08-09-09

Werkzaamheden in september

Sept. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Artisjokken oogsten.
De oogst van artisjokken is nu in volle gang. U kunt nu goed zien, wat de goede soorten en wat de minder goede zijn. Artisjokken worden gezaaid en tussen de zaailingen bevinden zich minderwaardige typen. Die kunnen nu gemerkt en later door goede vervangen worden. Planten waar­van de bloemknoppen spits zijn, met smalle, dunne en scherpe schubben, zijn waardeloos en kunnen dus beter opgeruimd worden. Na de bloei kunnen goede planten, die bij een kweker te koop zijn, worden uitgezet. Indien u zelf wilt voortkweken van de goede planten, dient u ze in het voorjaar te scheuren. Er zijn allicht een paar jonge planten met wortel en al van de oude moeder­planten af te nemen.

Selderij bleken. Bleekselderij, de naam zegt het reeds, moet om gegeten te kunnen worden, eerst gebleekt worden. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. De hoofdzaak is dat de planten van het volle licht zijn afgesloten. Dat kunt u bereiken, door twee planken langs de planten te zetten, aan elke kant van de rij één. Opbinden gaat ook, en dan omwikkelen met een of andere stof, doch geen zakkengoed, want dat houdt het vocht te veel vast, waardoor de planten zouden gaan rotten. Het is natuurlijk gewenst niet alles in één keer op te binden of te bleken.

Rabarber verzetten. Indien nodig, kan nu rabarber ge‑ of verplant worden. Indien nu geplant wordt, kan het volgend voorjaar geoogst worden. Rabarber­planten hebben veel ruimte nodig, zeker een onderlinge afstand van één meter. Dat is een flinke ruimte voor kleine tuinen, maar misschien heeft u hier of daar wel een hoekje, waar een paar planten kunnen staan. Daar ze veel water verlangen, worden ze ook aan slootkanten gezet, waar ze het naar hun zin hebben. Een goed soort is de Paragon; bij de bereiding van deze rabarber heeft u niet zo veel suiker nodig. Denkt u om de nodige stalmest. Rabarber verlangt veel voedsel.

Week2
Aardappelen rooien.
De late aardappelen moeten nu gerooid worden, het ge­was zal thans wel afgestorven zijn. Laat de knollen eerst behoorlijk drogen, voordat ze naar de winterbewaarplaats gaan. Dek ze op het land niet af met het aardappelloof, want als daar ziektekiemen in zitten, tasten die ook uw aard­appelen aan. Indien de knollen goed droog zijn, kunnen ze op de zolder of in de kelder voor de winter worden opgeslagen. De zolder is geen beste bewaar­plaats als het hard vriest. Houd de aardappelen in ieder geval in het donker, in het licht worden ze groen en taai.

Veldsla zaaien. Veel is er niet meer te zaaien, doch veldsla kan nog wel uitgezaaid worden, Als u nu zaait, kunt u vóór de winter de grootste plan­ten nog oogsten. De kleine blijven dan tot het voorjaar staan, daar ze vol­komen winterhard zijn. Als de stand te dicht is, rotten de plantjes gauw weg, daarom moet u ruim zaaien, en voor de winter de grootste plantjes oogsten. U heeft ongeveer veertig á vijftig gram zaad nodig voor tien vierkan­te meter. Daar er nu toch grond genoeg leeg is, raad ik u deze teelt aan. De rozetten worden in haar geheel geoogst, alleen, indien erg vroeg gezaaid wordt ‑ in augustus ‑ kunnen eerst nog de bladeren geoogst worden. Deze worden dan gewoon als spinazie afgesneden.

Week3
Bloemkool dekken.
De late bloemkool kan nu geoogst worden. Denkt u er om, dat de kooltjes steeds gedekt moeten worden. Indien er licht bij komt, groeit de kool uit elkaar, en krijgt een gele kleur. Ongedekte kool is niet te eten. Door het omknikken van de hartbladeren voorkomt u het geel worden.

Tomaten. De tomaten buiten rijpen niet erg meer, of we zouden het weer erg mee moeten hebben. Het kan nu nog warm zijn, en zolang dat het geval is kunt u de vruchten ook rustig laten hangen en alleen een paar bladeren af­snijden, waardoor ze een beetje meer van het zonnetje kunnen profiteren. Zodra het weer echter omslaat, is het beter de vruchten die de grootte hebben bereikt, groen af te plukken. Ze kunnen achter het raam narijpen. Indien ze achter het raam in het zonnetje liggen, komen ze nog wel op kleur. De smaak is niet zo lekker meer als van de vruchten die midden in de zomer geoogst worden, doch voor de bereiding van de jus bijv. zijn ze nog heel goed.

Week4
Droge bonen oogsten
. Bruine bonen, kievitsbonen, citroenboontjes, en andere droge bonen, zullen nu zo ver zijn, dat ze opgetrokken kunnen worden. De bonen van de bruine soorten zijn nog niet bruin, doch er kan niet gewacht worden. Ze verkleuren wel, indien ze maar eerst droog zijn. Indien er te veel blad aan de planten zit, kan er een gedeelte afgehaald worden; dan drogen de boontjes beter. De pollen worden opgetrokken, bij elkaar aan bosjes gebon­den, daarna aan een draad te drogen gehangen. Ze kunnen ook op een heg of op een hek te drogen gehangen worden. Zelfs kunt u ze op hun kop op het land zetten; dan drogen ze echter niet zo snel, vooral niet, wanneer er juist een regenperiode op volgt.

Andijviebinden. Indien de winterandijvie behoorlijk op tijd gezaaid en uit­geplant is, zullen de kroppen nu zo ver zijn, dat ze opgebonden kunnen worden. Tegenwoordig doet men dat niet zo veel meer, maar toch kan ik u het opbinden van een klein partijtje wel aanbevelen. Indien ze opgebonden zijn, worden ze prachtig geel. Dat opbinden mag alleen gebeuren, als de bladeren geheel droog zijn. Indien u het bij regenachtig weer doet, rotten de planten van binnen. Alle bladeren worden bij elkaar gedaan, dan wordt er een bandje omheen gelegd. U moet niet alle planten opbinden. Indien het te laat in de tijd wordt, rotten de planten nogal eens. Voor de inmaak is het opbinden zeer aan te bevelen.

Geen opmerkingen: