11-12-09

Werkzaamheden in december

Dec.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972
Week1

Indeling van de tuin. Reeds eerder hebben we het over de wisselteelt gehad. U weet dus, dat dezelfde gewassen niet steeds op dezelfde grond verbouwd mogen worden, al is daar in kleine tuinen niet altijd aan te ontkomen. Toch moet u trachten ook in die kleine tuinen zoveel mogelijk wisselteelt toe te passen. U weet nu nog precies, waar de gewassen in de tuin hebben gestaan. Maak dus een tekening, hoe het in het afgelopen seizoen is geweest, en maak verder een ontwerp, hoe u het in het volgend seizoen wilt hebben. Indien er tot ver in het voorjaar gewacht wordt, dan weet u niet meer waar de gewassen hebben gestaan en wordt het raden, hetgeen ten gevolge heeft, dat dikwijls de groenten weer op dezelfde grond komen te staan. Heeft u de indeling van de tuin, dan kunt u nu ook eens rustig nagaan, hoeveel zaad u zo ongeveer voor bepaalde hoekjes nodig heeft. Indien dat in het voorjaar nog gebeuren moet, komt er meestal niet zoveel van terecht.


Asperges opruimen. De groene scheuten van de asperges zijn nu afgestorven en kunnen daarom opgeruimd worden. Daar het gewas nogal eens te lijden heeft van de aspergekevertjes, verdient het aanbeveling, alles te verbranden en niets op de komposthoop te brengen.


Oude zaden. Misschien heeft u nog zaden van het afgelopen seizoen liggen. Die kunnen, indien ze goed bewaard zijn, misschien wel weer gebruikt worden. Het ligt er aan, welke zaden het zijn. Van bonen, erwten en prei kan beter elk jaar nieuw zaad aangeschaft worden, van komkommers en augurken wordt bij voorkeur zaad gebruikt dat twee jaar oud is. Zaden moeten koel, doch vooral droog bewaard worden; indien ze vochtig hebben gelegen, of te droog, kunnen ze opgeruimd worden, want dan heeft u er niets meer aan. Zaden kunnen het best in gesloten flesjes bewaard blijven. Indien u zekerheid wilt hebben of het zaad nog goed is, kan een gedeelte op een vochtige flanellen lap worden uitgezaaid, welke lap op een bord in een warme kamer wordt geplaatst. Het flanel moet vochtig gehouden worden. Meestal kunt u dan wel zien, hoeveel procent van de zaden nog ontkiemt. Indien oud zaad gebruikt wordt, is het aan te bevelen een beetje dichter op elkaar te zaaien, daar er toch steeds een gedeelte bij is, dat zijn kiemkracht verloren heeft.


Week2
Aardappelen dekken. In deze tijd van het jaar kan het zo hard vriezen, dat de aardappelen in de kuil gedekt moeten worden. In ieder geval is het raadzaam de bedekking bij de hand te hebben. Indien u onverwachts uit moet, komt er soms niets van, ze zouden in die tijd dan net kunnen bevriezen. Ook op zolder zullen we om de aardappelen moeten denken, op de meeste zolders vriest het dat het kraakt. Dek de zaak dus behoorlijk met kranten en zakken af, zodat geen schade ontstaan kan. Zodra de vorst voorbij is, moet die extra bedekking weer verwijderd worden, anders lopen de aardappelen te veel uit.


Uien nakijken. Denk ook om de uien en sjalotten. Er kunnen rotte exemplaren tussen zitten; die moeten zo spoedig mogelijk verwijderd worden. Laat u ze liggen, dan zouden ze ook de goede kunnen aantasten, en daarvoor heeft u ze niet zo netjes naar boven gebracht Is de zolder voor aardappelen een slechte bewaarplaats, voor uien en sjalotten is hij heel geschikt, omdat deze wintergroenten vooral droog moeten liggen, terwijl ze wel enige vorst kunnen verdragen. Als ze echter in bevroren toestand zijn, moogt u er niet in roeren; laat ze dan rustig liggen, anders zijn ze niet meer te bewaren.


Mesthoop omzetten. Stalmest moet op een juiste wijze bewaard worden, anders gaat er veel van de voedingsstoffen verloren. Zo'n hoop moet eigenlijk klein zijn; dus zoek het niet in de breedte, doch in de hoogte. Indien u mooie, korte mest wilt hebben, moet zo'n hoop nu eens omgezet worden. Alles wordt goed fijn geslagen, bij het spitten is de mest dan straks gemakkelijker te verwerken. Na het omzetten wordt de mesthoop met een laagje aarde afgedekt.
In de zomer mag een mesthoop niet in de felle zon liggen; hij mag ook niet zó liggen, dat het water bij de hoop blijft staan, want dan spoelen veel voedingsstoffen weg. Indien mest op het land gebracht wordt, moet die ook niet te lang aan hoopjes op het land blijven liggen, anders trekken de voedingsstoffen alleen op die plekken in de grond. Indien niet direct gespit kan worden, is het beter de mest gelijk over het land uit te strooien.


Week3
Witlof vervroegen. Met het vervroegen van witlof kan nu begonnen worden. De meeste liefhebbers zullen daarvoor echter niet in de gelegenheid zijn. Over de kuil, waarin de witlofwortels staan, kan paardenmest gebracht worden. Op die manier kan al aanmerkelijk eerder geoogst worden, we hebben daar reeds vroeger op gewezen. Indien u echter een verse bladhoop heeft, kan daarin ook een gedeelte van de wortels vervroegd worden. De hoop wordt plat gemaakt en men brengt een laagje zand aan waar de wortels in worden gezet. Daarna komt er een laag aarde van vijftien centimeter over de wortels. Ten slotte kan het geheel nog eens met een laag blad worden afgedekt. Het is verstandig niet alle wortels in zo'n bladhoop te zetten, omdat ze daar wel eens verrotten.


Aardappelen afspruiten. De aardappelen, die op zolder of in de kelder liggen, beginnen al uit te lopen, vooral als ze te warm liggen. Daarom moeten de spruiten er nu afgebroken worden, voordat ze te lang worden. Indien u er niet te lang mee wacht, is het meestal wel voldoende de aardappelen om te zetten.
Door het omzetten breken de jonge spruitjes er vanzelf af. Gooi niet hard met uw aardappelen, daardoor komen er later blauwe plekken op.


Winterkuilen dekken. De winterkuilen waarin wortelen, bieten, schorseneren, enz. voorkomen, moeten gedekt worden. Mogelijk heeft het al eerder gevroren en is reeds een bedekking aangebracht. Het kan ook zijn, dat het nog niet van betekenis gevroren heeft; in dat geval behoeven we ons met een bedekking niet te haasten. Wel is het aan te bevelen, deze bedekking in de buurt neer te leggen, opdat ze, als we haar straks nodig hebben, direct bij de hand is.


Week4
Uitgelopen sjalotten. Als de sjalotten te warm liggen, beginnen ze uit te lopen. Dat is te vroeg. Leg ze daarom koeler, en daarbij in het volle licht. Ze kunnen wel een weinig vorst verdragen, maar indien ze in bevroren toestand zijn, moogt u er niet in roeren, want dan gaan ze rotten.


Kruiden dekken. Er zijn enkele kruidensoorten, die niet winterhard zijn. Deze moeten nu zo spoedig mogelijk gedekt worden. Dat zijn in hoofdzaak de heesterachtige kruiden, zoals: rozemarijn, lavendel en dergelijke. Het is voldoende een weinig turfmolm aan de voet van de planten aan te brengen, ze mogen er niet onder gestopt worden.


Bruine bonen. Bruine en andere droge bonen mogen niet in een gesloten bus bewaard worden, ze gaan dan zweten. Droog ze achter de kachel, en doe ze gewoon in een papieren zak, dat is de beste bewaarmethode.