14-03-09

Werkzaamheden in maart

MAART week 2
Pootuien uitplanten. Pootuien moeten nu uitgeplant worden, dat zijn de bekende grote uien, die echter niet voor winterprovisie deugen ‑ daarvoor moet u de zaaiuien hebben. Voor het gebruik in het najaar en in de voorwinter, zijn de pootuien, dus de grote, zogenaamde Zwijndrechtse uien heel geschikt. Deze uien moeten in augustus uitgezaaid worden, en kunnen als we een zachte winter hebben, buiten in de volle grond wel overwinteren. Liefhebbers kunnen echter in deze tijd van het jaar veel beter planten kopen, de kwekers hebben er meer dan voldoende te koop. De rijen komen op een onderlinge afstand van ongeveer twintig centimeter, terwijl ze op de rij vijftien centimeter van elkaar komen te staan. Uien hebben een hekel aan verse stalmest, wel hebben ze veel mest nodig, maar geen verse. Ze kunnen daarom bet best gekweekt worden op land, dat een vorig jaar zwaar bemest werd. Er kan dan dit jaar met kunstmest volstaan worden.
Schorseneren zaaien
. Die worden weinig door liefhebbers gekweekt, en toch is het een groente, die eigenlijk niet mag ontbreken. Er kan nu met het zaaien begonnen worden. U kunt ze het best op rijen zaaien; de rijen op een onderlinge afstand van vijftien centimeter.

MAART week 3
In het najaar kunnen al verschillende koolsoorten gezaaid worden, vooral sluitkoolsoorten en bloemkool lenen zich daar goed voor. Amateurs zaaien koolsoorten over het algemeen niet in het najaar, omdat ze geen bakken hebben om. ze over te houden. Dat is niet erg, deze planten ‑ weeuwen noemen de kwekers die in het najaar gezaaide planten ‑ kunnen nu bij de kwekers gekocht worden. Kool verlangt een goed bemeste grond; indien u aan een beetje oude bagger kunt komen, is dat goede bemesting. Koolsoorten moet u vooral niet te dicht op elkaar zetten, een onderlinge afstand van zestig tot zeventig centimeter is wel. gewenst. Er kan dus nu bloemkool, rode kool, witte‑ en savooiekool geplant worden, doch allemaal voor zomergebruik.
Sla zaaien
. Sla kan nu uitgezaaid worden, vooral dunsel kan nu op een warm plekje uitgestrooid worden. Zaai dat dunsel dicht op elkaar, zo veel te gemakkelijker is het later te snijden. Strooi er een dun laagje aarde overheen, want slazaad is fijn, mag dus niet te diep onder de aarde zitten, juist even onder de aarde is al voldoende. Ook kropsla kan nu. uitgezaaid worden, dat kan breedwerpig op een bed, bijvoorbeeld tussen de zomerwortels, doch het kan ook op een klein hoekje, van bijvoorbeeld 66n vierkante meter. Later kunnen deze plantjes dan elders op een onderlinge afstand van vijfentwintig centimeter worden uitgeplant. Het breedwerpig zaaien op een groot bed, met de bedoeling de planten te laten staan, is voor amateurs niet aan te bevelen, het zaad is licht en daardoor moeilijk gelijk over het bed te verdelen.
Sjalotten uitplanten. In plaats van uien worden ook sjalotten gekweekt. Vooral op zandgronden, waar men over het algemeen niet zo veel succes heeft met uien, kunnen beter sjalotten geplant worden. De opbrengst van de sjalotten is over het algemeen behoorlijk, terwijl ze tot diep in het voorjaar bewaard kunnen worden, hetgeen ook van onschatbare waarde is. U behoeft voor het uitplanten niet de grootste sjalotten te bewaren, ook niet de kleinste, de gulden middenweg bewandelen is hier het beste. Zet ze op een onderlinge afstand van twintig centimeter in het vierkant, en daarbij vooral niet te diep. De bollen mogen niet helemaal onder de grond komen, in ieder geval moeten de neuzen erboven blijven. Op natte gronden is het zelfs al voldoende ze zo goed als boven op de grond te zetten. Sjalotten verdragen net zo min als uien of prei verse stalmest; houd daar dus rekening mee.

MAART week 4
Aardbeien planten. Hoewel aardbeien ook in augustus geplant kunnen worden, is maart het aangewezen tijdstip. In augustus geplant, doen ze het wel goed, doch op lichte zandgronden slaan ze niet zo gemakkelijk aan, vooral niet, indien we direct na het planten een droogteperiode treffen, wat natuurlijk heel goed mogelijk is. Als ze in augustus geplant worden, heeft men het voordeel, een volgende zomer reeds een aantal vruchten te oogsten, hetgeen men niet verwachten mag als ze in maart worden geplant. Het seizoen daarop, kunnen er dan echter volop vruchten geplukt worden.
Aardappelen uitplanten
. Hoewel het nog vroeg genoeg is, kan nu toch al met het uitplanten van de vroeg te spruiten gelegde aardappelen begonnen worden. Indien de knollen niet te spruiten gelegd zijn, heeft het vroege planten niet veel zin. De aardappelen moeten voorzichtig vervoerd worden, zodat de spruiten niet afbreken, anders moeten er opnieuw spruiten in de grond ge­vormd worden, waardoor de vroege aardappelen niet vroeg meer zullen wor­den. Mocht u een plaats in de tuin hebben die goed beschut ligt, dan zouden ze daar geplant kunnen worden, doch het kan nu ook op het vrije veld. Na­tuurlijk is het voor het planten van de andere soorten nog te vroeg. Aard­appelen komen op een onderlinge afstand van veertig centimeter te staan. Sommige mensen zetten ze wel dichter op elkaar, maar het is beter dat niet te doen. De opbrengst wordt door het dichter planten heus niet groter. Zet ze ook vooral niet te diep, een diepte van twaalf centimeter is ruim voldoende.
Koolsoorten zaaien. Verschillende koolsoorten kunnen nu op een bedje uitgezaaid worden, vooral sluitkoolsoorten, zoals rode, savooie‑ en witte kool. Op een bedje van een vierkante meter kan een pakje zaad uitgestrooid worden. Na het zaaien moet u de zaden met een dun laagje aarde afdekken. Mochten er te veel planten opkomen, dan verdient het aanbeveling, de overtollige planten bijtijds weg te trekken, de overblijvende hebben dan wat meer ruimte. Ze blijven op een zaaibed staan, totdat ze op de voor hen bestemde plaats uitgezet kunnen worden. Op het zaaibed moeten we, zolang de planten daar blijven staan, het onkruid natuurlijk geregeld verwijderen.
Tuinbonen uitplanten. De tuinbonen die we in het broeibakje te kiemen hebben gelegd, kunnen nu wel zo ver zijn, dat ze in de volle grond uitgeplant kunnen worden. Vooraf moeten de planten goed afgehard zijn, moet het raam nacht en dag op lucht hebben gestaan, anders krijgen de bonen het te kwaad. Beter is het de ramen een paar dagen voor het planten weg te nemen, ze kunnen dan nog beter tegen de koude. Zulke te kiemen gelegde bonen hebben lange penwortels, welke voor het planten gedeeltelijk verwijderd moeten worden. Meestal is het voldoende, indien er met een platte schop even onderdoor gestoken wordt. U licht dus met een platte schop het hele gevalletje in een paar keer uit de bak, dan zijn de lange penwortels er gelijk af. Het uitplanten kan op verschillende manieren geschieden. In den regel worden ze op dubbele rijen gezet, hetgeen ook het meest aan te bevelen is. Deze dubbele rijen komen op een onderlinge afstand van vijftien centimeter, terwijl de tuinbonen op deze rijen eveneens op vijftien centimeter afstand komen te staan. Deze dubbele rijen komen op een onderlinge afstand van tachtig centimeter tot een meter. Dat lijkt een hele ruimte, doch ze hebben die toch wel nodig. Tussen de rijen kunnen echter verschillende groentesoorten uitgezaaid worden, vooral sla, raapstelen en spinazie zijn hiervoor geschikt. Tuinbonen zaaien. Gelijk met het planten kunnen ook bonen uitgezaaid worden, die geven dan een mooie opvolging. Grote bonen of tuinbonen kunnen vooraf geweekt worden, bij andere bonen mag u dat nooit doen, want die zouden in de grond gaan rotten. Laat ze vierentwintig uur in een emmer water staan, daarna kunnen ze uitgepoot worden. Over het algemeen worden grote bonen echter meestal eerst in een bakje te kiemen gelegd, daar uitgeplante bonen over het algemeen meer geven dan de uitgezaaide. Niettemin worden tuinbonen voor de tweede maal ook veel uitgezaaid. U kunt ze dan op dezelfde afstanden zaaien, die voor het uitplanten zijn opgegeven. Er zijn tegenwoordig ook lage soorten in de handel, die natuurlijk veel dichter op elkaar gezet kunnen worden.

MAART week 5
De strijd tegen het onkruid begint hoe langer hoe meer uw aandacht en uw tijd te vergen, verwaarloos uw groenten niet, u heeft ze veel te hard nodig. Veel groenten die uitgezaaid zijn, vooral spinazie en raapstelen, die nu al boven de grond kunnen staan, moeten nu geschoffeld worden, indien ze op rijtjes gezaaid zijn. Mocht u echter breedwerpig uitgezaaid hebben, dan is wieden nu noodzakelijk, anders eet u straks spinazie met onkruid.
Sla uitplanten. Wel is er sla in de tuin uitgezaaid, doch de plantjes zijn nog niet zo ver in ontwikkeling, dat ze nu al uitgeplant kunnen worden. Kwekers hebben echter in het najaar al uitgezaaid, en hebben nu mooie plantjes staan. U moet weeuwen hebben, dat zijn planten die in het najaar uitgezaaid zijn; voor het uitplanten van voorjaarszaailingen ‑ dat zijn vrijsters ‑ is het nog een beetje te vroeg. Sla verlangt een voedzame, goed vochtopgevende grond, gedijt het best op een zwarte humusrijke grond. U moet ze op een onderlinge afstand van dertig centimeter zetten. Ze behoeven niet speciaal op een bedje uitgeplant te worden, ze kunnen ook langs de randen van de paden gezet worden.
Erwten zaaien. Erwten en peulen moeten nu uitgezaaid worden. De zaden kunnen eerst ook in water geweekt worden. We zaaien twee rijen naast elkaar, elk op een onderlinge afstand van zo ongeveer tien centimeter, waartussen dan later de rijzen kunnen komen. Die rijzen moeten niet direct gezet worden; die geven in deze tijd van het jaar nog te veel schaduw, waardoor de grond maar onnodig afgekoeld wordt. De zaden komen in vijf centimeter diepe geultjes te liggen, op een onderlinge afstand van ongeveer drie centimeter. De rijen komen op een onderlinge afstand van een meter. Tussen deze rijen kunnen verschillende vroege groenten uitgezaaid worden. Erwten uitplanten. Erwten en peulen, die we in het broeibakje te kiemen hebben gelegd, kunnen uitgeplant worden, indien ze voldoende zijn gehard. De penwortels moeten eveneens verwijderd worden, net als bij de tuinbonen. Er worden drie plantjes bij elkaar op een polletje gezet, terwijl de polletjes op een onderlinge afstand van acht centimeter komen te staan. Tegelijk met het uitplanten van de peulen, kunnen ook een paar rijen gezaaid worden. De rijen moeten in de richting oost‑west worden aangelegd.

Groenten en aardbeien beschermen tegen nachtvorst. Men kan groenten en aardbeien niet alleen vervroegen door ze af te dekken met glasplaten en met plastic, doch men kan ze ook beschermen tegen nachtvorst. Vooral in maart kan men bloemkoolplanten beschermen met bloempotten en diezelfde potten kan men gebruiken om er de dahlia's mee te bedekken in mei; dan kan het soms zo zijn, dat ze ongedekt bevriezen. Om groenten te vervroegen door middel van plastic en glas, heeft de zaadhandel allerlei modellen.


Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972




Geen opmerkingen: