11-12-09

Werkzaamheden in december

Dec.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972
Week1

Indeling van de tuin. Reeds eerder hebben we het over de wisselteelt gehad. U weet dus, dat dezelfde gewassen niet steeds op dezelfde grond verbouwd mogen worden, al is daar in kleine tuinen niet altijd aan te ontkomen. Toch moet u trachten ook in die kleine tuinen zoveel mogelijk wisselteelt toe te passen. U weet nu nog precies, waar de gewassen in de tuin hebben gestaan. Maak dus een tekening, hoe het in het afgelopen seizoen is geweest, en maak verder een ontwerp, hoe u het in het volgend seizoen wilt hebben. Indien er tot ver in het voorjaar gewacht wordt, dan weet u niet meer waar de gewassen hebben gestaan en wordt het raden, hetgeen ten gevolge heeft, dat dikwijls de groenten weer op dezelfde grond komen te staan. Heeft u de indeling van de tuin, dan kunt u nu ook eens rustig nagaan, hoeveel zaad u zo ongeveer voor bepaalde hoekjes nodig heeft. Indien dat in het voorjaar nog gebeuren moet, komt er meestal niet zoveel van terecht.


Asperges opruimen. De groene scheuten van de asperges zijn nu afgestorven en kunnen daarom opgeruimd worden. Daar het gewas nogal eens te lijden heeft van de aspergekevertjes, verdient het aanbeveling, alles te verbranden en niets op de komposthoop te brengen.


Oude zaden. Misschien heeft u nog zaden van het afgelopen seizoen liggen. Die kunnen, indien ze goed bewaard zijn, misschien wel weer gebruikt worden. Het ligt er aan, welke zaden het zijn. Van bonen, erwten en prei kan beter elk jaar nieuw zaad aangeschaft worden, van komkommers en augurken wordt bij voorkeur zaad gebruikt dat twee jaar oud is. Zaden moeten koel, doch vooral droog bewaard worden; indien ze vochtig hebben gelegen, of te droog, kunnen ze opgeruimd worden, want dan heeft u er niets meer aan. Zaden kunnen het best in gesloten flesjes bewaard blijven. Indien u zekerheid wilt hebben of het zaad nog goed is, kan een gedeelte op een vochtige flanellen lap worden uitgezaaid, welke lap op een bord in een warme kamer wordt geplaatst. Het flanel moet vochtig gehouden worden. Meestal kunt u dan wel zien, hoeveel procent van de zaden nog ontkiemt. Indien oud zaad gebruikt wordt, is het aan te bevelen een beetje dichter op elkaar te zaaien, daar er toch steeds een gedeelte bij is, dat zijn kiemkracht verloren heeft.


Week2
Aardappelen dekken. In deze tijd van het jaar kan het zo hard vriezen, dat de aardappelen in de kuil gedekt moeten worden. In ieder geval is het raadzaam de bedekking bij de hand te hebben. Indien u onverwachts uit moet, komt er soms niets van, ze zouden in die tijd dan net kunnen bevriezen. Ook op zolder zullen we om de aardappelen moeten denken, op de meeste zolders vriest het dat het kraakt. Dek de zaak dus behoorlijk met kranten en zakken af, zodat geen schade ontstaan kan. Zodra de vorst voorbij is, moet die extra bedekking weer verwijderd worden, anders lopen de aardappelen te veel uit.


Uien nakijken. Denk ook om de uien en sjalotten. Er kunnen rotte exemplaren tussen zitten; die moeten zo spoedig mogelijk verwijderd worden. Laat u ze liggen, dan zouden ze ook de goede kunnen aantasten, en daarvoor heeft u ze niet zo netjes naar boven gebracht Is de zolder voor aardappelen een slechte bewaarplaats, voor uien en sjalotten is hij heel geschikt, omdat deze wintergroenten vooral droog moeten liggen, terwijl ze wel enige vorst kunnen verdragen. Als ze echter in bevroren toestand zijn, moogt u er niet in roeren; laat ze dan rustig liggen, anders zijn ze niet meer te bewaren.


Mesthoop omzetten. Stalmest moet op een juiste wijze bewaard worden, anders gaat er veel van de voedingsstoffen verloren. Zo'n hoop moet eigenlijk klein zijn; dus zoek het niet in de breedte, doch in de hoogte. Indien u mooie, korte mest wilt hebben, moet zo'n hoop nu eens omgezet worden. Alles wordt goed fijn geslagen, bij het spitten is de mest dan straks gemakkelijker te verwerken. Na het omzetten wordt de mesthoop met een laagje aarde afgedekt.
In de zomer mag een mesthoop niet in de felle zon liggen; hij mag ook niet zó liggen, dat het water bij de hoop blijft staan, want dan spoelen veel voedingsstoffen weg. Indien mest op het land gebracht wordt, moet die ook niet te lang aan hoopjes op het land blijven liggen, anders trekken de voedingsstoffen alleen op die plekken in de grond. Indien niet direct gespit kan worden, is het beter de mest gelijk over het land uit te strooien.


Week3
Witlof vervroegen. Met het vervroegen van witlof kan nu begonnen worden. De meeste liefhebbers zullen daarvoor echter niet in de gelegenheid zijn. Over de kuil, waarin de witlofwortels staan, kan paardenmest gebracht worden. Op die manier kan al aanmerkelijk eerder geoogst worden, we hebben daar reeds vroeger op gewezen. Indien u echter een verse bladhoop heeft, kan daarin ook een gedeelte van de wortels vervroegd worden. De hoop wordt plat gemaakt en men brengt een laagje zand aan waar de wortels in worden gezet. Daarna komt er een laag aarde van vijftien centimeter over de wortels. Ten slotte kan het geheel nog eens met een laag blad worden afgedekt. Het is verstandig niet alle wortels in zo'n bladhoop te zetten, omdat ze daar wel eens verrotten.


Aardappelen afspruiten. De aardappelen, die op zolder of in de kelder liggen, beginnen al uit te lopen, vooral als ze te warm liggen. Daarom moeten de spruiten er nu afgebroken worden, voordat ze te lang worden. Indien u er niet te lang mee wacht, is het meestal wel voldoende de aardappelen om te zetten.
Door het omzetten breken de jonge spruitjes er vanzelf af. Gooi niet hard met uw aardappelen, daardoor komen er later blauwe plekken op.


Winterkuilen dekken. De winterkuilen waarin wortelen, bieten, schorseneren, enz. voorkomen, moeten gedekt worden. Mogelijk heeft het al eerder gevroren en is reeds een bedekking aangebracht. Het kan ook zijn, dat het nog niet van betekenis gevroren heeft; in dat geval behoeven we ons met een bedekking niet te haasten. Wel is het aan te bevelen, deze bedekking in de buurt neer te leggen, opdat ze, als we haar straks nodig hebben, direct bij de hand is.


Week4
Uitgelopen sjalotten. Als de sjalotten te warm liggen, beginnen ze uit te lopen. Dat is te vroeg. Leg ze daarom koeler, en daarbij in het volle licht. Ze kunnen wel een weinig vorst verdragen, maar indien ze in bevroren toestand zijn, moogt u er niet in roeren, want dan gaan ze rotten.


Kruiden dekken. Er zijn enkele kruidensoorten, die niet winterhard zijn. Deze moeten nu zo spoedig mogelijk gedekt worden. Dat zijn in hoofdzaak de heesterachtige kruiden, zoals: rozemarijn, lavendel en dergelijke. Het is voldoende een weinig turfmolm aan de voet van de planten aan te brengen, ze mogen er niet onder gestopt worden.


Bruine bonen. Bruine en andere droge bonen mogen niet in een gesloten bus bewaard worden, ze gaan dan zweten. Droog ze achter de kachel, en doe ze gewoon in een papieren zak, dat is de beste bewaarmethode.


 

30-10-09

3x Veldsla voor dummies en voor gevorderden.

 Na half augustus zoeken vele moestuinders de zaadzakjes van veldsla weer op. Veldsla is immers een najaars- en wintergroente bij uitstek.
1. Tijd om veldsla te zaaien, maar te droog in de tuin? Tips voor zaaien bij droog weer en droge grond.
2. Veldsla voor (half)gevorderden. Bij de tuinliefhebber is de teelt van veldsla een klassieker. Alle teeltinfo voor u verzameld.
3. Veldsla voor dummies. Veldsla en radijs samen telen in een bloembak, hierbij een teeltrecept voor de absolute moestuinleek.
Blogged with the Flock Browser

29-10-09

Kruisbessen, trosbessen/ aalbessen vermeerderen herfststekken - snoei en verzorging


Lekkere kruisbessen in juli.


Hielstek van ca 20 cm lengte.


Kruisbesstekken die op zwarte plastic worden geplant wortelen beter en sneller.

Kruisbessen/ stekelbessen zijn op te kweken als vrij groeiende struikvorm maar ook als spilboompje.
De groengele of rode, knappende bessen zijn saprijk en erg lekker als je ze vers kan afplukken.
Kruisbessen kunnen in het najaar gesnoeid worden en het snoeihout is te gebruiken als stekhout om er houtstekken uit te knippen.
Bij de snoei wordt ruim de helft van het aanwezige hout verwijderd. Het stekken van kruisbessen kan in augustus - september ofwel in november gebeuren.

20-10-09

Werkzaamheden in november

Nov.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972  

Week1  
Veel is er in deze tijd van het jaar in de moestuin niet te doen, hoewel alles nog niet van het land gehaald is. De meeste mensen laten hun tuin maar aan zijn lot over zodra het weer slecht wordt, doch u moet alles in orde houden. Nat land moet nu van het water verlost worden, hetgeen u kunt bereiken door het graven van greppels, die dan naar de slootkanten moeten aflopen.

Aardappelen kuilen. De aardappelen zijn nu goed droog en het wordt tijd dat ze naar de winterbewaarplaatsen verhuizen. Ik heb u al gezegd: de zolder is geen beste bewaarplaats, de kelder wel, indien althans veel frisse lucht kan toetreden en hij vorstvrij is en niet te warm. Als de winteraardappelen te warm liggen, gaan ze gauw spruiten vormen, hetgeen verlies aan voedings­waarde ten gevolge heeft. Indien u een flinke tuin heeft, kunnen ze daar nu opgekuild worden. Al naar gelang de hoeveelheid, maakt u een gat van ongeveer dertig centimeter diepte. Dit gat wordt met een laag stro gevuld, zodat de aardappelen niet op de grond komen te liggen. Ook aan de zijwanden moet stro aangebracht worden, dat u rechtop in de kuil kunt zetten, voordat de aardappelen er in gaan. De aardappelen moeten er zo in, dat ze een piramide vormen; dan heeft het water gelegenheid weg te lopen. De boven­kant moet ook met stro worden afgedekt. Na het afdekken met stro komt er een grondlaag van vijftien centimeter dikte op. Begint het hard te vriezen, dan moet nog een dikke laag blad, riet of stro worden aangebracht, daar ze anders bevriezen. In grote kuilen, waarin veel aardappelen worden opgeslagen, wordt een koker geplaatst; deze dient om luchtverversing in de kuil te doen plaatsvinden. In kleine kuilen gaat het echter ook zonder zo'n luchtkoker. Mocht u toch zo'n koker willen hebben, dan kunt u daarvoor een draineerbuis gebruiken. Een grote bos stro die boven de grond uitsteekt, is meestal ook wel voldoende.

Witlof rooien. De wortels van witlof kunnen wel een beetje vorst ver­dragen, doch niet te veel, daarom moet u ze nu uit de grond halen. Het loof wordt op een paar centimeter boven de wortel afgesneden. Deze wortels kun­nen niet evenals gewone wortels en bieten in een kuil bewaard worden, daar ze spoedig uitlopen, immers, het is om de kropjes te doen. Amateurs kunnen de wortels het best in een kuil planten. Maak een kuil niet dieper dan twintig centimeter en zet daar de wortels in. De rijen komen op een onderlinge afstand van tien centimeter, terwijl ze in de rij mannetje aan mannetje kunnen staan. Over de wortels wordt een laag aarde van twintig centimeter gebracht. Deze aarde moet fijnkorrelig zijn, mag dus geen kluiten bevatten. Indien de wortels bij het inkuilen te lang zijn, mag er een gedeelte van afgesneden worden, langer dan vijftien centimeter behoeven ze niet te zijn. Worden ze op deze manier behandeld, dan kan er al vroeg in het voorjaar van geoogst worden. Door over een gedeelte van de kuil een laag paardenmest aan te brengen, kan een belangrijk vroegere ontwikkeling verkregen worden. Ook met een laag blad is wel een vroegere ontwikkeling te bereiken. U moet deze laag echter niet over de gehele kuil aanbrengen, dan komen alle kropjes tegelijk, en dat is niet de bedoeling.

Week2  
Prei opkuilen. Prei is eigenlijk volkomen winterhard, we behoeven die niet vorstvrij te bewaren. Indien u de prei echter op het land laat staan en er komt een vorstperiode, dan kunt u er niet van oogsten, omdat u ze niet uit de grond kunt krijgen. Daarom is het beter een gedeelte naar huis te halen en dat bij elkaar op te kuilen, waarna u er een weinig stro of riet tussen strooit. In plaats van stro of riet kan ook andere ruigte gebruikt worden, doch het gebruik van turfmolm is niet aan te raden. Mocht u ze kort bij huis hebben staan, dan behoeft u ze niet op te nemen; u kunt dan volstaan met een beetje stro er tussen te werken.

Artisjokken dekken. Artisjokken zijn niet volkomen winterhard, al kunnen ze wel vorst verdragen. Daarom behoeven ze ook niet zo vroeg gedekt te worden, en die bedekking mag ook in geen geval te zwaar zijn. Er zijn meer artisjokken die verrotten dan bevriezen, daar moet u dus wel rekening mee houden. De planten mogen niet onder de turfmolm gestopt worden, doch moeten zo worden gedekt, dat de bladeren boven de bedekking uitkomen. De beste resultaten worden bereikt door een oude mand over de plant heen te zetten, waaromheen een laag blad wordt aangebracht. Deze bedekking be­hoeft echter niet aangebracht te worden zolang het open weer blijft. Ligt de bedekking er eenmaal op, en het wordt open weer, dan moet u ze zo spoedig mogelijk verwijderen, anders verrotten de artisjokken toch nog.

Andijvie. De reeds eerder opgebonden andijvie kan wel een beetje vorst verdragen. Vooral indien het land niet te nat is, kunnen we dikwijls nog tot in december buiten andijvie oogsten. Intussen, zulke zachte winters hebben we niet elk jaar, daarom doet u verstandig, een deel van de planten naar binnen te halen. Uitgelegd in een schuur, kunnen ze nog geruime tijd bewaard blijven. Indien u een broeibak heeft, is het nog eenvoudiger. Dan worden nu alle andijvieplanten met een kluit opgestoken, waarna ze onder glas worden inge­graven. Indien regelmatig zo hoog mogelijk wordt gelucht, kunnen de plan­ten nog lange tijd mee. Er kan dan gemakkelijk tot aan de kerstdagen van geoogst worden.  

Week3  
Knolselderie. Indien de knolselderie nog niet van het land gehaald is, moet dit nu toch zo spoedig mogelijk geschieden, anders kon ze het wel eens te kwaad krijgen. De knollen worden met een vork opgerooid, en daarna van de grootste bladeren ontdaan, alleen de hartbladeren mogen blijven zitten. Aan de wortels moogt u niets doen, laat die er rustig aan zitten. Indien u een broeibak heeft, kunt u het best de knollen daar ingraven. De hele winter kunnen dan de knollen gebruikt worden, indien u ze nodig heeft. Ook de groene blaadjes, die telkens weer verschijnen, kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook bewaard worden in een kist met wit zand. Zet de knollen er dan zó in, dat ze met de hartbladeren boven de grond uitkomen. De kist krijgt een plaatsje in uw kelder, als het kan zo veel mogelijk in het licht.

Boerenkool oogsten. De boerenkool is nu zo ver, dat ze gegeten kan worden. Om lekkere boerenkool te eten, moet u wachten totdat ze een keer bevroren is geweest. In deze tijd van het jaar kan dat.

Knolrapen naar binnen. Knolrapen kunnen wel een beetje vorst verdragen, al wil dat niet zeggen, dat ze buiten kunnen blijven sta n. Het wordt nu tijd ze binnen te brengen. Indien ze in bevroren toestand zijn, ga er dan niet mee aan het werk, want dan rotten ze later in de kuil. Wacht eerst open weer af. De koppen worden er afgesneden, terwijl ook de wortels een weinig verwijderd worden. Daarna kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden. Na het opbergen wordt de hoop met een laag blad of andere ruigte afgedekt. Knol­rapen kunnen ook in de kelder bewaard worden, indien deze niet te warm is. Op zolder gaat het minder best, ze worden daar gauw slap.

Week4   
Spitten. Spitten kan zowel in het najaar als in het voorjaar geschieden. Indien de grond niet te nat is, kan het nu heel goed gebeuren. Vooral klei­gronden, die van nature stug en moeilijk te bewerken zijn, kunnen beter in het najaar gespit worden. U moet dan bij het spitten de grond niet netjes ge lijk maken, zoals dat in het voorjaar gedaan wordt, neen, laat de kluiten zo ruw mogelijk liggen. Ze vriezen dan lekker door, waardoor de grond in het voor­jaar veel beter te bewerken is.

Bagger. Slootbagger is prima materiaal voor de tuin, vooral voor kool is het zeer aan te bevelen. Indien de slootbagger een jaar aan een hoop heeft gestaan, kan ze nu over het land heen gebracht worden. Verse bagger is niet zo aan te bevelen.

Kardoen. De reeds eerder ingepakte kardoen kan wel enige vorst verdragen, doch als het een beetje harder gaat vriezen, is het beter ze met het stro naar binnen te halen. Ze kunnen dan in een koele kelder gelegd worden.

Schorseneren rooien. Schorseneren zijn ook niet zo erg gevoelig, maar het wordt nu toch tijd dat ze uit de grond komen. Met de vork rooien, opdat de wortels zo weinig mogelijk beschadigen. Na het rooien kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden, welke tegen de strenge vorst met een laag blad wordt afgedekt.

18-10-09

Verbeteren vruchtbaarheid bodem

Alles wat planten nodig hebben, zit in 12 elementen. Om de vruchtbaarheid van de grond te waarborgen, moet aangevuld worden.
(1) Stikstof bevordert de vegetatieve groei
(2) Fosfor is essentieel voor de totale ontwikkeling, in het bijzonder voor het wortelgestel

(3) Kalium voor bloem en vruchtvorming en de ontwikkeling van krachtiger planten
Dit is de bekende NPK kunstmest 12N-10P-18K
(4) Magnesium is nodig voor de vorming van bladgroen en assimilatie
(5) Calcium (kalk) verstevigt celwanden en verlaagt de zuurgraad van de grond.
(6) Zwavel
Spelen een rol bij de stofwisselingprocessen
(7-12) De 6 sporenelementen, elk met een bepaalde functie in het groeiproces.


Het constateren van tekorten in de bodem
Planten geven aan wat ze nodig hebben of wat eraan mankeert.
Dit geldt vooral voor de planten die ongevraagd hun intrek in de tuin nemen: de onkruiden.
Ze groeien op plekken, waar wat anders zou komen: de groenten!
Bij zure, schrale en dichte bodem komen de volgende onkruiden voor: kamille, melde, kweek, paardenbloem, distel, brandnetel. Een kwestie van kalk, compost en een goede afwatering!

Gebrek aan elementen
Gebrek aan stikstof (N): slechte ontwikkeling blad en neiging tot vergeling.
Gebrek aan kalium (K): aan de randen van het blad dorre, roestbruine plekken.
Gebrek aan fosfor (P): donkere verkleuringen over grote delen van het blad.
Gebrek aan magnesium (Mg): Magnesium is naast stikstof, fosfor en kali, de vierde basismeststof  Bij gebrek aan Magnesium ziet men in de bladeren eerst gele en later ook dode bruine vlekken. Dit gebrek begint aan de onderste, oudste bladeren. Bestrijding kan het beste met een bladbespuiting van 1 gram per liter water om de 2 dagen tot het gebrek is opgeheven. Magnesiummeststof: kieseriet.
Gebrek aan kalk (Ca): Kalk bindt zuren in de grond.
Kali, ammoniumstikstof en magnesium worden door kalk verdreven uit hun vaste binding met klei en humusdelen. Hierdoor komen ze voor de plant beschikbaar. Kalk kan in water opgeloste fosfor aan zich binden waardoor deze fosfor niet meer uitspoelt. Bacteriën ontwikkelen zich beter bij een voldoende hoeveelheid kalk in de grond.
Meer of minder kalk in de grond heeft invloed op het voorkomen van plantenziekten. Op grond met weinig kalk komt bijvoorbeeld veel sneller magnesium tekort voor. Een goede kalktoestand en pH bevordert sterk het rendement van de aan de grond toegevoegde kunstmest en organische mest.
Bron http://www.boeranloo.nl/kalk.htm
Kalkmeststof: Dolokal.
Gebrek aan sporenelementen: een tekort betekent vaak bladschade of misgroei.

Ook ziekten kunnen in het geding zijn, zoals phytophthora, insecten onderzijde blad.

Zonder toevoeging van extra voedingsstoffen redt een natuurlijke mest en compost niet alleen! Echter, een zekere terughoudendheid is geboden.

14-10-09

Snoeien aal- en kruisbessen

Als het niet te hard vriest, kan met het snoeien van de aal- en kruisbessen een aanvang gemaakt worden. Dat snoeien wordt op verschillende manieren gedaan. Hoofdzaak is, dat de struiken van binnen behoorlijk ruimte krijgen. Alle takken die zich dus in het hart van de struiken ontwikkelen, kunnen zonder meer tot op hun basis worden weggesneden. Grondscheuten, jonge takken, die onder aan de voet van de struik ontstaan. kunnen, indien ze niet voor de vorming van de struik nodig zijn, ook gerust tot op de grond worden weggesneden. Alleen, indien een oude tak dood is gegaan, kan zo'n jonge grondscheut behouden worden, om de plaats van de oude tak in te nemen. Aan de oude takken - de gesteltakken - zitten jonge scheuten, die we tot op vijftien centimeter terugsnoeien. Alle scheuten die zich beneden en in het midden van de oude takken ontwikkelen, worden tot op een paar centimeter teruggesnoeid. Zitten er te veel jonge scheuten aan, dan snijden we die tot op hun basis - dus tot op het oude hout - terug, zonder echter in het oude hout te snijden. Alle dunne takjes, ter lengte van een centimeter of tien, laten we ongesnoeid, daarvan plukken we de meeste vruchten.

Kruisbessen moeten op soortgelijke wijze behandeld worden. Vooral niet te veel hout in laten zitten, anders zijn de vruchten niet te plukken. Zwarte bessen moeten anders gesnoeid worden. Indien daar te veel hout in zit, snijden we een paar van de oudste takken geheel tot op de grond toe weg.

13-10-09

Boorschade aardappelen

Ritnaald, ook goed gekend als ‘koperworm’ is een larve van de kniptor (vooral van de Agriotes lineatus en Agriotes obscurus.) Het zijn harde, oranjebruine keverlarven van ongeveer twee tot drie centimeter lengte. Ze kunnen tot vier jaar in de grond overblijven en leven er van plantenwortels. Vooral op pas gescheurd grasland, of pas ontgonnen braakliggend land, kunt u de eerste jaren veel hinder ondervinden van ritnaalden. Het is dus een typische plaag op pas ontgonnen gronden. Ritnaalden kunnen niet goed tegen uitdroging. Het is goed pas ontgonnen grasland een paar keer te bewerken zodat de bovenlaag goed uitdroogt. Het aantal ritnaalden zal dan zeer snel afnemen.
Ritnaalden bijten van zaailingen soms net onder de grond de plant door. Tevens wil dit insect wel nog eens boorschade geven in gewassen zoals wortel, aardappel, en rode biet. Bij gebrek daaraan zullen ze ook andere wortels aantasten. Ze maken gaatjes en gangen in de knollen of wortels.

11-10-09

Werkzaamheden in oktober


Okt.. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972




Week1
Verschillende hoekjes zijn nu leeg gekomen. Laat de boel daar zo niet liggen doch ruim alles netjes op. Ook het onkruid moet nog eens uitgeroeid worde indien u dat nu zijn gang laat gaan, is de tuin vóór de winter weer helemaal groen. Het onkruid groeit lang door, daarom moet de strijd ook zo lang mogelijk volgehouden worden. Indien er dus nu een mooie, zonnige dag is, gaan alles met de schoffel en de hark na, ook al staat er niets meer op het lan Verder moeten nu de late aardappelen uit de grond zijn. Indien u ze er niet allemaal uit heeft, moet u zich toch haasten. Het weer wordt hoe langer hoe slechter, straks is de tuin één en al modder, en dan wordt het droog krijgen van de aardappelen steeds moeilijker.


Droge bonen. Droge bonen, zoals bruine bonen en citroenboontjes, moet nu naar binnen toe. Het weer wordt er niet beter op, laat ze dus niet te l& meer buiten staan. Mochten ze nog niet droog zijn, pluk dan nog een gedeelte van de bladeren af, ze drogen dan vlugger. Misschien kunt u ze ook onder e afdak te drogen hangen; doe dat dan op een plaats, waar de wind er door kan waaien. Zijn ze goed droog, zodat u de boontjes kunt horen rammelen dan mogen ze naar binnen. Indien u niet veel plaats heeft, kunnen de peul afgeplukt worden. Ze kunnen dan midden in de winter, als er anders niet vi te doen is, gedopt worden. Heeft u echter plaats, breng ze dan aan de struik naar boven, ze kunnen dan later uitgedorst worden.


Peterselie en snijselderie. Indien in augustus jonge plantjes gezaaid kunnen die nu zo ver in ontwikkeling zijn, dat ze gemakkelijk overgeplaatst kunnen worden. De hele winter buiten blijven kunnen ze echter niet, daarvoor moet u een broeibak hebben. De plantjes worden onder glas ingegraven en door de winter heengebracht. Het is voldoende indien het bakje alleen strenge vorst met een rietmat bedekt wordt. Mocht u niet gezaaid heb dan kunnen de kleinste plantjes nu worden opgenomen en in een broeikas worden ingegraven. Niet iedereen is in het bezit van een broeibak. ma er kunnen een paar plantjes bij elkaar in een bloempot gezet worden. Daar de planten nogal lange wortels hebben, moogt u gerust de helft afsnijden.


Week2
Koolstronken opruimen. Van de geoogste kool kunnen nu de stronken worden opgeruimd. Breng deze niet op de composthoop, er kunnen immers ziekten in zitten, vooral knolvoet, en deze zouden zich dan door de composthoop verspreiden. Het beste is zulke stronken maar te verbranden, als dat tenminste mogelijk is; geef ze anders met de vuilniswagen mee.


Bleekselderie. Bleekselderie moet nu verder gebleekt worden. Ze wordt dus ingepakt, zoals we dat eerder hebben aangegeven. Mocht u een broeibak heb­ben, dan worden de planten nu opgenomen en in zo'n broeibak opgekuild.


Spruitkool. Soms heeft spruitkool veel last van losse spruiten, vooral aan de onderkant kunnen er veel zitten. Het is nu tijd die losse spruiten af te plukken, de andere kunnen dan beter doorgroeien. Deze losse spruiten behoeven niet weggegooid te worden, ze zijn nog eetbaar.


Bieten rooien. Het wordt nu tijd voor het oprooien van winterbieten, dat zijn de bieten die voor de winterprovisie bestemd zijn. Dat oprooien moet zo voorzichtig mogelijk geschieden, opdat niet te veel aan de wortels beschadigd wordt. Met een schop moet het daarom liever niet gedaan worden, het gaat beter met een mestvork. Het blad mag er niet afgesneden, maar moet er met de hand afgedraaid worden; dat voorkomt sapverlies. Indien veel sap ver­loren gaat, worden de bieten bij het koken licht van kleur, hetgeen een minder aangenaam gezicht is. Bovendien zijn ze dan niet zo gemakkelijk gaar te krijgen. Bieten moeten op het land goed te drogen gelegd worden, voordat ze naar binnen mogen. U kunt ze op verschillende manieren bewaren, doch de meest gangbare is, de bieten in een hoop wit zand in de tuin in te graven. Begint het hard te vriezen, dan kan er een laag blad overheen gebracht worden. Mocht u geen tuin bij het huis hebben, dan kunnen ze ook in een kist met wit zand in de kelder of op zolder bewaard worden. De hoofd­zaak is dat ze het niet zó koud hebben, dat ze bevriezen, en niet zó warm, dat ze verdrogen of uit gaan lopen. Een temperatuur juist even boven het vries­punt is ruim voldoende.


Week3
Winterwortelen rooien. Haast is er nog niet bij, doch indien op tijd gezaaid is en de wortels nu hun normale grootte hebben, dan kan tot het rooien wor­den overgegaan. Indien uw tuin uit zandgrond bestaat, kunnen de wortels zo uit de grond getrokken worden. Het loof snijdt u af. Bestaat de grond uit klei of veen, dan zal met een vork gerooid moeten worden. U moet niet met een schop rooien, dan beschadigen de wortels te veel en kunnen ze niet be­waard worden. Na het oprooien moet u ze een paar dagen laten drogen. Ze mogen niet vochtig in de winterbewaarplaats komen. U kunt ze op verschil­lende manieren bewaren; de hoofdzaak is, dat ze niet te warm, maar wel vorst­vrij liggen. Vorst verdragen ze niet. U kunt ze in de kelder bewaren, doch ook op zolder; deze moet echter niet te droog zijn, wat met de meeste zolders wel het geval is. In kisten met wit duinzand kunnen ze goed bewaard worden. Eerst legt u een laagje zand, dan wortels, zand, wortels en zo vervolgens. Heeft u een grote tuin, dan kunnen ze in een kuil bewaard worden. Aanbeveling ver­dient het, ze in wit zand te leggen, ze rotten dan niet zo gauw. De kuil kunt u afdekken met wat stro of blad. Zodra het hard begint te vriezen, moet deze bedekking verzwaard worden. Bij open weer gaat die er af, anders zouden de wortels te veel uitlopen.


Keukenkruiden. Nu kan men keukenkruiden bestellen; doe dat bij een vasteplantenkweker. Ze verlangen een goed bemeste grond en een zonnig plekje. Bonekruid kan men zaaien, doch er is ook een overjarig soort. Bieslook en Lavas en Pimpernel heeft men ook nodig. Kruiden kan men gemakkelijk voortkweken door middel van scheuren; dat kan men nu doen, doch ook in het vroege voorjaar.


Week4
Spruiten plukken. Met het plukken van spruiten kan begonnen worden. Deze groente is evenals boerenkool het fijnst van smaak, als de vorst er een paar maal overheen is geweest. Zolang het nog niet gevroren heeft, is ze niet zo smakelijk. Natuurlijk worden eerst de grootste spruiten geplukt, de andere kunnen dan weer groeien.


Witte kool. Deze koolsoort kan niet lang buiten blijven staan, ze kan geen of weinig vorst verdragen. Ze wordt, voor zover ze niet voor het maken van zuurkool wordt gebruikt, nu van het land gehaald en op een koele zolder gelegd, waar ze het langst goed blijft. Lang kunt u deze koolsoort echter niet bewaren.


Rode kool. Indien de kool goed hard is, kan ze nu van het land gehaald worden. Ze is wel iets sterker dan de witte kool, doch veel vorst kan ze niet verdragen. Deze kool laat zich echter heel goed bewaren. Ze kan met stronk en al in een vorstvrije schuur worden opgehangen, of op zolder worden be­waard, maar meestal is het daar te droog. Indien uw tuin op hoge zandgrond gelegen is, kan ze daar ook opgekuild worden. De kolen worden dan met stronk en al opgenomen, waarna ze in een hoop wit zand bewaard worden. De stronken moeten boven de grond uitkomen. Als het hard gaat vriezen, moet de hoop met blad worden afgedekt. Ook kan er een veurtje gegraven worden van on­geveer twintig centimeter diepte, waar dan de kolen op de kop worden ingezet. Zodra het begint te vriezen, kunt u er droog blad tussen strooien. Het grote bezwaar is echter, dat de kool niet geregeld te controleren is, zodat gauw rotplekken ontstaan. Daarom is ophangen in een schuur beter, dan kan ze geregeld gecontroleerd worden.


28-09-09

Aantasting door preimot



Aantasting door preimot
De bladeren van de "winter"prei zijn aangetast door de preimot, echter de schacht van de preiplant is onaangetast.
   
Schadebeeld
De volwassen preimot heeft een vleugelwijdte van ongeveer 8 mm. De rupsen zijn tot 1 cm lang en geelwit van kleur. De larven van de preimot mineren (gangen uitvreten in plantenweefsels) in het blad en boren verder naar het hart van de plant met gangen in de schacht van de preiplant als gevolg. Kenmerkend is het afgeraspte bladoppervlak dat als ‘zaagmeel ‘ achterblijft in het gangetje.


Bestrijding
Daarvoor moet in dezelfde richting gedacht worden als de bestrijding van rupsen. Bestrijding met een rupsendoder gebeurt best voor de larve zich helemaal naar beneden boort. Ingrijpen van zodra de schade vastgesteld wordt is dan ook de boodschap!
Wil je echt zeker zijn, dan is telen onder insectengaas, vooral op het zaaibed en  in het begin van de teelt de beste teeltmaatregel. De preimot is een nachtvlinder, dus kan het doek overdag wel  weggenomen worden voor de onkruidbestrijding.

Preimot en geur
De prei naast een rij zwarte bessenstruiken planten. De geur van de bladeren van zwarte bessen hebben een heel aparte geur, waardoor de prei niet wordt aangetast door de preimot.


Dit is een digitale selectie uit de brochure "De teelt van prei" van het Ministerie van Landbouw, België, oktober 1986.In deze brochure wordt getracht om zowel de beroepsteler als elke andere geïnteresseerde lezer een overzicht te geven van de teelt in het algemeen en de technische verbeteringen die in de praktijk een toepassing hebben gevonden.

26-09-09

Herfstframbozen snoeien

Herfstframbozen - Rubus idaeus   

Wanneer de pluk van de herfstframbozen is afgelopen , kan het afgedragen hout afgesneden worden. Alle takken worden dus tot op de grond toe afgesneden. Denkt u er om: dit geldt alleen voor de soorten die in de herfst vruchten geven, dus niet voor die, welke we midden in de zomer plukken. De wortels van deze herfstframbozen lopen meestal een eind van de struiken weg, zodat na verloop van een paar jaar overal jonge frambozen te voorschijn komen. Daarom kunnen de herfstframbozen nu opgenomen worden, waarna al de uitlopers worden weggehaald. Daarna wordt een nieuw bedje klaargemaakt en kunnen ze opnieuw worden opgeplant.

Frambozen kunnen geplant worden in de maanden november tot en met februari. Na het planten moet het hout direct ingekort worden op ongeveer een halve meter hoogte. Hierdoor hebben ze minder last van de wind en komen er sneller jonge scheuten uit de grond, vlakbij deze takken. Zodra deze jonge scheuten ongeveer 30 cm of hoger zijn kunnen de oude takken tot op de grond worden weggesnoeid.

Herfstframbozen zijn snelle groeiers en dragen in de herfst op het jaars hout. Dus in de winter alles netjes met de grond gelijkmaken, de planten lopen in het voorjaar uit, dan uitdunnen zodat de stengels plaats hebben en wachten op de vruchten.
Enkele zwakkere twijgen van de herfstframbozen laten staan levert toch een voorjaarspluk.
De frambozen in dec.-jan. tot op de grond toe afknippen.


Frambozen mesten. Frambozen moeten steeds over voldoende voedsel kunnen beschikken. Zodra dat niet het geval is, gaan de struiken verzwakken en heeft men veel last van de zo gevreesde wormpjes. Er kan nu tussen de struiken de nodige stalmest/compost worden gespit. U moet vooral niet te diep spitten, daar de wortels van de frambozen kort aan de oppervlakte zitten.

08-09-09

Werkzaamheden in september

Sept. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Artisjokken oogsten.
De oogst van artisjokken is nu in volle gang. U kunt nu goed zien, wat de goede soorten en wat de minder goede zijn. Artisjokken worden gezaaid en tussen de zaailingen bevinden zich minderwaardige typen. Die kunnen nu gemerkt en later door goede vervangen worden. Planten waar­van de bloemknoppen spits zijn, met smalle, dunne en scherpe schubben, zijn waardeloos en kunnen dus beter opgeruimd worden. Na de bloei kunnen goede planten, die bij een kweker te koop zijn, worden uitgezet. Indien u zelf wilt voortkweken van de goede planten, dient u ze in het voorjaar te scheuren. Er zijn allicht een paar jonge planten met wortel en al van de oude moeder­planten af te nemen.

Selderij bleken. Bleekselderij, de naam zegt het reeds, moet om gegeten te kunnen worden, eerst gebleekt worden. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. De hoofdzaak is dat de planten van het volle licht zijn afgesloten. Dat kunt u bereiken, door twee planken langs de planten te zetten, aan elke kant van de rij één. Opbinden gaat ook, en dan omwikkelen met een of andere stof, doch geen zakkengoed, want dat houdt het vocht te veel vast, waardoor de planten zouden gaan rotten. Het is natuurlijk gewenst niet alles in één keer op te binden of te bleken.

Rabarber verzetten. Indien nodig, kan nu rabarber ge‑ of verplant worden. Indien nu geplant wordt, kan het volgend voorjaar geoogst worden. Rabarber­planten hebben veel ruimte nodig, zeker een onderlinge afstand van één meter. Dat is een flinke ruimte voor kleine tuinen, maar misschien heeft u hier of daar wel een hoekje, waar een paar planten kunnen staan. Daar ze veel water verlangen, worden ze ook aan slootkanten gezet, waar ze het naar hun zin hebben. Een goed soort is de Paragon; bij de bereiding van deze rabarber heeft u niet zo veel suiker nodig. Denkt u om de nodige stalmest. Rabarber verlangt veel voedsel.

Week2
Aardappelen rooien.
De late aardappelen moeten nu gerooid worden, het ge­was zal thans wel afgestorven zijn. Laat de knollen eerst behoorlijk drogen, voordat ze naar de winterbewaarplaats gaan. Dek ze op het land niet af met het aardappelloof, want als daar ziektekiemen in zitten, tasten die ook uw aard­appelen aan. Indien de knollen goed droog zijn, kunnen ze op de zolder of in de kelder voor de winter worden opgeslagen. De zolder is geen beste bewaar­plaats als het hard vriest. Houd de aardappelen in ieder geval in het donker, in het licht worden ze groen en taai.

Veldsla zaaien. Veel is er niet meer te zaaien, doch veldsla kan nog wel uitgezaaid worden, Als u nu zaait, kunt u vóór de winter de grootste plan­ten nog oogsten. De kleine blijven dan tot het voorjaar staan, daar ze vol­komen winterhard zijn. Als de stand te dicht is, rotten de plantjes gauw weg, daarom moet u ruim zaaien, en voor de winter de grootste plantjes oogsten. U heeft ongeveer veertig á vijftig gram zaad nodig voor tien vierkan­te meter. Daar er nu toch grond genoeg leeg is, raad ik u deze teelt aan. De rozetten worden in haar geheel geoogst, alleen, indien erg vroeg gezaaid wordt ‑ in augustus ‑ kunnen eerst nog de bladeren geoogst worden. Deze worden dan gewoon als spinazie afgesneden.

Week3
Bloemkool dekken.
De late bloemkool kan nu geoogst worden. Denkt u er om, dat de kooltjes steeds gedekt moeten worden. Indien er licht bij komt, groeit de kool uit elkaar, en krijgt een gele kleur. Ongedekte kool is niet te eten. Door het omknikken van de hartbladeren voorkomt u het geel worden.

Tomaten. De tomaten buiten rijpen niet erg meer, of we zouden het weer erg mee moeten hebben. Het kan nu nog warm zijn, en zolang dat het geval is kunt u de vruchten ook rustig laten hangen en alleen een paar bladeren af­snijden, waardoor ze een beetje meer van het zonnetje kunnen profiteren. Zodra het weer echter omslaat, is het beter de vruchten die de grootte hebben bereikt, groen af te plukken. Ze kunnen achter het raam narijpen. Indien ze achter het raam in het zonnetje liggen, komen ze nog wel op kleur. De smaak is niet zo lekker meer als van de vruchten die midden in de zomer geoogst worden, doch voor de bereiding van de jus bijv. zijn ze nog heel goed.

Week4
Droge bonen oogsten
. Bruine bonen, kievitsbonen, citroenboontjes, en andere droge bonen, zullen nu zo ver zijn, dat ze opgetrokken kunnen worden. De bonen van de bruine soorten zijn nog niet bruin, doch er kan niet gewacht worden. Ze verkleuren wel, indien ze maar eerst droog zijn. Indien er te veel blad aan de planten zit, kan er een gedeelte afgehaald worden; dan drogen de boontjes beter. De pollen worden opgetrokken, bij elkaar aan bosjes gebon­den, daarna aan een draad te drogen gehangen. Ze kunnen ook op een heg of op een hek te drogen gehangen worden. Zelfs kunt u ze op hun kop op het land zetten; dan drogen ze echter niet zo snel, vooral niet, wanneer er juist een regenperiode op volgt.

Andijviebinden. Indien de winterandijvie behoorlijk op tijd gezaaid en uit­geplant is, zullen de kroppen nu zo ver zijn, dat ze opgebonden kunnen worden. Tegenwoordig doet men dat niet zo veel meer, maar toch kan ik u het opbinden van een klein partijtje wel aanbevelen. Indien ze opgebonden zijn, worden ze prachtig geel. Dat opbinden mag alleen gebeuren, als de bladeren geheel droog zijn. Indien u het bij regenachtig weer doet, rotten de planten van binnen. Alle bladeren worden bij elkaar gedaan, dan wordt er een bandje omheen gelegd. U moet niet alle planten opbinden. Indien het te laat in de tijd wordt, rotten de planten nogal eens. Voor de inmaak is het opbinden zeer aan te bevelen.

31-08-09

Mineralengebrek

Op een gedeelte van de moestuin (tuin 67 en 68) zijn de bladeren van de sperziebonen en de aardappelen (Texla) geel verkleurd. Bekend is dat op dit gedeelte van de tuin een overmaat aan kunstmest en duivenmest is gestrooid in de voorgaande jaren.

Vermoedelijk kan de geelverkleuring worden veroorzaakt door overdadige toediening van bepaalde elementen; door te veel kaliumrijke meststof te geven, bijvoorbeeld, kan de chemie van de bodem veran­deren, het magnesium raakt opgesloten', zodat de plant verschijnselen van magnesiumgebrek gaat vertonen. Mineralengebrek is vaak moeilijk te herkennen aan de symptomen alleen en kan makkelijk worden verward met ziekten, met name virussen.

Ijzergebrek is een van de meest voorkomende stoornissen bij planten en meestal herkenbaar aan vergeling van het blad. Het komt vooral voor op alkalische grond. (chlorose door kalkovermaat).
Bij sperziebonen kan dit een kaliumgebrek zijn.
Een plant heeft het element magnesium nodig om de groene stof chlorofyl te kunnen produceren. Een tekort is zichtbaar aan de geelverkleuring tussen de nerven.


Bron Atrium encyclopedie 'Natuurlijk tuinieren' ISBN 90-6113-957-0

07-08-09

Werkzaamheden in augustus

Aug. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Veel is er natuurlijk niet meer te zaaien, we zitten nu al in augustus en dan bepaalt het werk in de moestuin zich hoofdzakelijk tot het oogsten van verschillende gewassen en tot het schoonhouden van de tuin.

Spinazie zaaien. Spinazie kan nu nog gezaaid worden. Er kan dan vóór de winter nog gemakkelijk van geoogst worden. U moet nu maar rond zaad nemen, dat is voor de herfst beter. Spinazie kan nu het best op rijtjes gezaaid worden, het slechte regenweer heeft er dan in het najaar niet zo veel invloed op. Indien breedwerpig gezaaid wordt, en het gewas te dicht opeen komt te staan, worden de bladeren nogal eens ziek.

Tomaten snoeien. Met het snoeien van tomaten moet steeds worden voort gegaan. Het is gewenst, de planten elke week even na te lopen; bij een hoog van ruim één meter zit er meestal wel een drietal vruchttrossen aan. Dan kan de kop uit de plant gesneden worden. Wel zouden zich op grotere hoogt nog meer vruchttrossen ontwikkelen, maar die worden buiten toch niet mee rijp. Daarom is het beter de kop maar uit de plant te halen; dit komt dan de overblijvende vruchttrossen ten goede. Het gebeurt ook nogal eens, dat de planten te vol met bladeren zitten. Dan is het gewenst een deel er van weg te snijden, of ze althans te halveren. De vruchten komen daardoor beter in d zon te hangen en kleuren veel eerder.

Sla planten. Sla kan nu voor de laatste maal uitgeplant worden; zware kroppen zullen het echter wel niet meer worden. Mocht u een broeibak hebben, dan zou ik zeggen: plant u ze daar maar in uit, dan kunnen ze zich nog tot prachtige kroppen ontwikkelen.

Andijvie planten. De uitgezaaide winterandijvie moet nu op rijen uitgeplant worden. Lang moet u er niet meer mee wachten, anders worden het geen zware kroppen meer. Voor de inmaak moeten ze nu in ieder geval geplant worden. Andijvie groeit alleen maar goed op een vochtige, goed bemeste grond, op schrale zandgronden komt er weinig van terecht. Vooral zomerandijvie komt in de meeste tuinen niet tot zijn recht. Daarom heb ik u maar niet aangeraden, deze aan te planten of in eigen tuin te zaaien, daar er genoeg zomerandijvie te koop is. Voor winterandijvie moet u echter zelf zorgen. Liefhebbers kunnen deze planten zelf zaaien, doch de meesten kopen van de kwekers, hetgeen verstandig is. De planten komen op een onderlinge afstand van vijfentwintig centimeter, zowel op de rij, als in de rij. Indien de planten wat te lange bladeren hebben en het is warm, zonnig weer, dan verdient het aanbeveling een gedeelte van de bladeren in te korten. Het verdampingsoppervlak is dan niet zo groot meer, waardoor de planten eerder aan de groei komen.

Week2
Aardappelen rooien. De middenvroege soorten mogen nu gerooid worden Vooral de Eigenheimers kunnen nu uit de grond. U kunt ze ook nog wel een paar weken laten zitten, maar Eigenheimers hebben vaak last van ziekt Daarom is het beter niet te lang met het rooien te wachten. Indien de ziek er niet in zit, komt die er ook niet meer in nadat de aardappelen gerooid zijn Na het rooien kunnen ze in een zomerpetje worden opgekuild, of in de kelder bewaard. Hoofdzaak is, dat ze in het donker, en niet te warm liggen, anders worden ze groen en taai.

De preivlieg. Het gebeurt nogal eens dat de prei wordt aangetast door de preivlieg. Daar is weinig tegen te doen. Alleen indien diep geplant werd, kan het gewas juist onder de grond worden afgesneden. Met het groene loof worden dan ook de preivliegen vernietigd, terwijl er vrij spoedig weer bladeren bij komen.

Pootuien oogsten. Pootuien kunnen nu geoogst worden. Zitten er v schieters in, dan is dat een strop, want daar heeft men weinig aan. Vooral voor het bewaren deugen ze niet. Laat de pootuien eerst op het land in de volle zon drogen, daar worden ze hard van. Eenmaal goed droog en hard kunnen ze naar de zolder. Pootuien worden in augustus wel gezaaid, mw het is een lastige teelt. Het valt niet mee ze de winter door te brengen. Daarom kunnen de planten in het voorjaar beter bij een kweker gekocht worden.

Week3
Een bedje raapstelen kan nu nog gezaaid worden; zorg er echter voor, dat u niet te dicht op elkaar zaait. Zo kunnen er ook nog zomerworteltjes gezaaid worden, maar zwaar worden ze niet meer. Mocht u een broeibak met een raam hebben, gebruikt u die dan; u bereikt dan nog prachtige resultaten.

Bonen oogsten. De grote pluk van de bonen is nu begonnen. We maken er een handig gebruik van en gaan tot het inmaken over. Indien u te veel bonen heeft, kunnen ze niet alleen in het zout, doch ook geweckt worden, terwijl ze ten slotte ook gedroogd kunnen worden. Het plukken van bonen moet voorzichtig geschieden, anders worden de jonge boontjes er ook afgetrokken. Snijbonen worden spoedig te dik, daarom moeten die eigenlijk tweemaal per week geplukt worden. Als het goed is moeten de slaboontjes ook eenmaal per week geplukt worden, maar in de meeste gevallen komt er niets van. In ieder geval, hoe vaker er geplukt wordt, en hoe voorzichtiger, des te langer zal men kunnen blijven plukken. Kruip niet over de regels heen, want dan is het heel gauw met de pluk gedaan. Bonen voor de inmaak moeten niet blijven liggen totdat u een partij van een week bij elkaar hebt. Ze moeten zo vers mogelijk ingemaakt worden.

Aardrupsen. Vaak gebeurt het, dat pas geplante andijvie opgevreten wordt door aardrupsen. Daartegen valt weinig te doen. ja, u kunt Parijs groen met zemelen gebruiken, maar ik raad dit middel niet aan, omdat het zeer vergiftig is. Niet alleen voor u. doch ook voor de huisdieren, evenals voor de vogels, kippen of eenden. Gebruikt u Parijs groen maar niet om uit te strooien. Indien u er toch toe overgaat, zorg dan dat u bij het uitstrooien geen wondjes aan de handen hebt, dan kan het voor uzelf geen kwaad. Overigens, als een andijvieplant is weggevreten en u bent er tamelijk vlug bij, dan zijn de boosdoeners in de meeste gevallen nog wel te vinden. Wroet u maar eens in de grond, dan haalt u ze wel naar boven. Ze zitten kort aan de oppervlakte.

Schorseneren. Tussen de schorseneren zitten verscheidene exemplaren die in bloei staan. Dat is niet gewenst, maar het is niet zo erg als bijvoorbeeld bij de wortels en bieten. Die zijn als ze gaan bloeien absoluut waardeloos geworden. De bloemen van de schorseneren mogen afgesneden worden; u moet er vooral niet te veel blad afsnijden, er zit toch al niet zo veel aan. Sommige mensen laten de wortels gedurende de winter op de plaats in de grond zitten, ze kweken ze dan tweejarig, doch ze worden dan een beetje taai. In het najaar rooien is beter.

Week4
Kruiden oogsten. U moet nu voor het oogsten van uw kruiden zorgen. Er zitten thans aan de meeste planten bladeren genoeg, zodat ze nu wel verzameld kunnen worden. Deze bladeren worden niet in de zon gedroogd, maar op een koele, luchtige, doch droge plaats. Opletten dat de bladeren niet gaan schimmelen; is dat het geval dan liggen ze te vochtig. Eenmaal goed droog, kunnen ze tot poeder gewreven worden en in gesloten bussen voor de winter bewaard.

Winterwortelen. Als het erg warm weer is, komen er veel schieters tussen de wortelen, dat zijn planten die gaan bloeien. Aan die wortels heeft u niets, het is het verstandigste die maar zo gauw mogelijk op te ruimen. U moet niet te vroeg rooien, wortelen zwellen nog lang en kunnen ook nog buiten blijven staan.

Prei planten. Eind augustus kunnen er nog wel een paar rijtjes prei geplant worden, doch zware planten worden het niet meer. Er komt nu echter genoeg land leeg, zodat het geen kwaad kan, nog een paar rijtjes te zetten. Allicht kunt u er dan volgend voorjaar nog aardig van profiteren.

Boerenkool uitplanten. Boerenkool moet nu uitgeplant worden. U moet ze niet te dicht op elkaar zetten, ze hebben wel een onderlinge afstand van zeventig centimeter nodig. Vooral indien ze direct doorgroeien, kunnen het nog zware planten worden. Voor het planten van andere koolsoorten is het een beetje laat geworden.


30-07-09

Werkzaamheden in juli

Juli ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Hoewel we steeds verder in de zomer komen, kunnen toch verschillende reeds eerder gezaaide en geplante groenten voor de tweede keer gezaaid en uitgeplant worden. Stukjes land zijn weer vrij gekomen. waarop bijvoorbeeld nog postelein gezaaid kan worden. Stamslaboontjes kunnen ook nog gelegd worden, maar dan dient men niet te lang meer te wachten. Voor het zaaier snijbonen is het te laat geworden, terwijl droge bonen ook geen succes opleveren. Met de oogst van de bloemkool is men druk bezig. Denk er or hartbladeren steeds om te knikken, anders worden de kolen direct gei groeien ze uit elkaar.
Grote bonen of tuinbonen worden volop geoogst. Laat ze niet te oud worden want dan zijn ze niet lekker meer. Indien er bonen over zijn, kunnen die geweckt worden. Tuinbonen kunnen ook gedroogd worden. Ze worden zoals andere z.g. droge bonen: bruine bonen, citroenboontjes enz. te drogen gehangen. Later kunnen ze dan gedorst en in de winter gegeten worden. het koken worden deze bonen eerst vierentwintig uur in water gezet te weken.

Sla zaaien en planten. Met het zaaien en uitplanten van sla kan nog s worden doorgegaan. Hoewel het zaaien gemakkelijk is er kan steeds om de drie weken een klein hoekje van de tuin voor worden benut kunnen de planten ook wel bij een kweker gekocht worden. Het grootste gedeelte van de zomer zijn ze wel te koop. Sla geeft altijd de beste resultaten, als ze er humusrijke grond wordt gekweekt. Sla verlangt dus een behoorlijke bemesting. Indien er geen groei in de planten zit, worden ze al gauw door de luis aangetast en ze zijn dan voor de consumptie minder geschikt.

Bonen aanaarden. De bonen zullen nu wel zo ver in ontwikkeling zijl ze evenals de erwten en peulen, aangeaard kunnen worden. Er komt da beide zijden een aarden walletje om de planten heen. Vooral stokbonen hebben het aanaarden wel nodig. ze groeien dan beter naar de stokken toe.

Week2
Sjalotten oogsten. De in maart uitgepote sjalotten zijn nu zo ver, dat ze g oogst kunnen worden. Mocht het gewas nog te groen zijn, en de hals nog stevig aanvoelen, dan is het nog te vroeg voor het optrekken. Indien u toch uit de grond haalt, zijn ze niet lang te bewaren. Knakken van g stengels zal het afsterven bevorderen. Na het optrekken moeten de sjalotten gedroogd worden, voordat ze naar binnen gaan. Laat u ze maar op het land liggen, indien dat tenminste niet te vochtig is. Mocht het land vocht zijn, haal de sjalotten dan bij elkaar, leg ze in de zon op een rietmat, waar prachtig kunnen drogen. Indien ze in de volle zon te drogen liggen, worden goed hard en kunnen ze ook lang bewaard worden. Zijn ze goed droog, dan kunnen ze naar de zolder verhuizen. U moet niet te veel schoonmaken, alleen de losse velletjes verwijderen.

Late worteltjes zaaien. Late zomerworteltjes kunnen nu nog uitgezaaid worden. Er kan dan tegen de herfst van geoogst worden. Het best kan Amsterdamse bak gezaaid worden.

Bonen aanbinden. De ranken van de stokbonen moeten bij het klimmen weleens geholpen worden. Laat ze niet in de wind slingeren, doch help ze even met een bandje tegen de stokken aan. Denkt u er om, dat bonen link windend zijn. dus tegen de zon indraaien. Tracht ze niet de andere kant om te leiden want dan werken ze zich toch weer los.

Aardbeien schoonmaken. De pluk van de aardbeien is nu afgelopen. Indien geen jonge planten nodig zijn, kan er een grondige opruiming tussen de planten gehouden worden. Alle ranken worden afgesneden, terwijl het onkruid tevens verwijderd wordt. Indien het bed niet te oud is, wordt een laag mest tussen de planten gestrooid. In plaats van mest kan compost ook goede resultaten geven. Mochten wel jonge plantjes nodig zijn, dan mogen de ranken voorlopig niet weggenomen worden. Dan worden bloempotjes, met aarde gevuld, onder de jonge plantjes, die zich aan de ranken bevinden, ingegraven. Over een paar weken zit dan het plantje wortel vast en heeft men prachtige jonge planten. Aardbeien moeten niet te lang blijven staan. Indien u een bed heeft waarvan u al vier jaar geoogst heeft, wordt het tijd de zaak op te ruimen en er jonge planten voor in de plaats te zetten.

Week3
De huisvrouwen zijn nu druk bezig met het inmaken van erwten en peulen Meestal worden daar niet de vroegste soorten voor gebruikt, maar de volgsoorten, daar die over het algemeen een hogere opbrengst geven. Laat deze groenten voor de weck niet te dik worden, en ook na het plukken geen dagen liggen, want dan is bederf het resultaat.

Zilveruitjes oogsten. Deze moeten nu opgetrokken worden. Het loof is nog wel groen, doch dat moeten we juist hebben. Laat ze na het optrekken eer paar dagen liggen met het loof er aan, zodat ze een weinig kunnen opdrogen maar zó, dat de uitjes niet te veel indrogen. Daarna worden ze van het loof ontdaan, gepeld, een nacht in de pekel gezet, en daarna ingemaakt.

Peterselie gieren. Peterselie zal eens bemest moeten worden, wil men althans steeds verse peterselie hebben. Indien het loof te oud wordt, gaat de geul verloren. Het loof moet vóór het mesten worden afgesneden. Peterselie kar ook gedroogd worden, het wordt aan bosjes te drogen gehangen, en eenmaal, droog, in gesloten busjes voor wintergebruik bewaard.

Week4
Tomaten snoeien. Tomaten zullen nu gesnoeid moeten worden. Indien u planten met goede vruchten wilt oogsten, moeten ze op één stengel gekweekt worden. Alle zijscheuten, die uit de grond komen of in de oksels van de bladeren ontstaan, moeten weggenomen worden. De hoofdstengel zal aan de stok moeten worden vastgebonden, opdat de plant niet tegen de grond slaat. Het verdient aanbeveling, de planten een weinig vloeimest te geven. Tomaten hebben veel voedsel nodig.

Prei planten. Wilt u mooie, grote prei hebben, dan dient die nu uitgeplant te worden. Wel had het zaaien van prei al veel eerder moeten geschieden, doch amateurs bereiken nimmer veel resultaat met het zaaien van prei. Daarom kunnen nu beter planten bij een kweker gekocht worden. Prei wordt op rijen gezet, vijfentwintig centimeter uit elkaar, terwijl ze op de rij op een onderlinge afstand van tien centimeter komen. Het gaat bij de prei om een lang, wit gedeelte. Dit kunt u bereiken door ze in een geultje te planten. Een geultje van ongeveer vijftien centimeter diep is gewenst. Verder in de zomer kan dan gelijk met het schoffelen het geultje geleidelijk worden dicht gemaakt. Op die manier krijgt u mooie prei. Prei houdt van een voedzame grond maar in geen geval van verse stalmest. Zet ze dus liefst op een hoekje dat verleden jaar ruim bemest werd; dan kunt u het nu met een beetje kunstmest doen.

Aardappelen rooien. De vroege aardappelen kunnen gerooid worden. Er zijn mensen die veel eerder rooien, doch over het algemeen wordt dan schadelijk gerooid. Alleen eerstelingen kunnen ook in juni al wel uit de grond. U moet er echter niet meer rooien dan u direct nodig heeft, in elk geval niet meer dan voor veertien dagen tegelijk. Ze kunnen nog niet bewaard worden. Alleen indien de aardappelen ziek zijn, worden ze zo spoedig mogelijk uit de grond gehaald. Het aardappelloof moet niet op het land blijven liggen, doch kan beter verbrand worden. Op de leeg gekomen plaats kunnen weer andere groenten komen, zoals prei, andijvie en late koolsoorten, terwijl knolrapen ook nog geplant kunnen worden.

Komkommers en augurken. Trap niet op de ranken van de komkommers en augurken. Daar kunnen de planten niet tegen, dan worden ze ziek. Indien er veel op de ranken getrapt wordt, zijn alle vruchten bitter van smaak.

24-07-09

Werkzaamheden in juni

Juni ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Verschillende soorten groenten, die al eerder gezaaid zijn, kunnen nu nog eens in opvolging gezaaid worden. Het spreekt vanzelf, dat u nu niet meer de vroege soorten moet gebruiken. Erwten en peulen zouden nog eens gezaaid kunnen worden. Als het niet te heet wordt, kan later misschien nog aardig geoogst worden; overigens moet u van dit zaaisel niet te hoge verwachtingen hebben. Indien u geen vrij land ter beschikking heeft, is het niet nodig, er stukken voor vrij te maken. In deze tijd van het jaar zijn er echter allicht een paar hoekjes leeg. Spinazie, radijs en raapstelen zijn geoogst; ook die plekjes kunnen weer voor een andere teelt benut worden. Zo kan ook nog postelein worden gezaaid, zoals u weet: alleen in de volle zon. Trouwens, er is met groenten in de schaduw toch niets te bereiken.

Koolsoorten zaaien. Veel koolsoorten kunnen nu niet meer gezaaid worden, maar met boerenkool en spruitkool gaat het nog wel. U behoeft er niet zo veel van uit te zaaien. Aan honderd planten heeft u in kleine tuintjes al veel. Zaai de planten niet te dicht op elkaar, benut er een plekje voor van een paar vier­kante meter, de plantjes kunnen zich dan een beetje ontwikkelen. Indien ze
direct na het opkomen al te dicht op elkaar staan, groeien ze te ijl op, en het is gewenst straks stevige planten uit te zetten.

Koolsoorten planten. De reeds eerder uitgezaaide koolsoorten, zoals rode, witte en savooiekool, kunnen nu uitgeplant worden. Indien u niet te dicht op elkaar gezaaid heeft, kunnen het nu vrij stevige planten zijn. Hoe steviger planten, des te eerder groeien ze aan. Bij het optrekken uit het zaadbed moet u eens opletten, of er ook verdikkingen aan de wortels zitten. Wanneer u deze daar aantreft, zo groot als een erwt, heeft u met de knolvoet te doen. In dat geval mogen de planten niet gebruikt worden, dan komt er niets van terecht. Ook kunnen aan de wortels maden van de koolvlieg zitten. Indien dat vrij erg is, doet u beter die koolplanten niet te gebruiken. In ieder geval, was de wortels van de koolplanten, voordat u ze op de bestemde plaats uitzet, eerst behoorlijk af. Mocht het te erg zijn, dan kunnen beter planten gekocht worden, zo duur zijn ze niet en er zijn er meer dan voldoende te koop. Liefhebbers kunnen trouwens over het algemeen deze koolplanten beter kopen dan zelf zaaien. Het planten van kool is niet moeilijk, alleen, u dient voor een krachtige grond te zorgen. Op een schrale zandgrond komt er over het algemeen niet veel van terecht. Daarom moet u vooral niet vergeten behoorlijk te mes Kunt u in de omgeving oude slootbagger krijgen, dan moet u die over h<>

Komkommers uitplanten. Komkommers worden niet veel in kleine tuinen gekweekt, ze nemen nogal wat ruimte in beslag en over het algemeen is het succes ook niet groot. Dat komt, omdat de verkeerde soorten worden genomen. U kunt voor vollegrond‑cultuur alleen maar gebruik maken van de geelvruchtige soorten. De witte zijn minder geschikt, en de groene doen het buiten niet. U zoudt nu ook nog komkommers kunnen zaaien, maar over het algemeen heeft dat niet veel succes. Het is beter een paar planten bij een kweker te kopen, die zijn vroeg op warmte gezaaid, dat kunnen nu heel aardige planten zijn. Komkommers moeten een volzonnige standplaats hebben en een voedzame grond. Indien de grond koud en nat is, komt er weinig van terecht. U zoudt wat bonestokken op de grond kunnen leggen, om daar de ranken overheen te laten kruipen.

Bloemkool dekken. De reeds vroeg in het voorjaar uitgezette bloemkool zal nu zo ver in ontwikkeling zijn, dat de kooltjes gevormd worden. Zodra het vormen van de kooltjes een aanvang neemt, moeten de hartbladeren omgebogen worden. Doet u dat niet, dan wordt de kool geel. Er mag geen licht bij komen, indien u mooie, witte kooltjes wilt Bij het oogsten moeten ook de stronken uit de grond getrokken worden, dit met het oog op de zwam van de knolvoet.

Tuinbonen toppen. Zodra het weer zomers begint te worden, zitten de toppen van de tuinbonen onder de zwarte luis. Om dat te voorkomen, moeten e toppen nu uit de planten gehaald worden. Deze echter niet op de kompost­hoop brengen, of op het land laten slingeren, dan helpt het niet; verbranden de enige radicale oplossing.

Week3
Kardoen. De reeds eerder gezaaide kardoenplantjes zullen nu boven de grond staan. Daar drie zaadjes bij elkaar in één putje werden gelegd, is het niet nodig, ze alle drie door te laten gaan. Twee plantjes kunnen weggehaald worden, die we dan liefst boven de grond afsnijden, het overblijvende heeft er dan geen last van. U moet de plantjes die met stekels bezet zijn, verwijderen, dat zijn de slechtste. Om de groei van het overblijvende plantje zo veel moge­lijk te bevorderen, moet u eens een paar maal vloeimest geven.

Witlof zaaien. Hoewel witlof reeds in mei gezaaid kan worden, komen er veel schieters in, waar men niets aan heeft. Witlof is een heerlijke groente, maar de teelt is niet gemakkelijk, daarom treft men ze niet zo veel in de tuinen aan. Witlof moet op rijen gezaaid worden, die ongeveer op een onderlinge afstand van dertig tot veertig centimeter komen. In de rij moeten de plantjes later op een onderlinge afstand van tien centimeter worden uitgedund. Hoewel over het algemeen gedacht wordt dat witlof niet te verplanten is, gaat dat toch wel, doch dan dient na het opkomen niet te lang gewacht te worden. Er wordt alleen verplant, indien er lege plekken in de rijen voorkomen. Elders, waar de plantjes te dicht op elkaar staan, worden er dan enkele weg­gehaald. Het verplanten moet u alleen bij een betrokken lucht of bij regen­achtig weer doen, vooral, omdat ze niet zo gemakkelijk te verplanten zijn. Bij het verplanten moet u er vooral op letten, dat de wortel recht naar beneden in de grond komt te staan. Witlof groeit het best in een goed ver­kruimelde grond, spit u dus het land niet te ruw om. Het mag ook niet te zwaar bemest worden.

Erwten en peulen plukken. Erwten, peulen en kapucijners, die behoorlijk op tijd gezaaid zijn, kunnen nu volop geplukt worden. Hoewel sommige mensen de erwten toppen, dus de koppen uit het gewas halen, wanneer ze eenmaal een bepaalde hoogte bereikt hebben ‑ zo ongeveer één meter hoog ‑ kan ik deze werkwijze niet aanbevelen. U kunt misschien een paar dagen eerder oogsten, maar de opbrengst is niet zo groot als van de niet getopte planten. Bij het plukken van doperwten en kapucijners moet u voorzichtig te werk gaan, zodat de nog onvolgroeide vruchten niet tegelijk met de rijpe worden afge­trokken. Indien onvoorzichtig geplukt wordt, wordt niet voor eenmaal, doch eigenlijk voor verscheidene malen geplukt; dat moet u zien te vermijden. Peulen worden niet geplukt, maar met een mes afgesneden; dat is gemakke­lijker dan plukken. Indien het warm weer is, moet dit minstens eenmaal per week gebeuren, anders worden ze te stug

Spruitkool planten. De reeds eerder uitgezaaide spruitkool kan nu uitgeplant worden. Indien u zelf niet hebt gezaaid, kunt u nu planten bij een kweker kopen, duur zijn ze niet. Evenals alle koolsoorten verlangt de spruitkool een voedzame grond. U dient dus wel voor een goede bemesting te zorgen. De planten mogen niet te dicht op elkaar staan, een onderlinge afstand van zestig centimeter is wel gewenst.

Bloemkool uitplanten. Voor het planten van bloemkool mag het misschien een beetje laat lijken, toch is met late soorten nog succes te bereiken. Bij de kwekers zijn de planten wel te koop. Op schrale zandgrond behoeft u het met het kweken van deze late soorten niet te proberen.

Winterandijvie zaaien. Na de langste dag moet de winterandijvie gezaaid worden. U kunt op een bedje zaaien, waarna later de planten op de voor hen bestemde plaats worden uitgezet. De meeste mensen kopen planten van winterandijvie, dat is eigenlijk eenvoudiger. Indien gezaaid wordt. kunt u het best op rijtjes zaaien. Later worden de plantjes toch elders gezet. Na het zaaien moet u de zaden met een dun laagje aarde bedekken, dan gieten en de aarde vochtig houden.

Week4
Erwten en peulen opruimen. Indien het plukken van de vroege erwten en peulen inmiddels gebeurd is, moeten deze maar zo spoedig mogelijk opgeruimd worden. Het stro kan prachtig voor konijnen of voor geiten dienst doen Ze eten het gaarne groen, maar het kan ook gedroogd worden voor wintervoer. Indien de erwten nu opgeruimd worden, kunnen er nog wat stokslaboontjes gezaaid worden. Voor het zaaien van snijbonen is het inmiddels te laat geworden.

Winter‑Rammenas. Rammenas komt in de meeste tuinen niet voor. Toch is dit jammer, want het is een product dat vooral in de tegenwoordige tijd van grote waarde is. Daar de gehele zomer moeilijk over verse radijs beschikt kan worden, al zijn er wortelvormige soorten, die niet zo spoedig voos worden kan de rammenas prachtig uitkomst brengen. Daarom dient zomer‑rammenas, gezaaid te worden, hetgeen nog wel kan, doch waarvoor het toch aan de late kant is geworden. Voor het zaaien van winter‑rammenas is het echter nog vroeg genoeg. Deze winter‑rammenas kan dan in de winter in plaats van radijs gegeten worden. Vooral voor gebruik op de boterham is de rammen nog te weinig bekend. Ze moet op rijen gezaaid worden, op een onderlinge afstand van dertig centimeter. Later moeten de plantjes worden uitgedund op de rij, op een afstand van vijftien á twintig centimeter.

Zomerworteltjes oogsten. De op tijd uitgezaaide worteltjes zullen nu m oogstbaar zijn. De meeste liefhebbers trekken er graag de dikste worteltjes uit, dan kunnen de andere weer groeien. Dat is echter verkeerd, wortelt kunnen daar niet tegen. In de gaatjes, die tussen de worteltjes ontstaan, gaat de wortelvlieg haar eitjes leggen, daardoor worden de worteltjes straks door wormstekigheid aangetast. Ze zijn dan “vurig",zegt de huisvrouw. Neen, wortelen moet u steeds voor de voet op oogsten. Kunt u de verleiding niet weerstaan, de dikste worteltjes tussen het bed uit te trekken, giet dan direct na het oogsten het bed behoorlijk aan, de ontstane gaatjes kunnen dan weer dichtzakken.

21-05-09

Werkzaamheden in mei

Mei In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Hier blijft in deze tijd van het jaar veel werk te verrichten, al was het alleen maar het schoonhouden van de tuin, waar we niet genoeg de aandacht op kunnen vestigen. Zelfs al staat er geen onkruid tussen de planten, dan is het toch nodig dat u er telkens weer tussen schoffelt. De kwestie is: de bovengrond moet los blijven, dan kunnen lucht en warmte beter toetreden, bovendien droogt de ondergrond ook niet zo spoedig uit.
Late aardappelen. Het mag misschien een beetje laat lijken voor het plan­ten van aardappelen, doch het kan in de eerste week van mei nog wel. Langer wachten mag echter niet. De late soorten worden meestal niet met spruiten gelegd.
Aardappelen harken. De vroege aardappelen komen al boven de grond, zodat schoffelen nu niet mogelijk is. Toch zullen we er iets aan moeten doen, anders kan het onkruid rustig zijn gang gaan. Bovendien moeten de harde kluiten fijn gemaakt worden, anders zit men er straks mee en zijn ze niet fijn te krijgen. We nemen daarom nu de hark, en harken de aardappelen gewoon over de kop heen. Indien u een eg kunt krijgen, is dat natuurlijk nog beter; daardoor komen wat men noemt de planten op rij te staan, het onkruid gaat weg en de kluiten worden fijn gemaakt.
Erwten en peulen opbinden. De erwten en peulen zullen nu zo ver zijn, dat ze nodig van steunsel voorzien moeten worden. Het erwterijs staat er wel bij, doch ze moeten bij het klimmen toch een weinig geholpen worden. Indien we de plantjes maar langs de stokken laten slingeren, zal later het gewas voor de grond slaan en plukt men er niets of weinig van. Indien u dus nog katoen­draad of touw heeft, dan moet er nu een draad langs gespannen worden. Daardoor krijgt het gewas meer steun. Verder in de zomer zal nogmaals een draad op grotere hoogte gespannen moeten worden.
Rabarber mesten. Vergeet niet de rabarber te mesten. Nu elke week stelen getrokken worden, moet ook voor het nodige voedsel gezorgd worden, willen de planten althans regelmatig doorgroeien. Indien u de goede soorten heeft, zullen zich geen bloemstengels vormen. Mochten deze zich toch voordoen, dan moet u ze zo spoedig mogelijk verwijderen. Als u veel last van bloem­stengels heeft, dan kunt u eens een ander soort aanplanten. De Paragon is heel goed, groeit behoorlijk en wat meer zegt: voor deze soort is niet zo veel suiker nodig.
Week2
Verschillende groenten kunnen nu nog gezaaid worden, vooral soorten, die al eerder gezaaid zijn. Zomerwortelen, winterwortelen, bieten voor de winter­provisie, sla enz., kunnen nog steeds in opvolging gezaaid worden. Vooral sla kan om de drie weken gezaaid worden, dan heeft u ze de gehele zomer vers. Reeds eerder uitgezaaide slaplantjes kunnen nu uitgeplant worden, er is allicht hier of daar wel weer een hoekje vrij gekomen. Indien daar al eerder een of ander gewas heeft gestaan, moet weer gespit worden en er moet ook weer een weinig kunstmest worden uitgestrooid.
Postelein zaaien. Postelein kan nu in de volle grond worden uitgezaaid. De grond moet goed fijn geharkt worden, zodat er geen kluitjes meer overblijven. Daar het zaad fijn is, valt het niet mee, dit gelijk over de te bezaaien opper­vlakte te verdelen. Daarom kunt u het beter met droog, wit zand mengen, dan is het gemakkelijker te verdelen. Daar het zaad zo uiterst fijn is, mag het niet met aarde bedekt worden; het is voldoende na het zaaien de aarde even met een plankje aan te drukken. Na het aandrukken moet dan gegoten worden, maar zó, dat het fijne zaad niet wegspoelen kan. Om het uitdrogen van de grond te voorkomen, worden er zakken over het gezaaide gelegd, die u regelmatig vochtig houdt. Indien het warm weer is, kan het zaad er binnen een week op staan. Dan moeten de zakken onmiddellijk verwijderd worden.
Tomaten uitplanten. Het zaaien van tomaten moet al vroeg in het voorjaar geschieden, hetgeen "op warmte" moet gebeuren. In de huiskamer valt dat niet mee. Er kunnen nu echter planten bij een kweker gekocht worden, die in de volle grond worden uitgeplant. U moet dan om volle grondsoorten vragen, want aan kastomaten heeft u in de tuin niets. Wil er buiten wat van de to­maten terechtkomen, dan dienen ze op een zonnige, beschutte plaats in de tuin te worden uitgeplant. De beste plaats is meestal tegen een zuidmuur of tegen een schutting op het zuiden. Tomaten komen op een onderlinge afstand van een halve meter te staan en verlangen een rijk bemeste grond. Dadelijk na het uitplanten worden er stokken bij de planten gezet, waaraan ze later gebonden kunnen worden.
Aardappelen schoffelen. Zodra de aardappelen eenmaal op de rij staan, moet er tussen de rijen geschoffeld worden. Dat moet zo voorzichtig mogelijk ge­schieden, opdat de planten niet weggeschoffeld worden. Het schoffelen doet u bij voorkeur bij mooi, zonnig weer. Later, in juni, zal er nogmaals geschoffeld moeten worden.
Week3
Bonen leggen. Bonen hadden ook wel in de tweede week van mei gelegd kunnen worden. Sommige mensen doen het nog wel eerder, maar indien u boontjes voor uzelf kweekt kan ik u dat vroege leggen toch niet aanbevelen. Het ligt er natuurlijk aan, hoe het weer is in de eerste weken van mei. Houd u het echter maar op de derde week van mei, dan is u nog vroeg genoeg, en­ heeft u allicht de warmte ook wat meer mee. In het begin van mei kan het vooral 's nachts nog koud zijn. Bonen hebben veel warmte nodig, ze moeten als ze gelegd zijn, direct tot ontkieming komen, want als ze een paar weken blijven liggen, zijn ze zeker ten gevolge van het vele water of van de kou verrot. Alle bonen kunnen nu gelegd worden, zowel stok‑ als stambonen. Amateurs kweken over het algemeen stambonen, omdat ze voor de teelt geen stokken nodig hebben. Wel is de teelt aan stokken lonender dan van de stam­soorten, doch daar staat tegenover dat de stamsoorten over het algemeen eerder geoogst, en ook weer later gelegd kunnen worden, dan de klimmende soorten.
Stambonen, zowel sla‑ als snijbonen, verlangen een behoorlijke afstand. U moet ze niet te dicht op elkaar planten, dan komt er niets van terecht. De rijen komen op een onderlinge afstand van veertig centimeter, terwijl de boontjes in de rij, op een onderlinge afstand van tien centimeter komen te liggen. Misschien heeft u het altijd anders gedaan en daarbij ook goede resul­taten gehad. Dat is mogelijk, het leggen van bonen wordt namelijk op ver­schillende manieren gedaan, terwijl de uitkomsten over het algemeen vrijwel gelijk zijn. Hoofdzaak is dat ze over voldoende ruimte beschikken. De diepte is afhankelijk van de te bezaaien grondsoort. Op natte gronden kunnen ze tot op een diepte van twee centimeter, op drogere gronden mogen ze wel tot vier centimeter diep gelegd worden. Indien de grond bij het uitzaaien droog is, moet met de handen de droge bovengrond opzij geschoven worden, waarna men de boontjes in de vochtige aarde legt. Tegelijk met het uitzaaien moet u een zogenaamd nestje maken. Dat is een ondiep kuiltje, waarin u wat over­gehouden boontjes legt. Indien er dan bonen wegblijven, kunnen die later vervangen worden door de boontjes die in dat nestje gelegd zijn. Bonen laten zich gelukkig goed verplanten, doch ze mogen niet te groot worden. Ze moeten bij het verplanten tot aan de hartbladeren in de grond gezet worden. Ver­planten moet u liefst bij regenachtig weer doen.
Op dezelfde manier kunnen ook droge bonen gelegd worden, zoals bruine, citroen‑ en kievitsboontjes.
Voor stokbonen kunnen verschillende soorten stokken gebruikt worden, zowel esse‑, wilge‑ als dennestokken zijn geschikt, terwijl de laatste jaren ook wel tonkinstokken worden gebruikt. Deze stokken worden op verschillende manieren geplaatst, hetgeen niet van zoveel belang is, de hoofdzaak is, dat ze voldoende ver van elkaar af en goed vast in de grond staan. Sommige mensen zetten ze aan hokken, anderen weer schuin tegenover elkaar, terwijl ze ook veel op rechte rijen worden gezet. Rechte rijen is gemakkelijk, maar dan dient u er wel om te denken, dat de stokken diep genoeg in de grond komen zodat ze in de loop van de zomer niet kunnen omwaaien, want dan zijn de rampen niet te overzien. Deze stokken komen in de rij op een onderlinge afstand van zestig centimeter, terwijl de rijen onderling ruim één meter uit elkaar komen. De stokken mogen wel een lengte van twee meter hebben, doch langer is niet nodig. Om elke stok worden van de snijbonen vijf boontjes gelegd, maar van de slabonen kunnen dit er wel zeven zijn. Ze worden in een boogje om de stokken heen gelegd, ongeveer tien centimeter van de stokken af. Tussen de stokken kunnen verschillende vroege groenten uitgeplant worden, zodat deze ruimte niet onbenut behoeft te blijven.
Week4
Al naar het weer is, zullen hier verschillende werkzaamheden verricht moeten worden, zoals het uitdunnen van diverse uitgezaaide gewassen. Zomerbieten zullen bijvoorbeeld uitgedund moeten worden. Toch is veel uitdunnen van deze zomerbieten niet nodig, vijf centimeter ruimte op de rij is wel voldoende. Zomerbieten kunnen vroeg geoogst worden, en als u er nu steeds de grootste uithaalt voor het gebruik, krijgen de andere vanzelf meer ruimte en kunnen ze daardoor weer uitgroeien.
Knolselderie planten. Knolselderie moet op warmte uitgezaaid worden; dat kunt u in de tuin niet doen. De planten kunnen nu bij een kweker gekocht worden. Zet ze in vijftien centimeter diepe geultjes, de geultjes veertig centi­meter van elkaar, terwijl de planten in de geultjes op een onderlinge afstand van twintig centimeter komen te staan. In de loop van de zomer moet meer­malen vloeimest gegeven worden.
Bleekselderie uitplanten. Bleekselderie kan nu ook uitgeplant worden, doch deze moet nog meer ruimte hebben. De geultjes komen op een onderlinge afstand van zeventig centimeter, terwijl de plantjes in de rij op een afstand van dertig centimeter komen te staan.
Artisjokken uitplanten. De in het voorjaar van de oude planten afgehaalde jonge scheuten zullen nu in de potten, in de broeibak wel wortels gevormd hebben, zodat ze in de volle grond uitgeplant kunnen worden.
Augurken zaaien. Indien geen planten van een kweker gekocht worden kunnen nu augurken worden uitgezaaid. Ze hebben nogal wat ruimte en daar moet u dus rekening mee houden. Neemt u een bed van één m breed. In het midden komt dan één rij, terwijl op een onderlinge afstand zestig centimeter telkens drie zaadjes in drie centimeter diepe putjes worden gelegd. Zodra de plantjes opkomen en ze haar hartbladeren gevormd heb] kunnen de twee overtollige plantjes, indien ze alle drie opgekomen zijn, gesneden worden. Op natte gronden hebben augurken veel last van ziek Daarom is het gewenst op natte gronden wat rijshout te leggen, de rail kunnen daar overheen kruipen, waardoor ze niet op de natte grond komen te liggen, en ook niet zo spoedig ziek worden.