01-11-08

Aalbes stekken

Zelf vermeerderen van aalbes-soorten gaat door een stek van 40 cm voor 2/3 in de grond te steken (oktober - december).
Daarvoor worden jonge takken gebruikt. De stekken worden ter lengte van ongeveer 40 cm gesneden. Bij het snijden van stekken moet er opgelet worden, dat er scheuten genomen worden van stevige twijgen. Van meer belang is het nog dat er stekken worden genomen van struiken waarvan u weet dat ze een goede opbrengst geven. Die opbrengsten zijn namelijk van alle struiken lang niet even groot. Daarom is het beter minder zware scheuten te nemen van rijk dragende struiken, dan zware stekken van struiken die weinig geven. Meestal zult u zien, dat de zwaarste scheuten juist aan die struiken zitten, waaraan over het algemeen de slechtste vruchten voorkomen. Het is dus eigenlijk gewenst de struiken in de zomer al te merken. Na het snijden van de stekken worden deze bij elkaar aan een bosje in de grond gezet, zo diep, dat alleen één derde van de stekken boven de grond uitkomt. In het voorjaar worden de stekken uitgeplant, ook weer even diep, doch op een onderlinge afstand van vijftien centimeter. Het volgend jaar moeten ze, als het struikjes zijn, op de voor hen bestemde plaatsen worden uitgeplant op een onderlinge afstand van één meter.

Geen opmerkingen: