01-03-15

Voortgang proefpakket Phytophthora resistent aardappelen

Door traditionele aardappelveredeling zijn er enkele nieuwe rassen beschikbaar met een natuurlijke resistentie tegen de gevreesde schimmelziekte Phytophthora; deze nieuwe rassen kunnen onbespoten worden geteeld!

Een proefpakket, afkomstig Aardappelveredelingsbedrijf Jalving, zal worden uitgeprobeerd.
Het proefpakket bestaat uit: 

- 1 kg Carolus, een midden vroeg ras, een kruimige aardappel;
- 1 kg Alouette, een midden vroeg ras, een vastkokende aardappel;
- 1 kg TW, een vroeg ras, een vastkokende aardappel.


De aardappelen zullen worden uitgeprobeerd in tuin 66 van de afd. Volkstuinen Buurtvereniging "Ons Belang" Haren (GN)


Grondsoort

De tuinen zijn gelegen nabij het project "Uitloopgebied" (handhaving bestaand natuurgebied "wetlands" en oude graslanden) en de Zorgboerderij Mikkelhorst en vormt hiermede een sluitend geheel in de Oosterpolder (Haren-Gn)

De grondsoort kan leemhoudend zand zijn van de zandrug Hondsrug en de Essen-Onnen rug of gemengd met een grondsoort afkomstig van de aan weerszijden gelegen laagten met leem gevuld en veengrond: drassige grond en grasland met onkruid, dat goed gedijt op vochtige grond. De veenlaag houdt een sterke ontwatering tegen, zodat in het verleden een goede ontwatering een probleem kon zijn. 
Vroeger vormde het Reitdiep een open verbinding met de zee, het slib wat na overstromingen in het winterseizoen achterbleef, vormde een welkome bemesting!
Ongeveer 3/4 deel van de tuin bestaat uit zandgrond. De rest is gemengd
zand - veen. Dit vormt een strook aan de noordkant van het 
volkstuincomplex, grenzend aan de brede sloot. Hier komt op geringe diepte turf voor.

Eigenschappen veengrond
Veengrond is bijna zwart en sponsachtig en bestaat uit bijna verteerd, plantaardig materiaal. Veengrond is meest al (erg) zuur en blijft na een regenperiode erg nat.
Verbeteren:
Drainage is noodzakelijk.
Kalk verlaagt de zuurgraad.
In het voorjaar mesten zal de grond verbeteren.
De meeste groenten houden van een neutrale tot basische grond (pH 7 - 7.5)
Groenten die van een kalkrijke en dus basische grond houden zijn bijvoorbeeld kolen, wortelen en tuinbonen. Groenten die van een zure grond, veengrond houden zijn bijvoorbeeld aardappelen en rabarber (pH 5-6)

Zomer- en winterpeil sloten
In de winter stijgt de grondwaterstand omdat de hoeveelheid neerslag dan groter is als de gewasverdamping. Sloten worden in dit seizoen ingesteld op een lage waterstand (winterpeil), zodat het grondwater naar de sloot kan stromen. Zo wordt een te hoge grondwaterstand voorkomen en is er geen wateroverlast. In de zomer is de gewasverdamping meestal groter dan de neerslag. Het water vanuit de sloten moet dan juist naar het grondwater stromen. Dat kan door sloten in te stellen op een hoge waterstand (zomerpeil). Zo verdrogen er geen planten.
Bron: Waterschap Hunze en Aa’s.


Bij overmatige regenval wordt het waterpeil in de omringende sloten te hoog en is van afwatering geen sprake.

Het is dan geduldig afwachten tot het peil weer is gezakt. Veel tuinen hebben dit euvel. Er blijven plassen staan en de grond is verzadigd met water. In dat geval moet gezorgd worden voor afwatering van de tuin en dat kan gebeuren door langs de tuin greppels te graven uitkomende in de sloot.
Het is ook goed om op natte gronden op bedden te telen, waartussen de paden wat dieper liggen. Een dergelijk bed moet iets bol liggen. Dit is te bereiken door de paden aan weerszijden van de tuin uit te graven aflopend naar de sloot en de hierbij vrijkomende grond midden op het bed te gooien.


De tuin in bedden (120 cm) verdelen en zo hoog mogelijk omgespit.
De sloot is ingesteld op een hoge waterstand (zomerpeil).

Je kan de natuur een handje toesteken door grond af te dekken met zwarte folie, zo blijft de grond droog en warmt hij ook wat sneller op. En ben je minder afhankelijk van het weer om te kunnen starten in de moestuin.
Voorkiemen

Voorkiemen

Voorkiemen is belangrijk bij de vroege teelt van aardappelen om een voorsprong op te bouwen. Een drietal weken voor het planten wordt het pootgoed opengelegd in bakjes in een plaats met veel licht, bij een temperatuur van 10°C. Dit om de ogen te doen uitlopen en scheuten te vormen die kort en stevig zijn.

Om de kieming sneller en gelijkmatiger te laten verlopen kan u het pootgoed bij 18°C en bij veel licht plaatsen. Doe dit alleen als het pootgoed nog geen uitgelopen ogen heeft. Als de ogen uitgelopen zijn worden ze afgehard, door ze terug bij een temperatuur van 6-10°C te plaatsen. Dit kan ook buiten, op een droge plaats. Bij nachtvorst terug binnen zetten.

Het is belangrijk dat de kiemen mooi groen zijn en niet te lang. Dit betekent dus voldoende licht en voldoende afharden.



Geen opmerkingen: