20-10-2009

Werkzaamheden in november

Nov.’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972  

Week1  
Veel is er in deze tijd van het jaar in de moestuin niet te doen, hoewel alles nog niet van het land gehaald is. De meeste mensen laten hun tuin maar aan zijn lot over zodra het weer slecht wordt, doch u moet alles in orde houden. Nat land moet nu van het water verlost worden, hetgeen u kunt bereiken door het graven van greppels, die dan naar de slootkanten moeten aflopen.

Aardappelen kuilen. De aardappelen zijn nu goed droog en het wordt tijd dat ze naar de winterbewaarplaatsen verhuizen. Ik heb u al gezegd: de zolder is geen beste bewaarplaats, de kelder wel, indien althans veel frisse lucht kan toetreden en hij vorstvrij is en niet te warm. Als de winteraardappelen te warm liggen, gaan ze gauw spruiten vormen, hetgeen verlies aan voedings­waarde ten gevolge heeft. Indien u een flinke tuin heeft, kunnen ze daar nu opgekuild worden. Al naar gelang de hoeveelheid, maakt u een gat van ongeveer dertig centimeter diepte. Dit gat wordt met een laag stro gevuld, zodat de aardappelen niet op de grond komen te liggen. Ook aan de zijwanden moet stro aangebracht worden, dat u rechtop in de kuil kunt zetten, voordat de aardappelen er in gaan. De aardappelen moeten er zo in, dat ze een piramide vormen; dan heeft het water gelegenheid weg te lopen. De boven­kant moet ook met stro worden afgedekt. Na het afdekken met stro komt er een grondlaag van vijftien centimeter dikte op. Begint het hard te vriezen, dan moet nog een dikke laag blad, riet of stro worden aangebracht, daar ze anders bevriezen. In grote kuilen, waarin veel aardappelen worden opgeslagen, wordt een koker geplaatst; deze dient om luchtverversing in de kuil te doen plaatsvinden. In kleine kuilen gaat het echter ook zonder zo'n luchtkoker. Mocht u toch zo'n koker willen hebben, dan kunt u daarvoor een draineerbuis gebruiken. Een grote bos stro die boven de grond uitsteekt, is meestal ook wel voldoende.

Witlof rooien. De wortels van witlof kunnen wel een beetje vorst ver­dragen, doch niet te veel, daarom moet u ze nu uit de grond halen. Het loof wordt op een paar centimeter boven de wortel afgesneden. Deze wortels kun­nen niet evenals gewone wortels en bieten in een kuil bewaard worden, daar ze spoedig uitlopen, immers, het is om de kropjes te doen. Amateurs kunnen de wortels het best in een kuil planten. Maak een kuil niet dieper dan twintig centimeter en zet daar de wortels in. De rijen komen op een onderlinge afstand van tien centimeter, terwijl ze in de rij mannetje aan mannetje kunnen staan. Over de wortels wordt een laag aarde van twintig centimeter gebracht. Deze aarde moet fijnkorrelig zijn, mag dus geen kluiten bevatten. Indien de wortels bij het inkuilen te lang zijn, mag er een gedeelte van afgesneden worden, langer dan vijftien centimeter behoeven ze niet te zijn. Worden ze op deze manier behandeld, dan kan er al vroeg in het voorjaar van geoogst worden. Door over een gedeelte van de kuil een laag paardenmest aan te brengen, kan een belangrijk vroegere ontwikkeling verkregen worden. Ook met een laag blad is wel een vroegere ontwikkeling te bereiken. U moet deze laag echter niet over de gehele kuil aanbrengen, dan komen alle kropjes tegelijk, en dat is niet de bedoeling.

Week2  
Prei opkuilen. Prei is eigenlijk volkomen winterhard, we behoeven die niet vorstvrij te bewaren. Indien u de prei echter op het land laat staan en er komt een vorstperiode, dan kunt u er niet van oogsten, omdat u ze niet uit de grond kunt krijgen. Daarom is het beter een gedeelte naar huis te halen en dat bij elkaar op te kuilen, waarna u er een weinig stro of riet tussen strooit. In plaats van stro of riet kan ook andere ruigte gebruikt worden, doch het gebruik van turfmolm is niet aan te raden. Mocht u ze kort bij huis hebben staan, dan behoeft u ze niet op te nemen; u kunt dan volstaan met een beetje stro er tussen te werken.

Artisjokken dekken. Artisjokken zijn niet volkomen winterhard, al kunnen ze wel vorst verdragen. Daarom behoeven ze ook niet zo vroeg gedekt te worden, en die bedekking mag ook in geen geval te zwaar zijn. Er zijn meer artisjokken die verrotten dan bevriezen, daar moet u dus wel rekening mee houden. De planten mogen niet onder de turfmolm gestopt worden, doch moeten zo worden gedekt, dat de bladeren boven de bedekking uitkomen. De beste resultaten worden bereikt door een oude mand over de plant heen te zetten, waaromheen een laag blad wordt aangebracht. Deze bedekking be­hoeft echter niet aangebracht te worden zolang het open weer blijft. Ligt de bedekking er eenmaal op, en het wordt open weer, dan moet u ze zo spoedig mogelijk verwijderen, anders verrotten de artisjokken toch nog.

Andijvie. De reeds eerder opgebonden andijvie kan wel een beetje vorst verdragen. Vooral indien het land niet te nat is, kunnen we dikwijls nog tot in december buiten andijvie oogsten. Intussen, zulke zachte winters hebben we niet elk jaar, daarom doet u verstandig, een deel van de planten naar binnen te halen. Uitgelegd in een schuur, kunnen ze nog geruime tijd bewaard blijven. Indien u een broeibak heeft, is het nog eenvoudiger. Dan worden nu alle andijvieplanten met een kluit opgestoken, waarna ze onder glas worden inge­graven. Indien regelmatig zo hoog mogelijk wordt gelucht, kunnen de plan­ten nog lange tijd mee. Er kan dan gemakkelijk tot aan de kerstdagen van geoogst worden.  

Week3  
Knolselderie. Indien de knolselderie nog niet van het land gehaald is, moet dit nu toch zo spoedig mogelijk geschieden, anders kon ze het wel eens te kwaad krijgen. De knollen worden met een vork opgerooid, en daarna van de grootste bladeren ontdaan, alleen de hartbladeren mogen blijven zitten. Aan de wortels moogt u niets doen, laat die er rustig aan zitten. Indien u een broeibak heeft, kunt u het best de knollen daar ingraven. De hele winter kunnen dan de knollen gebruikt worden, indien u ze nodig heeft. Ook de groene blaadjes, die telkens weer verschijnen, kunnen gebruikt worden. Ze kunnen ook bewaard worden in een kist met wit zand. Zet de knollen er dan zó in, dat ze met de hartbladeren boven de grond uitkomen. De kist krijgt een plaatsje in uw kelder, als het kan zo veel mogelijk in het licht.

Boerenkool oogsten. De boerenkool is nu zo ver, dat ze gegeten kan worden. Om lekkere boerenkool te eten, moet u wachten totdat ze een keer bevroren is geweest. In deze tijd van het jaar kan dat.

Knolrapen naar binnen. Knolrapen kunnen wel een beetje vorst verdragen, al wil dat niet zeggen, dat ze buiten kunnen blijven sta n. Het wordt nu tijd ze binnen te brengen. Indien ze in bevroren toestand zijn, ga er dan niet mee aan het werk, want dan rotten ze later in de kuil. Wacht eerst open weer af. De koppen worden er afgesneden, terwijl ook de wortels een weinig verwijderd worden. Daarna kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden. Na het opbergen wordt de hoop met een laag blad of andere ruigte afgedekt. Knol­rapen kunnen ook in de kelder bewaard worden, indien deze niet te warm is. Op zolder gaat het minder best, ze worden daar gauw slap.

Week4   
Spitten. Spitten kan zowel in het najaar als in het voorjaar geschieden. Indien de grond niet te nat is, kan het nu heel goed gebeuren. Vooral klei­gronden, die van nature stug en moeilijk te bewerken zijn, kunnen beter in het najaar gespit worden. U moet dan bij het spitten de grond niet netjes ge lijk maken, zoals dat in het voorjaar gedaan wordt, neen, laat de kluiten zo ruw mogelijk liggen. Ze vriezen dan lekker door, waardoor de grond in het voor­jaar veel beter te bewerken is.

Bagger. Slootbagger is prima materiaal voor de tuin, vooral voor kool is het zeer aan te bevelen. Indien de slootbagger een jaar aan een hoop heeft gestaan, kan ze nu over het land heen gebracht worden. Verse bagger is niet zo aan te bevelen.

Kardoen. De reeds eerder ingepakte kardoen kan wel enige vorst verdragen, doch als het een beetje harder gaat vriezen, is het beter ze met het stro naar binnen te halen. Ze kunnen dan in een koele kelder gelegd worden.

Schorseneren rooien. Schorseneren zijn ook niet zo erg gevoelig, maar het wordt nu toch tijd dat ze uit de grond komen. Met de vork rooien, opdat de wortels zo weinig mogelijk beschadigen. Na het rooien kunnen ze in een hoop wit zand bewaard worden, welke tegen de strenge vorst met een laag blad wordt afgedekt.

18-10-2009

Verbeteren vruchtbaarheid bodem

Alles wat planten nodig hebben, zit in 12 elementen. Om de vruchtbaarheid van de grond te waarborgen, moet aangevuld worden.
(1) Stikstof bevordert de vegetatieve groei
(2) Fosfor is essentieel voor de totale ontwikkeling, in het bijzonder voor het wortelgestel

(3) Kalium voor bloem en vruchtvorming en de ontwikkeling van krachtiger planten
Dit is de bekende NPK kunstmest 12N-10P-18K
(4) Magnesium is nodig voor de vorming van bladgroen en assimilatie
(5) Calcium (kalk) verstevigt celwanden en verlaagt de zuurgraad van de grond.
(6) Zwavel
Spelen een rol bij de stofwisselingprocessen
(7-12) De 6 sporenelementen, elk met een bepaalde functie in het groeiproces.


Het constateren van tekorten in de bodem
Planten geven aan wat ze nodig hebben of wat eraan mankeert.
Dit geldt vooral voor de planten die ongevraagd hun intrek in de tuin nemen: de onkruiden.
Ze groeien op plekken, waar wat anders zou komen: de groenten!
Bij zure, schrale en dichte bodem komen de volgende onkruiden voor: kamille, melde, kweek, paardenbloem, distel, brandnetel. Een kwestie van kalk, compost en een goede afwatering!

Gebrek aan elementen
Gebrek aan stikstof (N): slechte ontwikkeling blad en neiging tot vergeling.
Gebrek aan kalium (K): aan de randen van het blad dorre, roestbruine plekken.
Gebrek aan fosfor (P): donkere verkleuringen over grote delen van het blad.
Gebrek aan magnesium (Mg): Magnesium is naast stikstof, fosfor en kali, de vierde basismeststof  Bij gebrek aan Magnesium ziet men in de bladeren eerst gele en later ook dode bruine vlekken. Dit gebrek begint aan de onderste, oudste bladeren. Bestrijding kan het beste met een bladbespuiting van 1 gram per liter water om de 2 dagen tot het gebrek is opgeheven. Magnesiummeststof: kieseriet.
Gebrek aan kalk (Ca): Kalk bindt zuren in de grond.
Kali, ammoniumstikstof en magnesium worden door kalk verdreven uit hun vaste binding met klei en humusdelen. Hierdoor komen ze voor de plant beschikbaar. Kalk kan in water opgeloste fosfor aan zich binden waardoor deze fosfor niet meer uitspoelt. Bacteriën ontwikkelen zich beter bij een voldoende hoeveelheid kalk in de grond.
Meer of minder kalk in de grond heeft invloed op het voorkomen van plantenziekten. Op grond met weinig kalk komt bijvoorbeeld veel sneller magnesium tekort voor. Een goede kalktoestand en pH bevordert sterk het rendement van de aan de grond toegevoegde kunstmest en organische mest.
Bron http://www.boeranloo.nl/kalk.htm
Kalkmeststof: Dolokal.
Gebrek aan sporenelementen: een tekort betekent vaak bladschade of misgroei.

Ook ziekten kunnen in het geding zijn, zoals phytophthora, insecten onderzijde blad.

Zonder toevoeging van extra voedingsstoffen redt een natuurlijke mest en compost niet alleen! Echter, een zekere terughoudendheid is geboden.

14-10-2009

Snoeien aal- en kruisbessen

Als het niet te hard vriest, kan met het snoeien van de aal- en kruisbessen een aanvang gemaakt worden. Dat snoeien wordt op verschillende manieren gedaan. Hoofdzaak is, dat de struiken van binnen behoorlijk ruimte krijgen. Alle takken die zich dus in het hart van de struiken ontwikkelen, kunnen zonder meer tot op hun basis worden weggesneden. Grondscheuten, jonge takken, die onder aan de voet van de struik ontstaan. kunnen, indien ze niet voor de vorming van de struik nodig zijn, ook gerust tot op de grond worden weggesneden. Alleen, indien een oude tak dood is gegaan, kan zo'n jonge grondscheut behouden worden, om de plaats van de oude tak in te nemen. Aan de oude takken - de gesteltakken - zitten jonge scheuten, die we tot op vijftien centimeter terugsnoeien. Alle scheuten die zich beneden en in het midden van de oude takken ontwikkelen, worden tot op een paar centimeter teruggesnoeid. Zitten er te veel jonge scheuten aan, dan snijden we die tot op hun basis - dus tot op het oude hout - terug, zonder echter in het oude hout te snijden. Alle dunne takjes, ter lengte van een centimeter of tien, laten we ongesnoeid, daarvan plukken we de meeste vruchten.

Kruisbessen moeten op soortgelijke wijze behandeld worden. Vooral niet te veel hout in laten zitten, anders zijn de vruchten niet te plukken. Zwarte bessen moeten anders gesnoeid worden. Indien daar te veel hout in zit, snijden we een paar van de oudste takken geheel tot op de grond toe weg.

13-10-2009

Boorschade aardappelen

Ritnaald, ook goed gekend als ‘koperworm’ is een larve van de kniptor (vooral van de Agriotes lineatus en Agriotes obscurus.) Het zijn harde, oranjebruine keverlarven van ongeveer twee tot drie centimeter lengte. Ze kunnen tot vier jaar in de grond overblijven en leven er van plantenwortels. Vooral op pas gescheurd grasland, of pas ontgonnen braakliggend land, kunt u de eerste jaren veel hinder ondervinden van ritnaalden. Het is dus een typische plaag op pas ontgonnen gronden. Ritnaalden kunnen niet goed tegen uitdroging. Het is goed pas ontgonnen grasland een paar keer te bewerken zodat de bovenlaag goed uitdroogt. Het aantal ritnaalden zal dan zeer snel afnemen.
Ritnaalden bijten van zaailingen soms net onder de grond de plant door. Tevens wil dit insect wel nog eens boorschade geven in gewassen zoals wortel, aardappel, en rode biet. Bij gebrek daaraan zullen ze ook andere wortels aantasten. Ze maken gaatjes en gangen in de knollen of wortels.

11-10-2009

Werkzaamheden in oktober


Okt.. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972




Week1
Verschillende hoekjes zijn nu leeg gekomen. Laat de boel daar zo niet liggen doch ruim alles netjes op. Ook het onkruid moet nog eens uitgeroeid worde indien u dat nu zijn gang laat gaan, is de tuin vóór de winter weer helemaal groen. Het onkruid groeit lang door, daarom moet de strijd ook zo lang mogelijk volgehouden worden. Indien er dus nu een mooie, zonnige dag is, gaan alles met de schoffel en de hark na, ook al staat er niets meer op het lan Verder moeten nu de late aardappelen uit de grond zijn. Indien u ze er niet allemaal uit heeft, moet u zich toch haasten. Het weer wordt hoe langer hoe slechter, straks is de tuin één en al modder, en dan wordt het droog krijgen van de aardappelen steeds moeilijker.


Droge bonen. Droge bonen, zoals bruine bonen en citroenboontjes, moet nu naar binnen toe. Het weer wordt er niet beter op, laat ze dus niet te l& meer buiten staan. Mochten ze nog niet droog zijn, pluk dan nog een gedeelte van de bladeren af, ze drogen dan vlugger. Misschien kunt u ze ook onder e afdak te drogen hangen; doe dat dan op een plaats, waar de wind er door kan waaien. Zijn ze goed droog, zodat u de boontjes kunt horen rammelen dan mogen ze naar binnen. Indien u niet veel plaats heeft, kunnen de peul afgeplukt worden. Ze kunnen dan midden in de winter, als er anders niet vi te doen is, gedopt worden. Heeft u echter plaats, breng ze dan aan de struik naar boven, ze kunnen dan later uitgedorst worden.


Peterselie en snijselderie. Indien in augustus jonge plantjes gezaaid kunnen die nu zo ver in ontwikkeling zijn, dat ze gemakkelijk overgeplaatst kunnen worden. De hele winter buiten blijven kunnen ze echter niet, daarvoor moet u een broeibak hebben. De plantjes worden onder glas ingegraven en door de winter heengebracht. Het is voldoende indien het bakje alleen strenge vorst met een rietmat bedekt wordt. Mocht u niet gezaaid heb dan kunnen de kleinste plantjes nu worden opgenomen en in een broeikas worden ingegraven. Niet iedereen is in het bezit van een broeibak. ma er kunnen een paar plantjes bij elkaar in een bloempot gezet worden. Daar de planten nogal lange wortels hebben, moogt u gerust de helft afsnijden.


Week2
Koolstronken opruimen. Van de geoogste kool kunnen nu de stronken worden opgeruimd. Breng deze niet op de composthoop, er kunnen immers ziekten in zitten, vooral knolvoet, en deze zouden zich dan door de composthoop verspreiden. Het beste is zulke stronken maar te verbranden, als dat tenminste mogelijk is; geef ze anders met de vuilniswagen mee.


Bleekselderie. Bleekselderie moet nu verder gebleekt worden. Ze wordt dus ingepakt, zoals we dat eerder hebben aangegeven. Mocht u een broeibak heb­ben, dan worden de planten nu opgenomen en in zo'n broeibak opgekuild.


Spruitkool. Soms heeft spruitkool veel last van losse spruiten, vooral aan de onderkant kunnen er veel zitten. Het is nu tijd die losse spruiten af te plukken, de andere kunnen dan beter doorgroeien. Deze losse spruiten behoeven niet weggegooid te worden, ze zijn nog eetbaar.


Bieten rooien. Het wordt nu tijd voor het oprooien van winterbieten, dat zijn de bieten die voor de winterprovisie bestemd zijn. Dat oprooien moet zo voorzichtig mogelijk geschieden, opdat niet te veel aan de wortels beschadigd wordt. Met een schop moet het daarom liever niet gedaan worden, het gaat beter met een mestvork. Het blad mag er niet afgesneden, maar moet er met de hand afgedraaid worden; dat voorkomt sapverlies. Indien veel sap ver­loren gaat, worden de bieten bij het koken licht van kleur, hetgeen een minder aangenaam gezicht is. Bovendien zijn ze dan niet zo gemakkelijk gaar te krijgen. Bieten moeten op het land goed te drogen gelegd worden, voordat ze naar binnen mogen. U kunt ze op verschillende manieren bewaren, doch de meest gangbare is, de bieten in een hoop wit zand in de tuin in te graven. Begint het hard te vriezen, dan kan er een laag blad overheen gebracht worden. Mocht u geen tuin bij het huis hebben, dan kunnen ze ook in een kist met wit zand in de kelder of op zolder bewaard worden. De hoofd­zaak is dat ze het niet zó koud hebben, dat ze bevriezen, en niet zó warm, dat ze verdrogen of uit gaan lopen. Een temperatuur juist even boven het vries­punt is ruim voldoende.


Week3
Winterwortelen rooien. Haast is er nog niet bij, doch indien op tijd gezaaid is en de wortels nu hun normale grootte hebben, dan kan tot het rooien wor­den overgegaan. Indien uw tuin uit zandgrond bestaat, kunnen de wortels zo uit de grond getrokken worden. Het loof snijdt u af. Bestaat de grond uit klei of veen, dan zal met een vork gerooid moeten worden. U moet niet met een schop rooien, dan beschadigen de wortels te veel en kunnen ze niet be­waard worden. Na het oprooien moet u ze een paar dagen laten drogen. Ze mogen niet vochtig in de winterbewaarplaats komen. U kunt ze op verschil­lende manieren bewaren; de hoofdzaak is, dat ze niet te warm, maar wel vorst­vrij liggen. Vorst verdragen ze niet. U kunt ze in de kelder bewaren, doch ook op zolder; deze moet echter niet te droog zijn, wat met de meeste zolders wel het geval is. In kisten met wit duinzand kunnen ze goed bewaard worden. Eerst legt u een laagje zand, dan wortels, zand, wortels en zo vervolgens. Heeft u een grote tuin, dan kunnen ze in een kuil bewaard worden. Aanbeveling ver­dient het, ze in wit zand te leggen, ze rotten dan niet zo gauw. De kuil kunt u afdekken met wat stro of blad. Zodra het hard begint te vriezen, moet deze bedekking verzwaard worden. Bij open weer gaat die er af, anders zouden de wortels te veel uitlopen.


Keukenkruiden. Nu kan men keukenkruiden bestellen; doe dat bij een vasteplantenkweker. Ze verlangen een goed bemeste grond en een zonnig plekje. Bonekruid kan men zaaien, doch er is ook een overjarig soort. Bieslook en Lavas en Pimpernel heeft men ook nodig. Kruiden kan men gemakkelijk voortkweken door middel van scheuren; dat kan men nu doen, doch ook in het vroege voorjaar.


Week4
Spruiten plukken. Met het plukken van spruiten kan begonnen worden. Deze groente is evenals boerenkool het fijnst van smaak, als de vorst er een paar maal overheen is geweest. Zolang het nog niet gevroren heeft, is ze niet zo smakelijk. Natuurlijk worden eerst de grootste spruiten geplukt, de andere kunnen dan weer groeien.


Witte kool. Deze koolsoort kan niet lang buiten blijven staan, ze kan geen of weinig vorst verdragen. Ze wordt, voor zover ze niet voor het maken van zuurkool wordt gebruikt, nu van het land gehaald en op een koele zolder gelegd, waar ze het langst goed blijft. Lang kunt u deze koolsoort echter niet bewaren.


Rode kool. Indien de kool goed hard is, kan ze nu van het land gehaald worden. Ze is wel iets sterker dan de witte kool, doch veel vorst kan ze niet verdragen. Deze kool laat zich echter heel goed bewaren. Ze kan met stronk en al in een vorstvrije schuur worden opgehangen, of op zolder worden be­waard, maar meestal is het daar te droog. Indien uw tuin op hoge zandgrond gelegen is, kan ze daar ook opgekuild worden. De kolen worden dan met stronk en al opgenomen, waarna ze in een hoop wit zand bewaard worden. De stronken moeten boven de grond uitkomen. Als het hard gaat vriezen, moet de hoop met blad worden afgedekt. Ook kan er een veurtje gegraven worden van on­geveer twintig centimeter diepte, waar dan de kolen op de kop worden ingezet. Zodra het begint te vriezen, kunt u er droog blad tussen strooien. Het grote bezwaar is echter, dat de kool niet geregeld te controleren is, zodat gauw rotplekken ontstaan. Daarom is ophangen in een schuur beter, dan kan ze geregeld gecontroleerd worden.


28-09-2009

Aantasting door preimot



Aantasting door preimot
De bladeren van de "winter"prei zijn aangetast door de preimot, echter de schacht van de preiplant is onaangetast.
   
Schadebeeld
De volwassen preimot heeft een vleugelwijdte van ongeveer 8 mm. De rupsen zijn tot 1 cm lang en geelwit van kleur. De larven van de preimot mineren (gangen uitvreten in plantenweefsels) in het blad en boren verder naar het hart van de plant met gangen in de schacht van de preiplant als gevolg. Kenmerkend is het afgeraspte bladoppervlak dat als ‘zaagmeel ‘ achterblijft in het gangetje.


Bestrijding
Daarvoor moet in dezelfde richting gedacht worden als de bestrijding van rupsen. Bestrijding met een rupsendoder gebeurt best voor de larve zich helemaal naar beneden boort. Ingrijpen van zodra de schade vastgesteld wordt is dan ook de boodschap!
Wil je echt zeker zijn, dan is telen onder insectengaas, vooral op het zaaibed en  in het begin van de teelt de beste teeltmaatregel. De preimot is een nachtvlinder, dus kan het doek overdag wel  weggenomen worden voor de onkruidbestrijding.

Preimot en geur
De prei naast een rij zwarte bessenstruiken planten. De geur van de bladeren van zwarte bessen hebben een heel aparte geur, waardoor de prei niet wordt aangetast door de preimot.


Dit is een digitale selectie uit de brochure "De teelt van prei" van het Ministerie van Landbouw, België, oktober 1986.In deze brochure wordt getracht om zowel de beroepsteler als elke andere geïnteresseerde lezer een overzicht te geven van de teelt in het algemeen en de technische verbeteringen die in de praktijk een toepassing hebben gevonden.

26-09-2009

Herfstframbozen snoeien

Herfstframbozen - Rubus idaeus   

Wanneer de pluk van de herfstframbozen is afgelopen , kan het afgedragen hout afgesneden worden. Alle takken worden dus tot op de grond toe afgesneden. Denkt u er om: dit geldt alleen voor de soorten die in de herfst vruchten geven, dus niet voor die, welke we midden in de zomer plukken. De wortels van deze herfstframbozen lopen meestal een eind van de struiken weg, zodat na verloop van een paar jaar overal jonge frambozen te voorschijn komen. Daarom kunnen de herfstframbozen nu opgenomen worden, waarna al de uitlopers worden weggehaald. Daarna wordt een nieuw bedje klaargemaakt en kunnen ze opnieuw worden opgeplant.

Frambozen kunnen geplant worden in de maanden november tot en met februari. Na het planten moet het hout direct ingekort worden op ongeveer een halve meter hoogte. Hierdoor hebben ze minder last van de wind en komen er sneller jonge scheuten uit de grond, vlakbij deze takken. Zodra deze jonge scheuten ongeveer 30 cm of hoger zijn kunnen de oude takken tot op de grond worden weggesnoeid.

Herfstframbozen zijn snelle groeiers en dragen in de herfst op het jaars hout. Dus in de winter alles netjes met de grond gelijkmaken, de planten lopen in het voorjaar uit, dan uitdunnen zodat de stengels plaats hebben en wachten op de vruchten.
Enkele zwakkere twijgen van de herfstframbozen laten staan levert toch een voorjaarspluk.
De frambozen in dec.-jan. tot op de grond toe afknippen.


Frambozen mesten. Frambozen moeten steeds over voldoende voedsel kunnen beschikken. Zodra dat niet het geval is, gaan de struiken verzwakken en heeft men veel last van de zo gevreesde wormpjes. Er kan nu tussen de struiken de nodige stalmest/compost worden gespit. U moet vooral niet te diep spitten, daar de wortels van de frambozen kort aan de oppervlakte zitten.

08-09-2009

Werkzaamheden in september

Sept. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Artisjokken oogsten.
De oogst van artisjokken is nu in volle gang. U kunt nu goed zien, wat de goede soorten en wat de minder goede zijn. Artisjokken worden gezaaid en tussen de zaailingen bevinden zich minderwaardige typen. Die kunnen nu gemerkt en later door goede vervangen worden. Planten waar­van de bloemknoppen spits zijn, met smalle, dunne en scherpe schubben, zijn waardeloos en kunnen dus beter opgeruimd worden. Na de bloei kunnen goede planten, die bij een kweker te koop zijn, worden uitgezet. Indien u zelf wilt voortkweken van de goede planten, dient u ze in het voorjaar te scheuren. Er zijn allicht een paar jonge planten met wortel en al van de oude moeder­planten af te nemen.

Selderij bleken. Bleekselderij, de naam zegt het reeds, moet om gegeten te kunnen worden, eerst gebleekt worden. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. De hoofdzaak is dat de planten van het volle licht zijn afgesloten. Dat kunt u bereiken, door twee planken langs de planten te zetten, aan elke kant van de rij één. Opbinden gaat ook, en dan omwikkelen met een of andere stof, doch geen zakkengoed, want dat houdt het vocht te veel vast, waardoor de planten zouden gaan rotten. Het is natuurlijk gewenst niet alles in één keer op te binden of te bleken.

Rabarber verzetten. Indien nodig, kan nu rabarber ge‑ of verplant worden. Indien nu geplant wordt, kan het volgend voorjaar geoogst worden. Rabarber­planten hebben veel ruimte nodig, zeker een onderlinge afstand van één meter. Dat is een flinke ruimte voor kleine tuinen, maar misschien heeft u hier of daar wel een hoekje, waar een paar planten kunnen staan. Daar ze veel water verlangen, worden ze ook aan slootkanten gezet, waar ze het naar hun zin hebben. Een goed soort is de Paragon; bij de bereiding van deze rabarber heeft u niet zo veel suiker nodig. Denkt u om de nodige stalmest. Rabarber verlangt veel voedsel.

Week2
Aardappelen rooien.
De late aardappelen moeten nu gerooid worden, het ge­was zal thans wel afgestorven zijn. Laat de knollen eerst behoorlijk drogen, voordat ze naar de winterbewaarplaats gaan. Dek ze op het land niet af met het aardappelloof, want als daar ziektekiemen in zitten, tasten die ook uw aard­appelen aan. Indien de knollen goed droog zijn, kunnen ze op de zolder of in de kelder voor de winter worden opgeslagen. De zolder is geen beste bewaar­plaats als het hard vriest. Houd de aardappelen in ieder geval in het donker, in het licht worden ze groen en taai.

Veldsla zaaien. Veel is er niet meer te zaaien, doch veldsla kan nog wel uitgezaaid worden, Als u nu zaait, kunt u vóór de winter de grootste plan­ten nog oogsten. De kleine blijven dan tot het voorjaar staan, daar ze vol­komen winterhard zijn. Als de stand te dicht is, rotten de plantjes gauw weg, daarom moet u ruim zaaien, en voor de winter de grootste plantjes oogsten. U heeft ongeveer veertig á vijftig gram zaad nodig voor tien vierkan­te meter. Daar er nu toch grond genoeg leeg is, raad ik u deze teelt aan. De rozetten worden in haar geheel geoogst, alleen, indien erg vroeg gezaaid wordt ‑ in augustus ‑ kunnen eerst nog de bladeren geoogst worden. Deze worden dan gewoon als spinazie afgesneden.

Week3
Bloemkool dekken.
De late bloemkool kan nu geoogst worden. Denkt u er om, dat de kooltjes steeds gedekt moeten worden. Indien er licht bij komt, groeit de kool uit elkaar, en krijgt een gele kleur. Ongedekte kool is niet te eten. Door het omknikken van de hartbladeren voorkomt u het geel worden.

Tomaten. De tomaten buiten rijpen niet erg meer, of we zouden het weer erg mee moeten hebben. Het kan nu nog warm zijn, en zolang dat het geval is kunt u de vruchten ook rustig laten hangen en alleen een paar bladeren af­snijden, waardoor ze een beetje meer van het zonnetje kunnen profiteren. Zodra het weer echter omslaat, is het beter de vruchten die de grootte hebben bereikt, groen af te plukken. Ze kunnen achter het raam narijpen. Indien ze achter het raam in het zonnetje liggen, komen ze nog wel op kleur. De smaak is niet zo lekker meer als van de vruchten die midden in de zomer geoogst worden, doch voor de bereiding van de jus bijv. zijn ze nog heel goed.

Week4
Droge bonen oogsten
. Bruine bonen, kievitsbonen, citroenboontjes, en andere droge bonen, zullen nu zo ver zijn, dat ze opgetrokken kunnen worden. De bonen van de bruine soorten zijn nog niet bruin, doch er kan niet gewacht worden. Ze verkleuren wel, indien ze maar eerst droog zijn. Indien er te veel blad aan de planten zit, kan er een gedeelte afgehaald worden; dan drogen de boontjes beter. De pollen worden opgetrokken, bij elkaar aan bosjes gebon­den, daarna aan een draad te drogen gehangen. Ze kunnen ook op een heg of op een hek te drogen gehangen worden. Zelfs kunt u ze op hun kop op het land zetten; dan drogen ze echter niet zo snel, vooral niet, wanneer er juist een regenperiode op volgt.

Andijviebinden. Indien de winterandijvie behoorlijk op tijd gezaaid en uit­geplant is, zullen de kroppen nu zo ver zijn, dat ze opgebonden kunnen worden. Tegenwoordig doet men dat niet zo veel meer, maar toch kan ik u het opbinden van een klein partijtje wel aanbevelen. Indien ze opgebonden zijn, worden ze prachtig geel. Dat opbinden mag alleen gebeuren, als de bladeren geheel droog zijn. Indien u het bij regenachtig weer doet, rotten de planten van binnen. Alle bladeren worden bij elkaar gedaan, dan wordt er een bandje omheen gelegd. U moet niet alle planten opbinden. Indien het te laat in de tijd wordt, rotten de planten nogal eens. Voor de inmaak is het opbinden zeer aan te bevelen.

31-08-2009

Mineralengebrek

Op een gedeelte van de moestuin (tuin 67 en 68) zijn de bladeren van de sperziebonen en de aardappelen (Texla) geel verkleurd. Bekend is dat op dit gedeelte van de tuin een overmaat aan kunstmest en duivenmest is gestrooid in de voorgaande jaren.

Vermoedelijk kan de geelverkleuring worden veroorzaakt door overdadige toediening van bepaalde elementen; door te veel kaliumrijke meststof te geven, bijvoorbeeld, kan de chemie van de bodem veran­deren, het magnesium raakt opgesloten', zodat de plant verschijnselen van magnesiumgebrek gaat vertonen. Mineralengebrek is vaak moeilijk te herkennen aan de symptomen alleen en kan makkelijk worden verward met ziekten, met name virussen.

Ijzergebrek is een van de meest voorkomende stoornissen bij planten en meestal herkenbaar aan vergeling van het blad. Het komt vooral voor op alkalische grond. (chlorose door kalkovermaat).
Bij sperziebonen kan dit een kaliumgebrek zijn.
Een plant heeft het element magnesium nodig om de groene stof chlorofyl te kunnen produceren. Een tekort is zichtbaar aan de geelverkleuring tussen de nerven.


Bron Atrium encyclopedie 'Natuurlijk tuinieren' ISBN 90-6113-957-0

07-08-2009

Werkzaamheden in augustus

Aug. ’09 In de moestuin
Bron 'Van week tot week in eigen tuin' ; G.Kromdijk 1946/1972

Week1
Veel is er natuurlijk niet meer te zaaien, we zitten nu al in augustus en dan bepaalt het werk in de moestuin zich hoofdzakelijk tot het oogsten van verschillende gewassen en tot het schoonhouden van de tuin.

Spinazie zaaien. Spinazie kan nu nog gezaaid worden. Er kan dan vóór de winter nog gemakkelijk van geoogst worden. U moet nu maar rond zaad nemen, dat is voor de herfst beter. Spinazie kan nu het best op rijtjes gezaaid worden, het slechte regenweer heeft er dan in het najaar niet zo veel invloed op. Indien breedwerpig gezaaid wordt, en het gewas te dicht opeen komt te staan, worden de bladeren nogal eens ziek.

Tomaten snoeien. Met het snoeien van tomaten moet steeds worden voort gegaan. Het is gewenst, de planten elke week even na te lopen; bij een hoog van ruim één meter zit er meestal wel een drietal vruchttrossen aan. Dan kan de kop uit de plant gesneden worden. Wel zouden zich op grotere hoogt nog meer vruchttrossen ontwikkelen, maar die worden buiten toch niet mee rijp. Daarom is het beter de kop maar uit de plant te halen; dit komt dan de overblijvende vruchttrossen ten goede. Het gebeurt ook nogal eens, dat de planten te vol met bladeren zitten. Dan is het gewenst een deel er van weg te snijden, of ze althans te halveren. De vruchten komen daardoor beter in d zon te hangen en kleuren veel eerder.

Sla planten. Sla kan nu voor de laatste maal uitgeplant worden; zware kroppen zullen het echter wel niet meer worden. Mocht u een broeibak hebben, dan zou ik zeggen: plant u ze daar maar in uit, dan kunnen ze zich nog tot prachtige kroppen ontwikkelen.

Andijvie planten. De uitgezaaide winterandijvie moet nu op rijen uitgeplant worden. Lang moet u er niet meer mee wachten, anders worden het geen zware kroppen meer. Voor de inmaak moeten ze nu in ieder geval geplant worden. Andijvie groeit alleen maar goed op een vochtige, goed bemeste grond, op schrale zandgronden komt er weinig van terecht. Vooral zomerandijvie komt in de meeste tuinen niet tot zijn recht. Daarom heb ik u maar niet aangeraden, deze aan te planten of in eigen tuin te zaaien, daar er genoeg zomerandijvie te koop is. Voor winterandijvie moet u echter zelf zorgen. Liefhebbers kunnen deze planten zelf zaaien, doch de meesten kopen van de kwekers, hetgeen verstandig is. De planten komen op een onderlinge afstand van vijfentwintig centimeter, zowel op de rij, als in de rij. Indien de planten wat te lange bladeren hebben en het is warm, zonnig weer, dan verdient het aanbeveling een gedeelte van de bladeren in te korten. Het verdampingsoppervlak is dan niet zo groot meer, waardoor de planten eerder aan de groei komen.

Week2
Aardappelen rooien. De middenvroege soorten mogen nu gerooid worden Vooral de Eigenheimers kunnen nu uit de grond. U kunt ze ook nog wel een paar weken laten zitten, maar Eigenheimers hebben vaak last van ziekt Daarom is het beter niet te lang met het rooien te wachten. Indien de ziek er niet in zit, komt die er ook niet meer in nadat de aardappelen gerooid zijn Na het rooien kunnen ze in een zomerpetje worden opgekuild, of in de kelder bewaard. Hoofdzaak is, dat ze in het donker, en niet te warm liggen, anders worden ze groen en taai.

De preivlieg. Het gebeurt nogal eens dat de prei wordt aangetast door de preivlieg. Daar is weinig tegen te doen. Alleen indien diep geplant werd, kan het gewas juist onder de grond worden afgesneden. Met het groene loof worden dan ook de preivliegen vernietigd, terwijl er vrij spoedig weer bladeren bij komen.

Pootuien oogsten. Pootuien kunnen nu geoogst worden. Zitten er v schieters in, dan is dat een strop, want daar heeft men weinig aan. Vooral voor het bewaren deugen ze niet. Laat de pootuien eerst op het land in de volle zon drogen, daar worden ze hard van. Eenmaal goed droog en hard kunnen ze naar de zolder. Pootuien worden in augustus wel gezaaid, mw het is een lastige teelt. Het valt niet mee ze de winter door te brengen. Daarom kunnen de planten in het voorjaar beter bij een kweker gekocht worden.

Week3
Een bedje raapstelen kan nu nog gezaaid worden; zorg er echter voor, dat u niet te dicht op elkaar zaait. Zo kunnen er ook nog zomerworteltjes gezaaid worden, maar zwaar worden ze niet meer. Mocht u een broeibak met een raam hebben, gebruikt u die dan; u bereikt dan nog prachtige resultaten.

Bonen oogsten. De grote pluk van de bonen is nu begonnen. We maken er een handig gebruik van en gaan tot het inmaken over. Indien u te veel bonen heeft, kunnen ze niet alleen in het zout, doch ook geweckt worden, terwijl ze ten slotte ook gedroogd kunnen worden. Het plukken van bonen moet voorzichtig geschieden, anders worden de jonge boontjes er ook afgetrokken. Snijbonen worden spoedig te dik, daarom moeten die eigenlijk tweemaal per week geplukt worden. Als het goed is moeten de slaboontjes ook eenmaal per week geplukt worden, maar in de meeste gevallen komt er niets van. In ieder geval, hoe vaker er geplukt wordt, en hoe voorzichtiger, des te langer zal men kunnen blijven plukken. Kruip niet over de regels heen, want dan is het heel gauw met de pluk gedaan. Bonen voor de inmaak moeten niet blijven liggen totdat u een partij van een week bij elkaar hebt. Ze moeten zo vers mogelijk ingemaakt worden.

Aardrupsen. Vaak gebeurt het, dat pas geplante andijvie opgevreten wordt door aardrupsen. Daartegen valt weinig te doen. ja, u kunt Parijs groen met zemelen gebruiken, maar ik raad dit middel niet aan, omdat het zeer vergiftig is. Niet alleen voor u. doch ook voor de huisdieren, evenals voor de vogels, kippen of eenden. Gebruikt u Parijs groen maar niet om uit te strooien. Indien u er toch toe overgaat, zorg dan dat u bij het uitstrooien geen wondjes aan de handen hebt, dan kan het voor uzelf geen kwaad. Overigens, als een andijvieplant is weggevreten en u bent er tamelijk vlug bij, dan zijn de boosdoeners in de meeste gevallen nog wel te vinden. Wroet u maar eens in de grond, dan haalt u ze wel naar boven. Ze zitten kort aan de oppervlakte.

Schorseneren. Tussen de schorseneren zitten verscheidene exemplaren die in bloei staan. Dat is niet gewenst, maar het is niet zo erg als bijvoorbeeld bij de wortels en bieten. Die zijn als ze gaan bloeien absoluut waardeloos geworden. De bloemen van de schorseneren mogen afgesneden worden; u moet er vooral niet te veel blad afsnijden, er zit toch al niet zo veel aan. Sommige mensen laten de wortels gedurende de winter op de plaats in de grond zitten, ze kweken ze dan tweejarig, doch ze worden dan een beetje taai. In het najaar rooien is beter.

Week4
Kruiden oogsten. U moet nu voor het oogsten van uw kruiden zorgen. Er zitten thans aan de meeste planten bladeren genoeg, zodat ze nu wel verzameld kunnen worden. Deze bladeren worden niet in de zon gedroogd, maar op een koele, luchtige, doch droge plaats. Opletten dat de bladeren niet gaan schimmelen; is dat het geval dan liggen ze te vochtig. Eenmaal goed droog, kunnen ze tot poeder gewreven worden en in gesloten bussen voor de winter bewaard.

Winterwortelen. Als het erg warm weer is, komen er veel schieters tussen de wortelen, dat zijn planten die gaan bloeien. Aan die wortels heeft u niets, het is het verstandigste die maar zo gauw mogelijk op te ruimen. U moet niet te vroeg rooien, wortelen zwellen nog lang en kunnen ook nog buiten blijven staan.

Prei planten. Eind augustus kunnen er nog wel een paar rijtjes prei geplant worden, doch zware planten worden het niet meer. Er komt nu echter genoeg land leeg, zodat het geen kwaad kan, nog een paar rijtjes te zetten. Allicht kunt u er dan volgend voorjaar nog aardig van profiteren.

Boerenkool uitplanten. Boerenkool moet nu uitgeplant worden. U moet ze niet te dicht op elkaar zetten, ze hebben wel een onderlinge afstand van zeventig centimeter nodig. Vooral indien ze direct doorgroeien, kunnen het nog zware planten worden. Voor het planten van andere koolsoorten is het een beetje laat geworden.