20-10-09

Werkzaamheden in november

Nov.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972  

Week1  
Veel is er in deze tijd van het jaar in de moestuin niet te doen, hoewel alles nog niet van het land gehaald is. De meeste mensen laten hun tuin maar aan zijn lot over zodra het weer slecht wordt, doch u moet alles in orde houden. Nat land moet nu van het water verlost worden, hetgeen u kunt bereiken door het graven van greppels, die dan naar de slootkanten moeten aflopen.

Aardappelen kuilen. De aardappelen zijn nu goed droog en het wordt tijd dat ze naar de winterbewaarplaatsen verhuizen. Ik heb u al gezegd: de zolder is geen beste bewaarplaats, de kelder wel, indien althans veel frisse lucht kan toetreden en hij vorstvrij is en niet te warm. Als de winteraardappelen te warm liggen, gaan ze gauw spruiten vormen, hetgeen verlies aan voedings­waarde ten gevolge heeft. Indien u een flinke tuin heeft, kunnen ze daar nu opgekuild worden. Al naar gelang de hoeveelheid, maakt u een gat van ongeveer dertig centimeter diepte. Dit gat wordt met een laag stro gevuld, zodat de aardappelen niet op de grond komen te liggen. Ook aan de zijwanden moet stro aangebracht worden, dat u rechtop in de kuil kunt zetten, voordat de aardappelen er in gaan. De aardappelen moeten er zo in, dat ze een piramide vormen; dan heeft het water gelegenheid weg te lopen. De boven­kant moet ook met stro worden afgedekt. Na het afdekken met stro komt er een grondlaag van vijftien centimeter dikte op. Begint het hard te vriezen, dan moet nog een dikke laag blad, riet of stro worden aangebracht, daar ze anders bevriezen. In grote kuilen, waarin veel aardappelen worden opgeslagen, wordt een koker geplaatst; deze dient om luchtverversing in de kuil te doen plaatsvinden. In kleine kuilen gaat het echter ook zonder zo'n luchtkoker. Mocht u toch zo'n koker willen hebben, dan kunt u daarvoor een draineerbuis gebruiken. Een grote bos stro die boven de grond uitsteekt, is meestal ook wel voldoende.

Witlof rooien. De wortels van witlof kunnen wel een beetje vorst ver­dragen, doch niet te veel, daarom moet u ze nu uit de grond halen. Het loof wordt op een paar centimeter boven de wortel afgesneden. Deze wortels kun­nen niet evenals gewone wortels en bieten in een kuil bewaard worden, daar ze spoedig uitlopen, immers, het is om de kropjes te doen. Amateurs kunnen de wortels het best in een kuil planten. Maak een kuil niet dieper dan twintig centimeter en zet daar de wortels in. De rijen komen op een onderlinge afstand van tien centimeter, terwijl ze in de rij mannetje aan mannetje kunnen staan. Over de wortels wordt een laag aarde van twintig centimeter gebracht. Deze aarde moet fijnkorrelig zijn, mag dus geen kluiten bevatten. Indien de wortels bij het inkuilen te lang zijn, mag er een gedeelte van afgesneden worden, langer dan vijftien centimeter behoeven ze niet te zijn. Worden ze op deze manier behandeld, dan kan er al vroeg in het voorjaar van geoogst worden. Door over een gedeelte van de kuil een laag paardenmest aan te brengen, kan een belangrijk vroegere ontwikkeling verkregen worden. Ook met een laag blad is wel een vroegere ontwikkeling te bereiken. U moet deze laag echter niet over de gehele kuil aanbrengen, dan komen alle kropjes tegelijk, en dat is niet de bedoeling.

Week2  
Prei opkuilen. Prei is eigenlijk volkomen winterhard, we behoeven die niet vorstvrij te bewaren. Indien u de prei echter op het land laat staan en er komt een vorstperiode, dan kunt u er niet van oogsten, omdat u ze niet uit de grond kunt krijgen. Daarom is het beter een gedeelte naar huis te halen en dat bij elkaar op te kuilen, waarna u er een weinig stro of riet tussen strooit. In plaats van stro of riet kan ook andere ruigte gebruikt worden, doch het gebruik van turfmolm is niet aan te raden. Mocht u ze kort bij huis hebben staan, dan behoeft u ze niet op te nemen; u kunt dan volstaan met een beetje stro er tussen te werken.

Artisjokken dekken. Artisjokken zijn niet volkomen winterhard, al kunnen ze wel vorst verdragen. Daarom behoeven ze ook niet zo vroeg gedekt te worden, en die bedekking mag ook in geen geval te zwaar zijn. Er zijn meer artisjokken die verrotten dan bevriezen, daar moet u dus wel rekening mee houden. De planten mogen niet onder de turfmolm gestopt worden, doch moeten zo worden gedekt, dat de bladeren boven de bedekking uitkomen. De beste resultaten worden bereikt door een oude mand over de plant heen te zetten, waaromheen een laag blad wordt aangebracht. Deze bedekking be­hoeft echter niet aangebracht te worden zolang het open weer blijft. Ligt de bedekking er eenmaal op, en het wordt open weer, dan moet u ze zo spoedig mogelijk verwijderen, anders verrotten de artisjokken toch nog.

Andijvie. De reeds eerder opgebonden andijvie kan wel een beetje vorst verdragen. Vooral indien het land niet te nat is, kunnen we dikwijls nog tot in december buiten andijvie oogsten. Intussen, zulke zachte winters hebben we niet elk jaar, daarom doet u verstandig, een deel van de planten naar binnen te halen. Uitgelegd in een schuur, kunnen ze nog geruime tijd bewaard blijven. Indien u een broeibak heeft, is het nog eenvoudiger. Dan worden nu alle andijvieplanten met een kluit opgestoken, waarna ze onder glas worden inge­graven. Indien regelmatig zo hoog mogelijk wordt gelucht, kunnen de plan­ten nog lange tijd mee. Er kan dan gemakkelijk tot aan de kerstdagen van geoogst worden.  

Week3  
Knolselderie. Indien de knolselderie nog niet van het land gehaald is, moet dit nu toch zo spoedig mogelijk geschieden, anders kon ze het wel eens te kwaad krijgen. De knollen worden met een vork opgerooid, en daarna van de grootste bladeren ontdaan, alleen de hartbladeren mogen blijven zitten. Aan de wortels moogt u niets doen, laat die er rustig aan zitten. Indien u een broeibak heeft, kunt u het best de knollen daar ingraven. De hele winter kunnen dan de knollen gebruikt worden, indien u ze nodig heeft. Ook de groene blaadjes, die telkens weer verschijnen, kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook bewaard worden in een kist met wit zand. Zet de knollen er dan zó in, dat ze met de hartbladeren boven de grond uitkomen. De kist krijgt een plaatsje in uw kelder, als het kan zo veel mogelijk in het licht.

Boerenkool oogsten. De boerenkool is nu zo ver, dat ze gegeten kan worden. Om lekkere boerenkool te eten, moet u wachten totdat ze een keer bevroren is geweest. In deze tijd van het jaar kan dat.

Knolrapen naar binnen. Knolrapen kunnen wel een beetje vorst verdragen, al wil dat niet zeggen, dat ze buiten kunnen blijven sta n. Het wordt nu tijd ze binnen te brengen. Indien ze in bevroren toestand zijn, ga er dan niet mee aan het werk, want dan rotten ze later in de kuil. Wacht eerst open weer af. De koppen worden er afgesneden, terwijl ook de wortels een weinig verwijderd worden. Daarna kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden. Na het opbergen wordt de hoop met een laag blad of andere ruigte afgedekt. Knol­rapen kunnen ook in de kelder bewaard worden, indien deze niet te warm is. Op zolder gaat het minder best, ze worden daar gauw slap.

Week4   
Spitten. Spitten kan zowel in het najaar als in het voorjaar geschieden. Indien de grond niet te nat is, kan het nu heel goed gebeuren. Vooral klei­gronden, die van nature stug en moeilijk te bewerken zijn, kunnen beter in het najaar gespit worden. U moet dan bij het spitten de grond niet netjes ge lijk maken, zoals dat in het voorjaar gedaan wordt, neen, laat de kluiten zo ruw mogelijk liggen. Ze vriezen dan lekker door, waardoor de grond in het voor­jaar veel beter te bewerken is.

Bagger. Slootbagger is prima materiaal voor de tuin, vooral voor kool is het zeer aan te bevelen. Indien de slootbagger een jaar aan een hoop heeft gestaan, kan ze nu over het land heen gebracht worden. Verse bagger is niet zo aan te bevelen.

Kardoen. De reeds eerder ingepakte kardoen kan wel enige vorst verdragen, doch als het een beetje harder gaat vriezen, is het beter ze met het stro naar binnen te halen. Ze kunnen dan in een koele kelder gelegd worden.

Schorseneren rooien. Schorseneren zijn ook niet zo erg gevoelig, maar het wordt nu toch tijd dat ze uit de grond komen. Met de vork rooien, opdat de wortels zo weinig mogelijk beschadigen. Na het rooien kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden, welke tegen de strenge vorst met een laag blad wordt afgedekt.

Geen opmerkingen: