12-04-10

Teeltplan



Eén op vier
Gelukkig kom ik steeds meer mensen tegen die de groentetuin op papier zetten om beter overzicht te houden waar welke gewassen gestaan hebben in de afgelopen jaren. De volgorde van gewasgroepen is daarbij erg belangrijk. De beste ervaring heb ik door de gewasgroepen zoveel mogelijk in te delen naar families. De nachtschadeachtige, vlinderbloemigen, kruisbloemigen en overige. In deze volgorde worden ze ook op de tuin ingevuld. Deze volgorde is bewust gekozen om veel rendement uit de grond te halen. De nachtschadeachtige (aardappelen) kunnen profiteren van de stikstof die de vlinderbloemigen (bonen, peulen, erwten) achter laten. De groep ‘overige’ is een groep waar nogal wat fijnzadige gewassen bij zitten zoals wortelen, witlof, uien, enz. Om deze zaden goed te laten kiemen is een goede bodemstructuur nodig (de aardappelen laten een mooie structuur achter). De groep ‘overige’ komt dan ook na de aardappelen. Blijft nog over de kruisbloemige (koolsoorten). Deze groep zit tussen de vlinderbloemige en overige in.
Het makkelijkste en beste systeem is de tuin in vier stukken verdelen. Dit betekent dat aardappelen één keer in de vier jaar geteeld worden. Dit is van groot belang om de opmars van aardappelmoeheid tegen te gaan. Wat de andere groepen betreft, zijn er voldoende mogelijkheden om een goede vruchtwisseling toe te passen. De groep vlinderbloemigen moet binnen het vak in tweeën gedeeld worden, omdat de peulen en erwtensoorten een ruimere vruchtwisseling moeten hebben dan één keer in de vier jaar. Als u op het vlinderbloemigenvak de bonensoorten op de ene helft zaait en de erwtensoorten en tuinbonen op de andere helft en na vier jaar deze twee helften omdraait zit u op een vruchtwisseling van één op acht. Hetzelfde doet u met het ‘overige’ vak. De uiachtigen en de knolselderij, aangevuld met eventueel de wortelen op de ene helft en de rest op de andere helft. Ook hier krijgt u dan een vruchtwisseling van één op acht. Vooral het werken binnen de vakken met teeltbedden is erg gemakkelijk voor de vruchtwisseling en bovendien is het gunstiger om nog een nagewas te telen. De makkelijkste maat is 1.50 meter inclusief pad.
Bron DLV Nieuwsbrieven

Geen opmerkingen: