04-08-16

Bonen houden niet van wateroverlast.


Door de vezelige structuur en het enorme water bufferende vermogen kan veengrond heel lang nat blijven. Veengrond houd veel water vast, als het erg drassig is moet de tuin gedraineerd worden.

Het is een mengsel van aarde met verteerde en halfverteerde plantenresten, van nature dus rijk aan organisch materiaal. Een probleem is dat de grond soms te nat is of dat de grondwaterstand vrij hoog is.
Veengrond heeft kalk nodig om te ontzuren, en mest als er groente op wordt gekweekt.

Stalmest

Voor alle groenten geldt dat de grond luchtig moet zijn. Dit betekent dat de grond niet dicht moet kunnen slaan door regen of moet kunnen inklinken bij droogte. Door inklinking en dichtslaan verstikken de gewassen.

De meeste groenten houden van een neutrale tot basische grond (ph 7 - 7.5)
Groenten die van een kalkrijke en dus basische grond houden zijn bijvoorbeeld kolen, wortelen en tuinbonen. Groenten die van een zure grond, veengrond houden zijn bijvoorbeeld aardappelen en rabarber (ph 5-6)

Bij overmatige regenval wordt het waterpeil in de omringende sloten te hoog en is van afwatering geen sprake.
Waarmee maak je een fijnkorrelige structuur?
Het najaar of vroeg in de lente is bij uitstek het geschikte moment om de tuin te spitten met een spade. Inwerking van vorst zorgt dat de grond 'doorvriest'. De grove brokken klei, leem en aarde zetten bij vorst uit door de waterdeeltjes die erin zitten. Hierdoor verkruimelt de grond.

In het voorjaar is het moment aangebroken om de grond verder te bewerken: met een  cultivator/ 3 tands of met een spitvork. Met deze hulpmiddelen worden grote kluiten tot kruimels gemaakt.

Na deze bewerking kan de grond fijn worden geharkt. Herhaal deze bewerking een aantal keren in het groeiseizoen. De planten zullen beslist beter groeien en er zal geen plasvorming op de grond meer optreden.

Na overvloedige regenval blijven plassen staan en de grond is verzadigd met water. In dat geval moet gezorgd worden voor afwatering van de tuin en dat kan gebeuren door langs de tuin greppels te graven uitkomende in de sloot.
Het is ook goed om op natte gronden op bedden te telen, waartussen de paden wat dieper liggen. Een dergelijk bed moet iets bol liggen. Dit is te bereiken door de paden aan weerszijden van de tuin uit te graven aflopend naar de sloot en de hierbij vrijkomende grond midden op het bed te gooien.

De tuin in bedden verdelen en zo hoog mogelijk omgespit.


De grond waarin we bonen willen zaaien moet al voldoende opgewarmd zijn en mag niet te nat zijn. In een te natte en te koude grond komen bonen gewoonweg niet op. Ook de kiemplantjes zijn nog heel gevoelig voor kou en vocht. Doordat volgroeide bonen een oppervlakkig wortelstelsel hebben, kan de plant na enkele dagen wateroverlast al afsterven. 

Geen opmerkingen: