje op mijn weblog te plaatsen.


OP TOENE in JANUARi


Er lag nog een sneeuwlaagje halverwege december, toen ik even een kijkje ging nemen op het tuincomplex. Het was waterkoud en de grond was een beetje sompig. U weet wel, eerst een beetje ontdooid, dus modderig. Toch vroor het weer een beetje want de grassprietjes op het pad waren wit berijpt. Over de landjes lagen ook dunne lagen sneeuw, hoewel de ondergrond duidelijk herkenbaar was. Alleen op de wat hoger gelegen gedeelten was die sneeuw nog wit. Waar het water nog niet had kunnen afvloeien, was het verworden tot een waterige grijze brij.
Ik speurde automatisch naar pootafdrukken en andere signalen die de aanwezigheid van dieren op de tuinen zouden verraden. Het was immers denkbaar dat een hongerige ree zich had herinnerd dat er eerder in het tuinseizoen lekkere hapjes te halen waren: boontjes, sla. En er stonden nu toch ook nog wel smakelijke etenswaren boven de grond. Spruitjes, boerenkool, prei. Je zou er toch trek van krijgen als ree zijnde.
Maar het enige dat ik kon herkennen waren de afdrukken van een reigerpoot. Drie lange tenen in de bevroren grijze sneeuwpap. Hij had duidelijk een poosje rondgewandeld over de tegels tussen de omgespitte plantbedden en was later naar een ander landje gevlogen, want daar zag ik ze weer, die drietenige printen. Zonder verbinding met die van het eerste landje. Of zouden ze van twee reigers zijn geweest? Het is moeilijk om de juiste conclusie te trekken. Gelukkig hoef ik hier geen wetenschap te bedrijven en bewijzen te leveren. Daar was het toch ook net een beetje te koud voor. 

Ze waren er zeker wel hoor, die dieren die ik niet zag. 

Tussen het struikgewas net buiten het tuincomplex zullen vast egels een plekje hebben gevonden om een dutje te doen onder de afstervende hoge grassoorten en de afgevallen bladeren. Maar egels gaan pas echt in winterslaap als het ongeveer 6 graden vriest.
Konijnenkeutels heb ik deze keer niet gevonden, maar ik weet dat er wel konijnen zijn op en rondom het tuincomplex. Waar zouden die hun holletjes hebben? Gek eigenlijk dat ik in onze omgeving wel eens een konijn heb gezien, maar nog nooit een konijnenhol heb ontdekt.
In de bodem hebben de mollen zich dieper ingegraven dan in de zomer. Mollen moeten per dag wel 100 gram insecten eten om in leven te blijven. Eigenlijk zijn ze de hele dag bezig met eten zoeken. Want ze hebben van nature geen vetlaagje en ook geen reserve voorraadjes. En die insecten zitten ’s winters ook dieper in de grond. Het kost een mol ’s winters dan ook meer moeite om zijn voedsel te vinden; hij moet dan veel meer aarde verplaatsen. Daarom zijn er in de winter meer molshopen te ontdekken.
Ook in de sloten proberen dieren de winter door te komen. Kikkers, salamanders, geelgerande waterkevers, zoetwatermossels en allerhande zeer klein watergrut verschuilen zich diep in de modderbodem en overleven zo de winterse koude.

Ik liep er niet helemaal alleen. De heer Bolt was net bezig een grote kruiwagen vol met boerenkool naar zijn auto te rijden toen ik langskwam.
Een prima idee: de vorst was er lekker overheen geweest. En dan smaakt boerenkool altijd het beste, zeggen de kenners. Ik merkte op dat Bolt nog niet alle bladen van de stronk had afgehaald. Die zaten allemaal nog vast aan de stam. Reuze handig. Zo kun je veel boerenkool vervoeren met weinig moeite. En het arbeidsintensieve werk – het verwijderen van de bladnerven en het snijden van de boerenkool-bladeren - lekker thuis doen in je behaaglijke keuken.

Er was trouwens best wat te beleven hoor, in je eentje op die tuinen, zo helemaal buiten het seizoen. Het was er rustig, maar niet helemaal stil. Er vlogen een paar vogels rond. Een troep andere vogels steeg met ruisende wiekslag op toen ik naderde. Af en toe klonk het krassende geluid van kraaien of kauwtjes vanuit de omliggende bomenpartijen; door de kou droeg het geluid verder en klonk dat veel indringender dan normaal.
Op een aantal tuinen waren al grote delen voorbereid voor het volgende seizoen. Toch zag het er niet kaal uit. Verspreid over het hele complex waren wintergroenten aanwezig. Er stonden nog kale bessenstruiken en bramen en frambozenslierten te wachten op het voorjaar. Samen met de gebundelde bonenstokken die boven de grond worden bewaard, de composthopen en hekjes, de windschuttinkjes en nog wat lege broeikasjes geeft dat reliëf aan het landschap, vooral als er een beetje sneeuw ligt.

Het is me wel duidelijk geworden tijdens mijn wandeling, dat het echt zin heeft om voor een goede afwatering te zorgen, zoals het bestuur al een paar keer heeft gevraagd. Eigenlijk is het het beste als je groentetuin vanaf het pad een beetje schuin afloopt naar de sloot toe. En dat er een paar smalle afvoerkanaaltjes zijn gegraven tussen de plantenbedden, om het overtollige water na een hoosbui sneller te kunnen afvoeren.
Wanneer je landje aan de slootkant hoger ligt dan bij het pad, is het slim om de verhoging tijdens het spitten een beetje af te graven en de aarde daarvan uit te werpen over de lager gelegen gedeelten die al eerder zijn omgespit. Zo wordt zonder veel extra werk het beoogde effect sneller bereikt.

Zullen we daar voor 2013 ons eerste goede tuinvoornemen van maken?

                                                                                                                                                                                     Lydia Becker,
uw Tuinkabouter

05-12-2012

Groningen temperatuur-neerslag november 2012


WX Data versie 130 Groningen-Eelde KNMI gegevens

23-11-2012

Groningen temperatuur-neerslag oktober 2012


WX Data versie 130 Groningen-Eelde KNMI gegevens

12-10-2012

Groningen temperatuur-neerslag september 2012



WX Data versie 130 Groningen-Eelde KNMI gegevens

02-09-2012

Groningen temperatuur-neerslag augustus 2012


WX Data versie 130 Groningen-Eelde KNMI gegevens

01-09-2012

Verontkruiden



Een voorbeeld van aanpak

Een veel voorkomend probleem op volkstuincomplex is de lege tuinen. Besturen die weinig aandacht schenken aan het onderhoud van de tuinen krijgen ook problemen met het verhuren van deze tuinen aan (nieuwe) leden. Vaak zijn de tuinen zo slecht bijgehouden dat een nieuw lid zich nog wel drie keer bedenkt om aan een tuin te beginnen. Er zijn mensen die hun tuin opzeggen omdat ze op een complex zitten waar iedereen maar wat doet of juist niet doet. Op een gegeven moment groeien er zoveel ongewenste kruiden dat een bloemen- of groenteteler er niet meer tegenop kan en de tuin opzegt. Er zijn verenigingen die geprobeerd hebben om zonder regels over het bijhouden van de tuin de vereniging in stand te houden. De volkstuinen "veronkruiden" zodanig dat er geen echte tuinder meer overbleef.
Het is daarom een goede zaak dat er een controlebeleid wordt uitgevoerd op de volkstuincomplex om te voorkomen dat onkruiden zich wijd uitzaaien. Daar heeft iedere tuinder profijt van.
Op een aantal tuincomplexen wordt nu jaarlijks een tuinkeuring gedaan, bijvoorbeeld door een buurtvereniging. Deze keuringen vinden een paar keer per seizoen plaats en hebben als doel om de mooiste tuinen eruit te halen. Aan het eind van het seizoen worden de tuinders beloond met een aardige prijs. Een ander type tuinkeuringen is bedoeld om het volkstuincomplex zo schoon mogelijk te houden. Er wordt bijvoorbeeld één keer in de maand gecontroleerd op onkruid op de tuin. De tuinder die te veel of te groot onkruid op de tuin heeft wordt aangeschreven. Kan er worden aangetoond dat het overmacht is dan wordt er gekeken naar een oplossing. Is dit niet het geval dan moet de tuin op korte termijn worden schoongemaakt. Bij een tweede controle moet de tuin schoon zijn, zo niet dan wordt er een boete opgelegd. Leidt dit niet tot verbetering dan wordt de tuin opgezegd.
Bron DLV Nieuwsbrieven 

Tuinieren



GRONDSOORT
De tuinen zijn gelegen aan het einde van de Klaverlaan nabij het project "Uitloopgebied" (handhaving bestaand natuurgebied "wetlands" en oude graslanden) en de Zorgboerderij Mikkelhorst en vormt hiermede een sluitend geheel in de Oosterpolder.
De grondsoort kan leemhoudend zand zijn van de zandruggen Hondsrug en de Essen-Onnen rug of gemengd met een grondsoort afkomstig van de aan weerszijden gelegen laagten met leem gevuld en veengrond: drassige grond en grasland met onkruid, dat goed gedijt op vochtige grond. De veenlaag houdt een sterke ontwatering tegen, zodat in het verleden een goede ontwatering een probleem kon zijn. 
Vroeger vormde het Reitdiep een open verbinding met de zee, het slib wat achterbleef vormde een welkome bemesting!
Momenteel wordt door het Waterschap de ontwatering bepaald door een elektrisch gemaal.
(Bron Haren tussen Hunze en Aa; Geschiedenis van de Harener Waterstaat; Harener historische reeks nr. 4) 

Ongeveer 3/4 deel van de tuin bestaat uit zandgrond. De rest is gemengd zand-veen. Dit vormt een strook aan de noordkant van het tuincomplex, grenzend aan de brede sloot. Hier komt op geringe diepte turf voor.
De grondsoort en de waterhuishouding maken het tuinieren niet gemakkelijk. 
Het is vruchtbare grond: leemhoudend zand van de Hondsrug, maar ook gemengde grond in de laagten tussen de zandruggen met keileem en veengrond. Die veengrond houdt het ontwateren tegen.

GRONDBEWERKING
Niet ieder is ervan overtuigd dat er elk jaar diep gespit moet worden. Spitten is echter nuttig om de grond in het voorjaar voldoende los te maken, en nodig om mest en compost onder te werken en om onkruid de baas te blijven. U zult zien dat er verschillende spittechnieken (met bijbehorend gereedschap) op de tuin gangbaar zijn. Het is niet te zeggen welke de beste manier is, dat is heel persoonlijk. Overleg met ervaren tuinders en experimenteer met spitten om de bij u passende manier te vinden. Dat kan ernstige rugpijn voorkomen!
Het is ook mogelijk uw tuin te laten ploegen. 

ONKRUIDBESTRIJDING
Voorkomen is beter dan genezen, dat geldt ook hier. Met name tijdig schoffelen en nog beter wieden is het beste middel om onkruid onder de duim te houden. Schoffelen is het meest effectief als het droog weer is. Wees er zo vroeg mogelijk bij en laat de zon gedurende de dag haar drogende werk doen. Vervolgens het onkruid bij elkaar harken en naar de composthoop brengen. Regelmatig even licht spitten (zwart maken) van de bovenlaag helpt ook geweldig.

WATEROVERLAST
"Waterberging en -opslag: In een volkstuin wordt veel aandacht besteed aan waterberging en opslag, waterdoorlatendheid van de bodem, organische stofgehalte en bodemvruchtbaarheid om eetbare gewassen te kweken. 
Wortelstelsels en resten van gewassen gekoppeld aan voldoende omzetting van organisch materiaal in de bodem (decompositie) hebben hierdoor ook een positief effect op de capaciteit van de bodem om water te bufferen. Dit zorgt 
voor de waterberging en -opslag na extreme buien en het opgeslagen water kan gebruikt worden in drogere tijden"
(http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607050008.pdf)

ZOMER- EN WINTERPEIL SLOTEN (Waterschap Hunze en Aa’s)
In de winter stijgt de grondwaterstand omdat de hoeveelheid neerslag dan groter is als de gewasverdamping. Sloten worden in dit seizoen ingesteld op een lage waterstand (winterpeil), zodat het grondwater naar de sloot kan stromen. Zo voorkomen we een te hoge grondwaterstand en krijgt u geen wateroverlast. In de zomer is de gewasverdamping meestal groter als de neerslag. Het water vanuit de sloten moet dan juist naar het grondwater stromen. Dat kan door sloten in te stellen op een hoge waterstand (zomerpeil). Zo verdrogen er geen planten. Bij overmatige regenval wordt het waterpeil in de omringende sloten te hoog en is van afwatering geen sprake.
Het is dan geduldig afwachten tot het peil weer is gezakt. 
Veel tuinen hebben dit euvel. 
(http://www.hunzeenaas.nl/actueel/Actuelewaterinfo) 

Het volgende seizoen de tuin in bedden verdelen en zo hoog mogelijk omgespit en de paden verdiepen.

Het Tuinboek van Hans de Vries


Het Tuinboek van Hans de Vries
Het voornaamste doel van Hans de Vries was de mens weer bewust te maken van het belang van de natuur, het enige dat in zijn ogen puur en echt was. De boodschap moeder aarde te koesteren en te beschermen, wilde hij helder overbrengen. Kunst had voor hem dan ook geen esthetisch belang maar vervulde een praktische taak: het was een middel om te communiceren en had dus een belangrijke functie in de samenleving. ‘Wat ik doe, bewustmaken van de relatie mens-natuur is van het grootste belang.’
Onderwerp van de eerste editie van Atlas voor een Nieuwe Metropool is de volkstuin die De Vries in Almelo sinds 13 juni 1970 bebouwt. Het is tevens zijn eerste kunstenaarsboek met als titel 
Het Tuinboek (Rotterdam 1971). Motief: de mens mag zich niet vervreemden van zijn belangrijkste levensfactor: de aarde. Doet hij dat wel, dan zet hij zijn bestaan op spel. Deze editie sluit helemaal aan het uitgangspunt van Atlas voor de Nieuwe Metropool: het signaleren van principiële details die voor het leven zelf van betekenis zijn, maar bijna of allang uit ons sociaal-cultureel pakket zijn gevallen. De editie bestaat uit: een beschrijving van de (tuin)handelingen, citaten, een blad met tien foto's, een tuinplattegrond, een uitslag grondonderzoek, een aanmeldingskaartje van de Rotterdamse Bond van Volkstuinders en een zakje bloemenzaad.


Henk Woudsma  http://kunstenaarsboeken.blogspot.com/2011

ATLAS VOOR EEN NIEUWE METROPOOL  (1970) redaktie: Jan Donia 

Atlas voor een Nieuwe Metropool wordt door het Lijnbaancentrum van de RSK.S. uitgegeven in twaalf maandelijkse edities. Deze informatiebulletins worden gratis toegezonden aan personen, scholen, universiteiten,instellingen en publiciteitsmedia.
 
Uitgangspunt van Atlas voor een Nieuwe Metropool is het signaleren van principiële details die voor het leven zelf van betekenis zijn,maar die bijna of allang uit ons sociaal—kultureel pakket zijn gevallen3 Elk streven naar originaliteit of uniciteit ontbreekt.
 
Onderwerp van de eerste editie van Atlas voor een Nieuwe Metropool is de volkstuin die Hans de Vries in Almelo sinds 13 juni 1970 bebouwt. Motief: de mens mag zich niet vervreemden van zijn belangrijkste levensfaktor: de aarde. Doet hij dat wel, dan zet hij zijn bestaan op het spel.
 
Naar aanleiding van deze eerste editie zal het Lijnbaancentrum deze zomer aandacht schenken aan een aantal aspekten van het volkstuinwezen. Een en ander zal geschieden in samenwerking met de Rotterdamse Bond van Volkstuinders.
 

DE DEFINITIEVE INGREEP VAN HANS DE VRIES.
 
Binnen het sociale facet dat wij ook wel beeldende kunst noemen, neemt het werk van Hans de Vries een unieke plaats in. Uniek omdat het belangrijkste element van de beeldende kunst: de “kreatieve” ingreep, bijna geheel ontbreekt.
 
Om deze reden zal in het Stedelijk Museum, waar hij van half september af aan een tentoonstelling deelneemt, zijn volkstuinprojekt ontbreken. Deze tuin zou hij buiten het museum te midden van de volkstuinen van de doorsneeburger realiseren op een wijze, die niet zou afwijken van intentie en visie van die burger. Zijn koeienprojekt (thans in de Kargadoor, Utrecht) vertoont een zelfde aspekt: de”kreatieve” ingreep ontbreekt. Het is zuiver een signaleren van de realiteit.
 
DIT IS DUS GEEN BEELDENDE KUNST.
 
Het is onvervalste werkelijkheid. Toch heeft het via een omweg te maken met die zogenaamde beeldende kunst. De evolutie in de maatschappij heeft een levenspatroon geschapen, waarin wij steeds verder van onze natuurlijke uitgangspunten afraken. Waarin wij deze zelfs volkomen aan het vergeten zijn.
 
Het werk van de Vries staat in het teken van de herinnering, zij het niet in sentimentele zin. Het is zuiver MEMORY. Als zijn projekt voor het Stedelijk was doorgegaan,had het bezoekers getrokken,niet alleen voor zijn eigen tuin, maar ook voor de tuinen van een paar honderd anderen. HET BESTAAT NOG. Wij worden gekonfronteerd met situaties, waarvan wij het bestaan misschien nog wel vermoeden,maar die elk werkelijkheidskarakter voor ons hebben verloren. De Vries is niet bezig met de relatieve of relativerende ingreep van de kunstenaar, maar met de DEFINITIEVE ingreep die wij eigenlijk alleen kennen uit de geschiedenisboeken.



Bron Jan Donia' s Atlas voor een Nieuwe Metropool Editie 1.