28-03-2010

Volkstuinen in Haren


Achter het uitloopgebied Oosterhaar (aan het eind van de Klaverlaan naast zorgboerderij De Mikkelhorst) strekt zich een weids polderlandschap uit. Daar liggen de volkstuinen van Haren. “Werken in de volkstuin is heerlijk”, zegt secretaris Jaap Woudsma, oud-chemicus. “De natuur om je heen, zingende vogels. Als kind werkte ik al in de volkstuinen van mijn vader. Die lagen in Helpman. In die tijd was het trouwens geen hobby, maar noodzaak.” De Harense volkstuinen zijn niet erg bekend. Haren de Krant trok daarom het veld in en trof daar een bevlogen tuinder.


Ons Belang
“Het heeft niet veel gescheeld of we hadden een ijsbaan en een manege als buren”, zegt Jaap Woudsma. “Dit is al onze derde locatie. We zijn in de jaren ‘70 opgericht door de Buurtvereniging ‘Ons Belang’. De wijk Oosterhaar groeide en er kwamen mensen van het platteland wonen. Die waren gewend aan een eigen tuin en die kregen ze hier natuurlijk niet. ‘Waar zijn de volkstuinen?’ vroeg men zich daarom direct af. De eerste tuinen lagen aan de Waterhuizerweg, maar die moesten weg voor nieuwbouw. We zijn toen aan Tussenziel terechtgekomen, maar daar moesten we in 1992 vertrekken, omdat Etmat werd gebouwd. Nu zitten we op een heel mooie plek.”

Water
Als Woudsma over de volkstuinen spreekt, is dat met passie. Hij vindt het mooi, dat de grondsoort en de waterhuishouding het werk niet te gemakkelijk maken. “Wij moeten hier strijd leveren tegen het water. Vroeger hadden we nog wel eens contact met de man die het   elektrisch gemaal bij het Winschoterdiep bediende. Nu niet meer en dat is jammer. Soms mag van ons de zaak wel wat eerder worden aangezet.” Maar volgens Woudsma is ook de grondsoort grillig en aantrekkelijk tegelijk. Hij zegt: “Het is vruchtbare grond. Leemhoudend zand van de Hondsrug, maar ook gemengde grond in de laagten tussen de zandruggen met kleileem en veengrond. Die veengrond houdt het ontwateren tegen en daar hebben we wel last van. Maar dat is tevens de grote uitdaging, haha. Biologen willen het “uitloopgebied” natter hebben, wij graag wat droger.” Het verbouwen van eigen groente en fruit is tegenwoordig een hobby. Vroeger was het noodzaak. Woudsma: “In mijn jeugd verbouwden mensen groenten om financiële redenen. Er moesten grote gezinnen gevoed worden en je kon hier veel geld mee besparen.” Onlangs meldde zich bij Woudsma een nieuw lid aan, een moeder, die haar kinderen wel eens wilden laten zien waar de groente vandaan kwam: die groeit nu eenmaal niet in potjes van Hak. “Dat vond ik een leuke gedachte”, zegt Woudsma. “Er zitten ook educatieve aspecten aan.”
De folklore van de volkstuin bestaat dus nog steeds in Haren, ook al zijn de motieven veranderd.  Hij staat een ogenblik zwijgend te kijken over de landerijen, waar hij zo van houdt. “Ik kom hier in de zomer al om zes uur ’s ochtends, dan geniet ik van de natuur om me heen. Vlinders, bijen, egels, kikkers, allemaal vaste gasten. Het is een voorrecht hier te schoffelen.”

17-03-2010

De volkstuinvereniging in Haren (Oosterhaar)

De volkstuinvereniging stelt zich ten doel het exploiteren van een volkstuincomplex met een blijvend karakter, evenals het bevorderen en behartigen van de tuinrecreatie. (Huishoudelijk Reglement) Deze volkstuinen zijn gelegen aan het einde van de Klaverlaan nabij het project “Uitloopgebied” (handhaving bestaand natuurgebied “wetlands” en oude graslanden) en de Zorgboerderij Mikkelhorst en vormt hiermede een sluitend geheel in de Oosterpolder.
De grondsoort kan leemhoudend zand zijn van de zandruggen Hondsrug en de Essen-Onnen rug of gemengd met een grondsoort afkomstig van de aan weerszijden gelegen laagten met leem gevuld en veengrond: drassige grond en grasland met onkruid, dat goed gedijt op vochtige grond. De veenlaag houdt een sterke ontwatering tegen, zodat in het verleden een goede ontwatering een probleem kon zijn. Vroeger vormde het Reitdiep een open verbinding met de zee, het slib wat achterbleef vormde een welkome bemesting!
Momenteel wordt door het Waterschap de ontwatering bepaald door een elektrisch gemaal.
(Bron Haren tussen Hunze en Aa; Geschiedenis van de Harener Waterstaat; Harener historische reeks nr. 4)
Een belangrijk uitgangspunt van de vereniging is dat alle leden zo groot mogelijke vrijheid hebben bij inrichting en gebruik van hun tuin. Uiteraard binnen de kaders van de wet en van de reglementen van onze tuinvereniging, want er zijn regels waar rekening mee moet worden gehouden. We zijn ook een sociale vereniging en voeren hangend op een schoffel of zittend op een tuinbank vaak ‘werkoverleg’. Een volkstuin is niet voorbehouden aan een bepaald soort mensen; bij ons kunt u mensen van alle mogelijke leeftijden en achtergronden aantreffen: van jonge gezinnen tot ouderen, man en vrouw.
Het complex ligt midden in de natuur en heeft grote diversiteit aan diersoorten, waaronder gewenste (vlinders, bijen egels, kikkers) en minder gewenste (reeën, woelmuizen, woelratten, konijnen, houtduiven).
Historie
Midden jaren ‘70 is de volkstuinvereniging gestart. Het complex was gelegen aan de Waterhuizerweg. In het begin was er zoveel liefhebberij voor dat de tuinen na loting werden toegewezen. Na een paar jaar moest worden verhuisd naar locatie “Tussenziel”. Locatie Tussenziel moest wijken voor woningbouw in het jaar 1992 en de vereniging moest noodgedwongen verhuizen van Tussenziel naar de huidige locatie einde Klaverlaan.

26-02-2010

Phytophthora: de aardappelziekte

Phytophthora is een schimmelziekte die ook wel de aardappelziekte wordt genoemd. De schimmel tast ook tomaten aan. Phytophthora kan bij warm, vochtig weer snel het gewas zwaar aantasten. De oogst kan geheel verloren gaan. De moeilijk beheersbare ziekte verspreidt ook snel naar aardappelen en tomaten in de omgeving.
Phytophthora herkent u aan bruinzwarte vlekken op het blad, waarbij aan de onderkant van het blad op de grens van ziek en gezond, groen weefsel onder vochtige omstandigheden wit schimmelpluis ontstaat. Op de stengels kunnen bruinzwarte vlekken ontstaan, die vaak beginnen in de bladoksels. Op de knollen vormt Phytophthora bruinachtige, iets ingezonken plekken; de knol is roestbruin verkleurd met ‘eilandjes’ van gezond weefsel. De knol verrot.
Verspreiding
De ziekte verspreidt zich via oösporen en via sporen en overwintert in knollen en in afvalhopen.
Oösporen zijn overlevingssporen die in de grond en in loofresten achterblijven. Ze kunnen in de grond enkele jaren overleven. Ze ontkiemen onder vochtige omstandigheden (plassen) en kunnen dan bladeren die op de grond hangen, infecteren.
Aantasting door oösporen kunt u voorkomen door niet vaker dan eenmaal per 4 jaar op hetzelfde stuk tuin aardappelen of tomaten te telen. Voorkom dat er plassen ontstaan als u de planten water geeft.
Voorkom de verspreiding van oösporen door aangetaste bladeren en stengels zo snel mogelijk te verwijderen in een dichte plastic zak. Geef dit mee met het huisvuil. Als u ziek loof op de composthoop gooit en later de compost onderspit, verspreidt u de oösporen met de compost over uw hele tuin.
Sporen zijn ziektekiemen die zich via de lucht verspreiden en zo de buur- percelen kunnen aantasten. Ze worden gevormd in het witte schimmelpluis op de onderkant van aangetaste bladeren en stengels. Verwijder aangetaste plantendelen.
Voorkomen en bestrijden
De beste maatregel tegen Phytophthora is de ziekte zo lang mogelijk voorkomen. Zit de ziekte eenmaal in het gewas, dan is een goede aanpak nodig om nog een opbrengst te halen en om uitbreiding naar buurpercelen tegen te gaan. Het is bovendien wettelijk verplicht om zware aantastingen te bestrijden.
Met de volgende maatregelen kunt u de gevolgen van de ziekte voorkomen of uitstellen:
• opslagplanten en afvalhopen verwijderen;
• NAK-gekeurd pootgoed gebruiken (dit is op diverse ziekten en aantastingen gekeurd en onderzocht);
• vroeg gewas (voorkiemen, vroeg rijpend ras);
• evenwichtige bemesting en juiste plantafstand;
• aangetast loof verwijderen in een dichte plastic zak;
• chemische bestrijding.
Chemische bestrijding van de schimmel werkt preventief. Dat betekent dat u het gewas spuit voordat het aangetast is. Daarvoor zijn diverse middelen verkrijgbaar. Volg de gebruiksaanwijzing strikt op.
Bron: LTO-Nederland
Oösporen:
Deze dikwandige sporen ontstaan na aantasting in het blad en komen vrij in de grond als het blad wordt afgebroken. In kleigrond kunnen de sporen 3 jaar overleven, in zandgrond 4 jaar. Via opspattend water infecteren ze het nieuwe gewas. Het is zelfs niet uit te sluiten dat de oösporen rechtstreeks knollen of opkomende stengels kunnen infecteren.
Alternatieve waardplanten:
Naast raketblad (Solanum sisymbriifolium), is in Nederland ook bitterzoet (Solanum dulcamara) bekend als waardplant voor Phytophthora infestans. (Een waardplant of gastheer is een plant waarop een organisme of virus de bestanddelen vindt, die voor zijn groei (en vermeerdering) nodig zijn. Zo'n organisme kan een insect, rups, spint, schimmel, bacterie, halfparasitaire of parasitaire plant zijn. Ook van andere nachtschadeachtige zijn gevallen bekend van aantasting)
Ook van andere nachtschadeachtigen zijn gevallen bekend van aantasting.

11-02-2010

Tomatenteelt en phytophthora

Het verbouwen van tomaten is een geweldig aantrekkelijke bezigheid. Zelf geteelde, rijpe tomaten, je weet niet wat je proeft!
Wat soorten en rassen betreft, je kunt te kust en te kern gaan, zelf zaaien, zelf enten, planten kopen, je hebt onnoemelijk veel mogelijkheden. Tuincentra, kwekers, zaadhandels, alle zijn ruim gesorteerd, maar:
doorgaans is het begin goed. Een voorspoedige groei, vruchtzetting en goed rijpingsproces, zoals het hoort. Maar dan komt er snel een stevige kink in de kabel in de vorm van een dramatisch snelle ontwikkeling van phytophthora (de aardappelziekte). In enkele dagen ben je een voortreffelijk uitziende oogst kwijt. Ook andere ziekten kunnen drastisch huis houden in de tomatenbestand en leiden tot misoogst.
Het is op dit moment zo dat teelt van tomaten in de open grond afgeraden moet worden. Er is een zeer grote kans dat er totaal niets van terecht komt. En nog afgezien van de rol die tomateninfectie speelt bij de verspreiding en ontwikkeling van phytophthora.
Het blijkt echter dat het overdekt telen van tomaten veel grotere kans op succes geeft. 0p ons complex lukt het degenen die tomaten in de kas telen goed om een behoorlijke tomatenoogst te krijgen, jaar op jaar! Anderen hebben heel behoorlijke resultaten als ze tomaten kweken in plastic kastjes of onder plastic folie. De reden van het succes is naar alle waarschijnlijkheid dat op deze manier schimmelsporen die door de wind en door van de grond opspattend water verspreid worden de planten niet kunnen bereiken en infecteren.
Bij tuincentra en zaadhandels (Van der Wal, Vreeken) zijn kleine uitneembare tomatenkasjes (gemaakt van plasticfolie en metaalbuis) te koop die aan één kant opritsbaar zijn. Als deze zodanig geplaatst worden dat de open kant op het oosten gericht is, is de kans dat er een prima tomatenoogst wordt verkregen, groot genoeg om het eens te proberen.
Maar wel blijft gelden dat bij aantasting door phytophthora en ook na de oogst loof en afval onmiddellijk moeten worden afgevoerd naar de groene container!
Bron Buurtvereniging “Ons Belang” Afdeling Volkstuinen Haren

04-02-2010

Overdenkingen: voorjaar in de biologische tuin


Vanaf maart wordt de tuin in gereedheid gebracht.
Biologische tuiniers hebben het idee dat spitten niet goed en nodig is voor de grond. Het losmaken met een spitvork (plattander) of een 3-tands cultivator moet voldoende zijn voor een reeds bewerkte tuin.

De afwatering wordt verbeterd: we zijn afhankelijk van bodembacteriën en regenwormen, die niets doen als er geen zuurstof in de grond aanwezig is.Het is meestal voldoende een of meer greppels te graven naar de sloot.
In de winter als de grond te zuur is (pH 5-6 voor zand- en veengronden) kan magnesiumhoudende kalk worden gegeven. Kalkgiften in het najaar, na het spitten (winterland leggen). Mestgiften worden dan enkele maanden later toegediend.
Een steek diep spitten met een goede voor waarin gras, onkruid en compost-oude koemest weggewerkt kunnen worden. Belangrijk is dat de gespitte grond vlak ligt, aflopend naar de sloot.
Verwijder met de hand kweek en brandnetel inclusief de ondergrondse wortelstokken (uitlopers) en voer het af naar de afvalcontainer.

Ieder stukje wortelstok is weer een stekje!
Een goede grondbewerking met organische mest (compost en verteerde koemest) is van belang voor een goede oogst in de zomer en herfst.

De 3 peilers van goed tuinieren
Aandacht:
een aantal uren per week het gehele jaar, afhankelijk van het weer, toezicht en werkzaamheden

Orde: vruchtwisseling op 5 gedeelten van de tuin
          Wortelgewassen
          Bladgewassen  
          Peulgewassen
          Koolgewassen
          Bloeiende gewassen (aardappelen)
  Werken op een plank of met bedden met tussenpaadjes.

Netheid: in een moestuin concurreren onkruiden met de groenten om water, voedingsstoffen en licht.
Onkruidbestrijding is een vorm van netheid.

Met regelmatig wieden en schoffelen kan elke tuin redelijk snel onder controle worden gehouden.
 

Eenjarig onkruid: schoffelen of wieden met de hand.
Overblijvend onkruid: bestrijden door te spitten met de spitvork tot elk stukje wortel en uitloper is verwijderd. Dergelijk onkruid gaat naar de gft-bak.


De zorg voor de tuin gaat het hele jaar door!

11-12-2009

Werkzaamheden in december

Dec.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972
Week1

Indeling van de tuin. Reeds eerder hebben we het over de wisselteelt gehad. U weet dus, dat dezelfde gewassen niet steeds op dezelfde grond verbouwd mogen worden, al is daar in kleine tuinen niet altijd aan te ontkomen. Toch moet u trachten ook in die kleine tuinen zoveel mogelijk wisselteelt toe te passen. U weet nu nog precies, waar de gewassen in de tuin hebben gestaan. Maak dus een tekening, hoe het in het afgelopen seizoen is geweest, en maak verder een ontwerp, hoe u het in het volgend seizoen wilt hebben. Indien er tot ver in het voorjaar gewacht wordt, dan weet u niet meer waar de gewassen hebben gestaan en wordt het raden, hetgeen ten gevolge heeft, dat dikwijls de groenten weer op dezelfde grond komen te staan. Heeft u de indeling van de tuin, dan kunt u nu ook eens rustig nagaan, hoeveel zaad u zo ongeveer voor bepaalde hoekjes nodig heeft. Indien dat in het voorjaar nog gebeuren moet, komt er meestal niet zoveel van terecht.


Asperges opruimen. De groene scheuten van de asperges zijn nu afgestorven en kunnen daarom opgeruimd worden. Daar het gewas nogal eens te lijden heeft van de aspergekevertjes, verdient het aanbeveling, alles te verbranden en niets op de komposthoop te brengen.


Oude zaden. Misschien heeft u nog zaden van het afgelopen seizoen liggen. Die kunnen, indien ze goed bewaard zijn, misschien wel weer gebruikt worden. Het ligt er aan, welke zaden het zijn. Van bonen, erwten en prei kan beter elk jaar nieuw zaad aangeschaft worden, van komkommers en augurken wordt bij voorkeur zaad gebruikt dat twee jaar oud is. Zaden moeten koel, doch vooral droog bewaard worden; indien ze vochtig hebben gelegen, of te droog, kunnen ze opgeruimd worden, want dan heeft u er niets meer aan. Zaden kunnen het best in gesloten flesjes bewaard blijven. Indien u zekerheid wilt hebben of het zaad nog goed is, kan een gedeelte op een vochtige flanellen lap worden uitgezaaid, welke lap op een bord in een warme kamer wordt geplaatst. Het flanel moet vochtig gehouden worden. Meestal kunt u dan wel zien, hoeveel procent van de zaden nog ontkiemt. Indien oud zaad gebruikt wordt, is het aan te bevelen een beetje dichter op elkaar te zaaien, daar er toch steeds een gedeelte bij is, dat zijn kiemkracht verloren heeft.


Week2
Aardappelen dekken. In deze tijd van het jaar kan het zo hard vriezen, dat de aardappelen in de kuil gedekt moeten worden. In ieder geval is het raadzaam de bedekking bij de hand te hebben. Indien u onverwachts uit moet, komt er soms niets van, ze zouden in die tijd dan net kunnen bevriezen. Ook op zolder zullen we om de aardappelen moeten denken, op de meeste zolders vriest het dat het kraakt. Dek de zaak dus behoorlijk met kranten en zakken af, zodat geen schade ontstaan kan. Zodra de vorst voorbij is, moet die extra bedekking weer verwijderd worden, anders lopen de aardappelen te veel uit.


Uien nakijken. Denk ook om de uien en sjalotten. Er kunnen rotte exemplaren tussen zitten; die moeten zo spoedig mogelijk verwijderd worden. Laat u ze liggen, dan zouden ze ook de goede kunnen aantasten, en daarvoor heeft u ze niet zo netjes naar boven gebracht Is de zolder voor aardappelen een slechte bewaarplaats, voor uien en sjalotten is hij heel geschikt, omdat deze wintergroenten vooral droog moeten liggen, terwijl ze wel enige vorst kunnen verdragen. Als ze echter in bevroren toestand zijn, moogt u er niet in roeren; laat ze dan rustig liggen, anders zijn ze niet meer te bewaren.


Mesthoop omzetten. Stalmest moet op een juiste wijze bewaard worden, anders gaat er veel van de voedingsstoffen verloren. Zo'n hoop moet eigenlijk klein zijn; dus zoek het niet in de breedte, doch in de hoogte. Indien u mooie, korte mest wilt hebben, moet zo'n hoop nu eens omgezet worden. Alles wordt goed fijn geslagen, bij het spitten is de mest dan straks gemakkelijker te verwerken. Na het omzetten wordt de mesthoop met een laagje aarde afgedekt.
In de zomer mag een mesthoop niet in de felle zon liggen; hij mag ook niet zó liggen, dat het water bij de hoop blijft staan, want dan spoelen veel voedingsstoffen weg. Indien mest op het land gebracht wordt, moet die ook niet te lang aan hoopjes op het land blijven liggen, anders trekken de voedingsstoffen alleen op die plekken in de grond. Indien niet direct gespit kan worden, is het beter de mest gelijk over het land uit te strooien.


Week3
Witlof vervroegen. Met het vervroegen van witlof kan nu begonnen worden. De meeste liefhebbers zullen daarvoor echter niet in de gelegenheid zijn. Over de kuil, waarin de witlofwortels staan, kan paardenmest gebracht worden. Op die manier kan al aanmerkelijk eerder geoogst worden, we hebben daar reeds vroeger op gewezen. Indien u echter een verse bladhoop heeft, kan daarin ook een gedeelte van de wortels vervroegd worden. De hoop wordt plat gemaakt en men brengt een laagje zand aan waar de wortels in worden gezet. Daarna komt er een laag aarde van vijftien centimeter over de wortels. Ten slotte kan het geheel nog eens met een laag blad worden afgedekt. Het is verstandig niet alle wortels in zo'n bladhoop te zetten, omdat ze daar wel eens verrotten.


Aardappelen afspruiten. De aardappelen, die op zolder of in de kelder liggen, beginnen al uit te lopen, vooral als ze te warm liggen. Daarom moeten de spruiten er nu afgebroken worden, voordat ze te lang worden. Indien u er niet te lang mee wacht, is het meestal wel voldoende de aardappelen om te zetten.
Door het omzetten breken de jonge spruitjes er vanzelf af. Gooi niet hard met uw aardappelen, daardoor komen er later blauwe plekken op.


Winterkuilen dekken. De winterkuilen waarin wortelen, bieten, schorseneren, enz. voorkomen, moeten gedekt worden. Mogelijk heeft het al eerder gevroren en is reeds een bedekking aangebracht. Het kan ook zijn, dat het nog niet van betekenis gevroren heeft; in dat geval behoeven we ons met een bedekking niet te haasten. Wel is het aan te bevelen, deze bedekking in de buurt neer te leggen, opdat ze, als we haar straks nodig hebben, direct bij de hand is.


Week4
Uitgelopen sjalotten. Als de sjalotten te warm liggen, beginnen ze uit te lopen. Dat is te vroeg. Leg ze daarom koeler, en daarbij in het volle licht. Ze kunnen wel een weinig vorst verdragen, maar indien ze in bevroren toestand zijn, moogt u er niet in roeren, want dan gaan ze rotten.


Kruiden dekken. Er zijn enkele kruidensoorten, die niet winterhard zijn. Deze moeten nu zo spoedig mogelijk gedekt worden. Dat zijn in hoofdzaak de heesterachtige kruiden, zoals: rozemarijn, lavendel en dergelijke. Het is voldoende een weinig turfmolm aan de voet van de planten aan te brengen, ze mogen er niet onder gestopt worden.


Bruine bonen. Bruine en andere droge bonen mogen niet in een gesloten bus bewaard worden, ze gaan dan zweten. Droog ze achter de kachel, en doe ze gewoon in een papieren zak, dat is de beste bewaarmethode.


 

30-10-2009

3x Veldsla voor dummies en voor gevorderden.

 Na half augustus zoeken vele moestuinders de zaadzakjes van veldsla weer op. Veldsla is immers een najaars- en wintergroente bij uitstek.
1. Tijd om veldsla te zaaien, maar te droog in de tuin? Tips voor zaaien bij droog weer en droge grond.
2. Veldsla voor (half)gevorderden. Bij de tuinliefhebber is de teelt van veldsla een klassieker. Alle teeltinfo voor u verzameld.
3. Veldsla voor dummies. Veldsla en radijs samen telen in een bloembak, hierbij een teeltrecept voor de absolute moestuinleek.
Blogged with the Flock Browser

29-10-2009

Kruisbessen, trosbessen/ aalbessen vermeerderen herfststekken - snoei en verzorging


Lekkere kruisbessen in juli.


Hielstek van ca 20 cm lengte.


Kruisbesstekken die op zwarte plastic worden geplant wortelen beter en sneller.

Kruisbessen/ stekelbessen zijn op te kweken als vrij groeiende struikvorm maar ook als spilboompje.
De groengele of rode, knappende bessen zijn saprijk en erg lekker als je ze vers kan afplukken.
Kruisbessen kunnen in het najaar gesnoeid worden en het snoeihout is te gebruiken als stekhout om er houtstekken uit te knippen.
Bij de snoei wordt ruim de helft van het aanwezige hout verwijderd. Het stekken van kruisbessen kan in augustus - september ofwel in november gebeuren.

20-10-2009

Werkzaamheden in november

Nov.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972  

Week1  
Veel is er in deze tijd van het jaar in de moestuin niet te doen, hoewel alles nog niet van het land gehaald is. De meeste mensen laten hun tuin maar aan zijn lot over zodra het weer slecht wordt, doch u moet alles in orde houden. Nat land moet nu van het water verlost worden, hetgeen u kunt bereiken door het graven van greppels, die dan naar de slootkanten moeten aflopen.

Aardappelen kuilen. De aardappelen zijn nu goed droog en het wordt tijd dat ze naar de winterbewaarplaatsen verhuizen. Ik heb u al gezegd: de zolder is geen beste bewaarplaats, de kelder wel, indien althans veel frisse lucht kan toetreden en hij vorstvrij is en niet te warm. Als de winteraardappelen te warm liggen, gaan ze gauw spruiten vormen, hetgeen verlies aan voedings­waarde ten gevolge heeft. Indien u een flinke tuin heeft, kunnen ze daar nu opgekuild worden. Al naar gelang de hoeveelheid, maakt u een gat van ongeveer dertig centimeter diepte. Dit gat wordt met een laag stro gevuld, zodat de aardappelen niet op de grond komen te liggen. Ook aan de zijwanden moet stro aangebracht worden, dat u rechtop in de kuil kunt zetten, voordat de aardappelen er in gaan. De aardappelen moeten er zo in, dat ze een piramide vormen; dan heeft het water gelegenheid weg te lopen. De boven­kant moet ook met stro worden afgedekt. Na het afdekken met stro komt er een grondlaag van vijftien centimeter dikte op. Begint het hard te vriezen, dan moet nog een dikke laag blad, riet of stro worden aangebracht, daar ze anders bevriezen. In grote kuilen, waarin veel aardappelen worden opgeslagen, wordt een koker geplaatst; deze dient om luchtverversing in de kuil te doen plaatsvinden. In kleine kuilen gaat het echter ook zonder zo'n luchtkoker. Mocht u toch zo'n koker willen hebben, dan kunt u daarvoor een draineerbuis gebruiken. Een grote bos stro die boven de grond uitsteekt, is meestal ook wel voldoende.

Witlof rooien. De wortels van witlof kunnen wel een beetje vorst ver­dragen, doch niet te veel, daarom moet u ze nu uit de grond halen. Het loof wordt op een paar centimeter boven de wortel afgesneden. Deze wortels kun­nen niet evenals gewone wortels en bieten in een kuil bewaard worden, daar ze spoedig uitlopen, immers, het is om de kropjes te doen. Amateurs kunnen de wortels het best in een kuil planten. Maak een kuil niet dieper dan twintig centimeter en zet daar de wortels in. De rijen komen op een onderlinge afstand van tien centimeter, terwijl ze in de rij mannetje aan mannetje kunnen staan. Over de wortels wordt een laag aarde van twintig centimeter gebracht. Deze aarde moet fijnkorrelig zijn, mag dus geen kluiten bevatten. Indien de wortels bij het inkuilen te lang zijn, mag er een gedeelte van afgesneden worden, langer dan vijftien centimeter behoeven ze niet te zijn. Worden ze op deze manier behandeld, dan kan er al vroeg in het voorjaar van geoogst worden. Door over een gedeelte van de kuil een laag paardenmest aan te brengen, kan een belangrijk vroegere ontwikkeling verkregen worden. Ook met een laag blad is wel een vroegere ontwikkeling te bereiken. U moet deze laag echter niet over de gehele kuil aanbrengen, dan komen alle kropjes tegelijk, en dat is niet de bedoeling.

Week2  
Prei opkuilen. Prei is eigenlijk volkomen winterhard, we behoeven die niet vorstvrij te bewaren. Indien u de prei echter op het land laat staan en er komt een vorstperiode, dan kunt u er niet van oogsten, omdat u ze niet uit de grond kunt krijgen. Daarom is het beter een gedeelte naar huis te halen en dat bij elkaar op te kuilen, waarna u er een weinig stro of riet tussen strooit. In plaats van stro of riet kan ook andere ruigte gebruikt worden, doch het gebruik van turfmolm is niet aan te raden. Mocht u ze kort bij huis hebben staan, dan behoeft u ze niet op te nemen; u kunt dan volstaan met een beetje stro er tussen te werken.

Artisjokken dekken. Artisjokken zijn niet volkomen winterhard, al kunnen ze wel vorst verdragen. Daarom behoeven ze ook niet zo vroeg gedekt te worden, en die bedekking mag ook in geen geval te zwaar zijn. Er zijn meer artisjokken die verrotten dan bevriezen, daar moet u dus wel rekening mee houden. De planten mogen niet onder de turfmolm gestopt worden, doch moeten zo worden gedekt, dat de bladeren boven de bedekking uitkomen. De beste resultaten worden bereikt door een oude mand over de plant heen te zetten, waaromheen een laag blad wordt aangebracht. Deze bedekking be­hoeft echter niet aangebracht te worden zolang het open weer blijft. Ligt de bedekking er eenmaal op, en het wordt open weer, dan moet u ze zo spoedig mogelijk verwijderen, anders verrotten de artisjokken toch nog.

Andijvie. De reeds eerder opgebonden andijvie kan wel een beetje vorst verdragen. Vooral indien het land niet te nat is, kunnen we dikwijls nog tot in december buiten andijvie oogsten. Intussen, zulke zachte winters hebben we niet elk jaar, daarom doet u verstandig, een deel van de planten naar binnen te halen. Uitgelegd in een schuur, kunnen ze nog geruime tijd bewaard blijven. Indien u een broeibak heeft, is het nog eenvoudiger. Dan worden nu alle andijvieplanten met een kluit opgestoken, waarna ze onder glas worden inge­graven. Indien regelmatig zo hoog mogelijk wordt gelucht, kunnen de plan­ten nog lange tijd mee. Er kan dan gemakkelijk tot aan de kerstdagen van geoogst worden.  

Week3  
Knolselderie. Indien de knolselderie nog niet van het land gehaald is, moet dit nu toch zo spoedig mogelijk geschieden, anders kon ze het wel eens te kwaad krijgen. De knollen worden met een vork opgerooid, en daarna van de grootste bladeren ontdaan, alleen de hartbladeren mogen blijven zitten. Aan de wortels moogt u niets doen, laat die er rustig aan zitten. Indien u een broeibak heeft, kunt u het best de knollen daar ingraven. De hele winter kunnen dan de knollen gebruikt worden, indien u ze nodig heeft. Ook de groene blaadjes, die telkens weer verschijnen, kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook bewaard worden in een kist met wit zand. Zet de knollen er dan zó in, dat ze met de hartbladeren boven de grond uitkomen. De kist krijgt een plaatsje in uw kelder, als het kan zo veel mogelijk in het licht.

Boerenkool oogsten. De boerenkool is nu zo ver, dat ze gegeten kan worden. Om lekkere boerenkool te eten, moet u wachten totdat ze een keer bevroren is geweest. In deze tijd van het jaar kan dat.

Knolrapen naar binnen. Knolrapen kunnen wel een beetje vorst verdragen, al wil dat niet zeggen, dat ze buiten kunnen blijven sta n. Het wordt nu tijd ze binnen te brengen. Indien ze in bevroren toestand zijn, ga er dan niet mee aan het werk, want dan rotten ze later in de kuil. Wacht eerst open weer af. De koppen worden er afgesneden, terwijl ook de wortels een weinig verwijderd worden. Daarna kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden. Na het opbergen wordt de hoop met een laag blad of andere ruigte afgedekt. Knol­rapen kunnen ook in de kelder bewaard worden, indien deze niet te warm is. Op zolder gaat het minder best, ze worden daar gauw slap.

Week4   
Spitten. Spitten kan zowel in het najaar als in het voorjaar geschieden. Indien de grond niet te nat is, kan het nu heel goed gebeuren. Vooral klei­gronden, die van nature stug en moeilijk te bewerken zijn, kunnen beter in het najaar gespit worden. U moet dan bij het spitten de grond niet netjes ge lijk maken, zoals dat in het voorjaar gedaan wordt, neen, laat de kluiten zo ruw mogelijk liggen. Ze vriezen dan lekker door, waardoor de grond in het voor­jaar veel beter te bewerken is.

Bagger. Slootbagger is prima materiaal voor de tuin, vooral voor kool is het zeer aan te bevelen. Indien de slootbagger een jaar aan een hoop heeft gestaan, kan ze nu over het land heen gebracht worden. Verse bagger is niet zo aan te bevelen.

Kardoen. De reeds eerder ingepakte kardoen kan wel enige vorst verdragen, doch als het een beetje harder gaat vriezen, is het beter ze met het stro naar binnen te halen. Ze kunnen dan in een koele kelder gelegd worden.

Schorseneren rooien. Schorseneren zijn ook niet zo erg gevoelig, maar het wordt nu toch tijd dat ze uit de grond komen. Met de vork rooien, opdat de wortels zo weinig mogelijk beschadigen. Na het rooien kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden, welke tegen de strenge vorst met een laag blad wordt afgedekt.

18-10-2009

Verbeteren vruchtbaarheid bodem

Alles wat planten nodig hebben, zit in 12 elementen. Om de vruchtbaarheid van de grond te waarborgen, moet aangevuld worden.
(1) Stikstof bevordert de vegetatieve groei
(2) Fosfor is essentieel voor de totale ontwikkeling, in het bijzonder voor het wortelgestel

(3) Kalium voor bloem en vruchtvorming en de ontwikkeling van krachtiger planten
Dit is de bekende NPK kunstmest 12N-10P-18K
(4) Magnesium is nodig voor de vorming van bladgroen en assimilatie
(5) Calcium (kalk) verstevigt celwanden en verlaagt de zuurgraad van de grond.
(6) Zwavel
Spelen een rol bij de stofwisselingprocessen
(7-12) De 6 sporenelementen, elk met een bepaalde functie in het groeiproces.


Het constateren van tekorten in de bodem
Planten geven aan wat ze nodig hebben of wat eraan mankeert.
Dit geldt vooral voor de planten die ongevraagd hun intrek in de tuin nemen: de onkruiden.
Ze groeien op plekken, waar wat anders zou komen: de groenten!
Bij zure, schrale en dichte bodem komen de volgende onkruiden voor: kamille, melde, kweek, paardenbloem, distel, brandnetel. Een kwestie van kalk, compost en een goede afwatering!

Gebrek aan elementen
Gebrek aan stikstof (N): slechte ontwikkeling blad en neiging tot vergeling.
Gebrek aan kalium (K): aan de randen van het blad dorre, roestbruine plekken.
Gebrek aan fosfor (P): donkere verkleuringen over grote delen van het blad.
Gebrek aan magnesium (Mg): Magnesium is naast stikstof, fosfor en kali, de vierde basismeststof  Bij gebrek aan Magnesium ziet men in de bladeren eerst gele en later ook dode bruine vlekken. Dit gebrek begint aan de onderste, oudste bladeren. Bestrijding kan het beste met een bladbespuiting van 1 gram per liter water om de 2 dagen tot het gebrek is opgeheven. Magnesiummeststof: kieseriet.
Gebrek aan kalk (Ca): Kalk bindt zuren in de grond.
Kali, ammoniumstikstof en magnesium worden door kalk verdreven uit hun vaste binding met klei en humusdelen. Hierdoor komen ze voor de plant beschikbaar. Kalk kan in water opgeloste fosfor aan zich binden waardoor deze fosfor niet meer uitspoelt. Bacteriën ontwikkelen zich beter bij een voldoende hoeveelheid kalk in de grond.
Meer of minder kalk in de grond heeft invloed op het voorkomen van plantenziekten. Op grond met weinig kalk komt bijvoorbeeld veel sneller magnesium tekort voor. Een goede kalktoestand en pH bevordert sterk het rendement van de aan de grond toegevoegde kunstmest en organische mest.
Bron http://www.boeranloo.nl/kalk.htm
Kalkmeststof: Dolokal.
Gebrek aan sporenelementen: een tekort betekent vaak bladschade of misgroei.

Ook ziekten kunnen in het geding zijn, zoals phytophthora, insecten onderzijde blad.

Zonder toevoeging van extra voedingsstoffen redt een natuurlijke mest en compost niet alleen! Echter, een zekere terughoudendheid is geboden.